Thee is de stichter van alle kwaad

In een louche café in Amsterdam wordt naar de lokale televisie gekeken. Op 16 en 17 juni is de Europese Top in Nederland, meldt AT 5....

Men zou een minder enthousiaste reactie verwachten van deze drugsminnende cafébezoekers, maar behalve dat er sprake was van ironie hebben de mannen ook een werkelijke reden om Chirac te steunen. Een aantal van hen verdient zijn geld met de handel in verdovende middelen. Velen vinden vertier en sensatie in de illegaliteit.

De Nederlandse ministers zouden gehoor kunnen geven aan de geluiden uit de binnenstad en tegelijkertijd Chirac tegemoet kunnen komen. Ze zouden kunnen zeggen: we verbieden marihuana streng, maar dan ook tabak, koffie en zeker alcohol. Een verbod op alcohol is urgenter dan een verbod op andere drugs. Nederland telt 350 duizend zware alcoholisten en 25 duizend drugverslaafden.

Zelfs thee zou verboden moeten worden. Het is een roesmiddel en, zoals een cafébezoeker opmerkt, iedere junk is ooit begonnen met een glas thee, het leidt van kwaad tot erger. Zo is het in elk geval gegaan in de geschiedenis; met thee begon de hele drugsproblematiek.

In de zeventiende eeuw kochten de Engelsen en de Hollanders hun thee in China. De Chinezen waren echter niet geïnteresseerd in westerse koopwaar, tot Hollanders op Java rond 1680 een belangrijke ontdekking deden: hoe opium gerookt kan worden in een pijp (eerst met tabak, later zonder). Een verslavend genotmiddel was geboren, een goudmijn voor de handelaar.

De Hollanders (en de Engelsen) introduceerden rookopium op de Chinese markt. Eerst vond het ingang bij de Chinese elite, daarna bij het volk. De Chinese autoriteiten zagen de kwalijke gevolgen van opiumverslaving en verboden de handel herhaaldelijk. Dit leidde tot twee opiumoorlogen, die door Engeland gewonnen werden. Europa bleef opium pushen.

Nederland zag niet alleen China maar ook het eigen Nederlands Indië als afzetmarkt. De productie van rookopium was eerst een monopolie van de VOC, later van de Nederlandse staat. De Staatsopiumfabriek in Batavia produceerde drugs voor de binnen- en de buitenlandse markt. Koelies werden soms met opium betaald. Pachters van opiumkitten kregen officiële vergunningen. In 1861 waren er op Java 1800 legale opiumkitten. De opbrengsten vulden de staatskas.

In de Verenigde Staten begon men last te krijgen van de Nederlandse en de Britse drugspolitiek in Azië. De Chinese arbeiders, die in de negentiende eeuw in grote aantallen naar Amerika kwamen, brachten ook hun verslaving mee. Zolang de Amerikanen de verdwaasde en gevoelloze arbeiders konden gebruiken voor de bouw van hun spoorwegen, maakten zij geen bezwaar. Maar toen de belangrijkste lijnen gelegd waren en Amerika zich gereed maakte voor een nieuw industrieel tijdperk, kreeg men behoefte aan een nieuw soort arbeider. Een oplettende arbeider die met machines kan werken. Een arbeider die niet drinkt en geen opium schuift.

Opium werd strafbaar gesteld en Chinese immigranten werd de toegang tot de Verenigde Staten ontzegd, hetgeen irritatie wekte in China. Opiumverslaving werd aangevoerd als argument. Daaraan waren, volgens China, de Nederlanders en de Britten schuldig. Het duurde decennia voor het de Amerikanen lukte de verschillende landen rond de tafel te krijgen. Vanaf 1912 werd een aantal internationale opiumconferenties gehouden in Den Haag.

Uit de conferentie van 1925 is de Opiumwet voortgekomen waarop onze huidige wetgeving nog altijd is gebaseerd. De internationale opiumhandel kwam hiermee tot een einde, maar de opiumkitten op Java werden gezien als een binnenlandse aangelegenheid. Verslaafde Javanen kochten nog steeds Nederlandse staatsopium, maar moesten nu ingeschreven staan. In 1927 hadden 92.873 inlanders, 83.242 Chinezen en 7 Europeanen een rooklicentie ( De politieke economie van de roes, J.W. Gerritsen, 1993). Blijkbaar werden opiaten pas interessant voor de Europese consument toen ze illegaal - dus duur en exclusief - werden.

De afkeer die Amerikanen hebben van verdovende middelen, is begonnen met thee. De onafhankelijkheidsoorlog brak uit na de 'Boston Tea Party', een incident waarbij Amerikanen een Engels schip plunderden. Balen thee werden in zee gegooid. Weg met dat Engelse spul. Sindsdien hebben de puriteinse Amerikanen een andere houding tegenover drugs dan Europeanen.

Alcohol was hun grootste probleem. De protestantse gemeenschappen op het platteland waren geshockeerd door de nieuwe, veelal katholieke immigranten uit Ierland, Duitsland en Oost-Europa. In saloons gingen die zich te buiten aan drank en vrouwen. 'Het kleine huis op de prairie' kreeg te maken met het Wilde Westen. Niet uitsluitend puriteinen waren echter tegen drank en saloons, ook werkgevers, vakbonden en organisaties die zich bekommerden om de verheffing van de arbeiders. Armoede en misdaad kwamen voort uit drankzucht, redeneerde men. Niet andersom.

Al in 1851 werd drankhandel in Maine verboden. Twaalf andere staten volgden, maar zolang niet alle gewesten droog waren, had het weinig zin. Men kon gewoon naar een ander gebied rijden om drank in te slaan. Privé-gebruik werd beschermd door de federale grondwet.

Van 1920 tot 1933 lukte het wel om alle staten droog te leggen. De grondwet werd herzien; de inkomsten van de federale regering waren voorheen uit de drankaccijns gekomen, nu voerde Washington een federale inkomstenbelasting in. Ook de politie was altijd een lokale aangelegenheid geweest. Met de drooglegging kwam er een federale recherche, met vergaande bevoegdheden (zoals het afluisteren van de telefoon en het uitlokken van strafbaar gedrag). Twee veranderingen die nooit meer zijn teruggedraaid en wezenlijk hebben bijgedragen tot de eenwording van de Verenigde Staten en de versterking van de centrale macht.

De drooglegging boekte echter niet het verwachte resultaat. Er kwam helemaal geen einde aan de misdaad. Integendeel; de onderwereld deed uitstekende zaken en veel brave burgers gingen de wet overtreden. Weliswaar dronken de arbeiders minder, aangezien illegale drank vijfmaal zo duur was, maar aan de armoe kwam geen einde. Zeker na de crash op Wallstreet niet, waarop de diepste recessie volgde uit de geschiedenis. De drooglegging was niet langer te handhaven. Washington had het geld van de drankaccijnzen te hard nodig.

Als de grote landen Nederland nogmaals willen dwingen op te houden met de handel in narcotica, kunnen we de anderen beter voor zijn en hen uitdagen tot een algemene drooglegging. Het zal de Europese eenwording ten goede komen. Alcohol moet verboden worden, ten bate van onze eigen volksgezondheid (en om de Fransen te pesten). Het Amerikaanse voorbeeld heeft immers bewezen dat alcoholconsumptie door drooglegging daadwerkelijk afneemt.

Verbied suiker, omdat men daar alcohol van kan maken, net als onder Gorbatsjov. Tabak, omdat de Amerikanen daar erg tegen zijn. Thee, omdat het de stichter is van alle kwaad en, als het even kan, ook koffie, chocola, colanoot en nootmuskaat. Bij het winkelen gaat ieder te werk als vroeger een huisvrouw uit de Soviet-Unie en koopt gewoon van alles op de zwarte markt. Net als in de Tweede Wereldoorlog zal de zwarte handel tot enorme verbroedering leiden, vooral als veel producten verboden worden. Onze jongens in de binnenstad zijn er klaar voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden