Tiener vindt thuis alleen theepot

Een groeiend aantal kinderen zit na schooltijd alleen thuis. Steeds meer ouders werken en naschoolse opvang voor het nageslacht is nauwelijks voorhanden....

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

AMSTERDAM

Vroeger zaten kinderen 's middags met hun moeder achter de theepot. Nu is naar schatting 10 tot 30 procent van de tieners na school tot etenstijd alleen thuis. Dat aantal zal de komende jaren stijgen.

Eén van die kinderen is Feline Dooijes (9). Als baby ging ze naar de crèche. Op haar vierde jaar verhuisde ze in hetzelfde gebouw naar de naschoolse opvang. Nu is ze daarop uitgekeken. 'Ze hebben saai speelgoed en je kreeg weinig te eten. Er waren wel veel kinderen, maar weinig aardige.'

Het alleen thuis zijn met haar broer Willem (11) bevalt Feline goed, al is het misschien niet altijd even makkelijk. 'We hebben een computer en daar doe ik vaak spelletjes op. Als je met iets leuks bezig bent, gaat de tijd wel snel.'

Feline en Willem mogen dan jong lijken om elke middag alleen thuis te zijn, ze zijn beslist geen uitzondering. In het jaar 2000 ontgroeit de eerste grote groep kinderen die als baby naar de crèche ging, de naschoolse opvang. Hun moeders zijn altijd blijven werken. Als de trend doorzet en er geen tieneropvang komt, is binnen afzienbare tijd de helft van de tien- tot zestienjarigen 's middags alleen thuis. De inmiddels opgeheven Raad voor het Jeugdbeleid adviseerde de overheid vorig jaar al ouders te steunen bij het vinden van goede opvang voor hun tieners.

Officiële onderzoeksgegevens van 'sleuteltieners' bestaan niet. Navraag bij basisscholen levert voor de oudste kinderen schattingen op van twee tot vijf kinderen per groep van ongeveer dertig leerlingen. De twee scholen die de moeite nemen om te tellen, melden 7 en 20 procent van de hoogstegroepers.

Van de 120 elf- tot zestienjarige scholieren uit Amstelveen, Alkmaar en Arnhem die antwoordden op schriftelijke vragen van de Volkskrant, is bij de elf- en twaalfjarigen 15 procent (van 32 leerlingen) na school alleen thuis. Bij de middelbare scholieren is het een kwart: van de dertien- en veertienjarigen 28 procent (van 57 leerlingen) en bij de vijftien- en zestienjarigen 20 procent (van 30 leerlingen).

De uitkomst voor middelbare scholieren wordt hier en daar bevestigd door leerkrachten, maar de meesten hebben geen zicht op de thuissituatie. Roos Lubbers, lerares aan het Barlaeusgymnasium in Amsterdam: 'In de acht klassen die ik les geef, is het beeld steeds hetzelfde: ongeveer 30 procent van mijn leerlingen is na school alleen thuis.'

Ard Nieuwenbroek die bij het Katholiek Pedagogisch Centrum in Den Bosch leerkrachten traint die op hun scholen leerlingen begeleiden, schat het percentage op 20 à 30. Tot voor kort was de Nederlandse moeder thuis als haar kroost uit school kwam. Maar nu lijkt het werken van vrouwen niet meer te stuiten. In 1980 stopte 80 procent met werken na de geboorte van haar eerste kind. In 1990 was dat gedaald naar 40 procent en bij de voortrekkers, de hoog opgeleide moeders, naar 20 procent.

Veel vrouwen werken parttime, maar lang niet allemaal meer in kleine baantjes onder schooltijd. Bovendien is het regel dat meer moeders werken en meer uren werken naarmate hun kinderen ouder worden. Volgens CBS-cijfers uit 1994 werkt een kwart van de moeders met tienerkinderen tweeëneenhalf tot vijf dagen. 10 Procent werkt fulltime. Van de alleenstaande moeders werkt 17 procent fulltime, een cijfer dat zeker zal stijgen nu bijstandsmoeders met kinderen boven de vijf verplicht zijn werk te zoeken.

Tussen de schooltijden van kinderen en de werkuren van hun ouders gaapt vaak een gat. Een ander probleem zijn de lange schoolvakanties, vooral van middelbare scholieren. Gemiddeld hebben kinderen zeven weken langer vakantie dan hun buitenshuis bezige ouders.

Georganiseerde opvang bestaat nauwelijks. Slechts één procent van de vier- tot twaalfjarigen gaat naar de naschoolse opvang en de meesten houden het daar met negen, tien jaar voor gezien. De meeste grote kinderopvang-organisaties tonen zich niet geïnteresseerd daaraan iets te veranderen, omdat er geen vraag naar zou zijn. J. Olivier van de Stichting Kinderopvang Nederland: 'Vroeger had je sleutelkinderen, dat kan nu toch weer?'

Voor kinderen boven de twaalf bestaat helemaal geen opvang, ook niet voor de kwetsbare groep die voor het eerst naar de middelbare school gaat. Sommige scholen hebben een huiswerkklas voor 'probleemgevallen', althans zo ervaren veel leerlingen dat. Middelbare scholen hebben geen verlengde schooldag of slechts een dag per week en dan nog is die, net als de huiswerkbegeleiding in sommige buurthuizen, voorbehouden aan achterstandsgroepen.

Ouders die buitenshuis werken, kunnen steeds moeilijker informele opvang vinden omdat familie vaak ver weg woont of oma zelf een baan heeft. Door al die uithuizigheid ligt ook het buurtleven op z'n gat. Rest de betaalde oppas, maar daar hoef je bij tieners vaak niet mee aan te komen.

Van 120 tieners die de Volkskrant-vragen beantwoordden, hebben drie kinderen een oppas, gaat er één regelmatig naar opa en oma en is een meisje van vijftien elke dag bij de buurvrouw. Vooral middelbare scholieren melden trots dat zij geen oppas meer hebben. Er is hooguit sprake van een 'oppas voor mijn broertje'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden