Texas door de ogen van Rogier Stoffels

V Zomer trekt de wereld rond langs Nederlanders die in het buitenland een opmerkelijke loopbaan hebben. Cameraman Rogier Stoffers (52) heeft filmstad Los Angeles verruild voor Texas -voor zijn paarden, snapt u?

Beeld Rogier Stoffers


'Vlak voor de Oscaruitreiking van 1998, toen Mike van Diem en ik met Karakter wonnen voor beste niet-Engelstalige film, werd ik in Los Angeles benaderd door allerlei agenten. Ik nam zo'n agent en terug in Nederland werd ik gebeld: regisseur Philip Kaufman vond Karakter mooi en wilde dat ik zijn nieuwste film draaide, Quills. Hij was in Luxemburg en wilde mij de volgende dag ontmoeten. Dat gebeurde. Hij was daar met zijn hele familie en het voelde goed. Zoals dat gaat, leerde ik later, hoorde ik vijf maanden niets meer. Toen kwam het telefoontje: we gaan in Londen draaien, kun je aanstaande vrijdag vliegen en maandag beginnen? Zo werkt het eigenlijk altijd. Na Quills ging het snel: ik draaide een film in Toronto en vertrok vervolgens naar LA, voor Enough met Jennifer Lopez.

Geluk en pech
Doorgaans is mijn werk samen te vatten als een wat chiquere uitvoering van het zeemansbestaan. Geregeld verlaat je je gewone leven om je voor drie, vier maanden volledig op een film te storten. Gelukkig kon ik altijd veel in Los Angeles filmen - ik heb filmvrienden die zijn geboren in LA maar nog nooit een film in die stad hebben gemaakt.

In het begin van mijn carrière heb ik veel geluk gehad, later volgde ook een periode van pech - films die ik net niet kreeg. Ik geef de voorkeur aan kleine films, maar het leek mij technisch interessant om eens iets groots te filmen, met veel spektakel. Op een gegeven moment mocht ik Ghostbusters 4 draaien - jammer alleen dat die uiteindelijk helemaal niet meer gemaakt werd.

De Texaanse vlagBeeld Anvar Khodzhaev

Er worden momenteel in LA zó veel minder films gemaakt dan vijftien jaar geleden, dat ik minder kan kiezen. De studio's zijn eigenlijk vooral geïnteresseerd in heel grote films, gericht op China, Rusland en Brazilië. Televisiewerk is daarnaast nog het enige. In Nederland heb ik in de jaren negentig twintig afleveringen van Pleidooi gemaakt en tien van Tijd van leven, maar film ligt mij beter. Ik houd van zaken die eindig zijn.

Door de vakbonden in de Amerikaanse filmwereld is het werk anders dan je wellicht verwacht. Tot een paar jaar geleden mocht ik de camera bijvoorbeeld niet zelf vasthouden. Veel Europese cameramensen zijn gewend dat wel te doen; ze kregen het hier voor elkaar dat het bij wijze van uitzondering werd toegestaan - en anders huur je iemand in die vervolgens niets doet. Zelf vond ik het eerst verschrikkelijk dat ik van de camera moest afblijven, nu is het volstrekt normaal. Ik werk met drie, vier camera's tegelijk en moet van tevoren ingewikkelde bewegingen bedenken, dat kan eigenlijk niet als je aan een camera vastzit.

Het liefst werk ik met een regisseur die weet wat hij wil. Ik vind het prettig als je hetzelfde denkt over wat je wilt maken. In Nederland heb ik dat met Mike van Diem, hier met Neil LaBute, met een heel ander soort films. Films maken zonder veel tegen elkaar te zeggen, dat is heerlijk.

Het wordt wel lastiger om die klik te vinden. Films worden tegenwoordig daar gemaakt waar het belastingvoordeel het grootst is. Zo stond ik onlangs in North Carolina, waar je niemand kent en waar je alleen maar mensen mag gebruiken die daar wonen. En dat zijn mensen die niet zo goed zijn als in LA.

Beeld Rogier Stoffers

Een eigen stijl? Ik ben heel goed in wat ik eigenlijk het minst ambieer: ervoor vechten dat mensen er op camera goed uit blijven zien, dat de stijl van de film consistent blijft. Een film als No Strings Attached ziet er voor zo'n soort film heel goed uit. Het is een soort geliktheid, maar dan wel met smaak. Ik gebruik altijd schilderijen als uitgangspunt, houd erg van laat 19de- en vroeg 20ste-eeuws expressionisme. Hoe Kees van Dongen met drie kleuren gezichten schilderde- dat soort werk gebruik ik als uitgangspunt, zelfs als ik er maar een klein beetje van in mijn films kan meenemen.'

Leven in Wimberley, vlakbij Austin, Texas
'Ik ben onlangs met mijn Amerikaanse vrouw vertrokken uit Los Angeles. De noodzaak verdween om daar te wonen. Dat is mijn Amerikaanse pragmatisme: als op de ene plek geen werk is, verhuis je ergens anders heen. Zo zijn veel vrienden uit de filmwereld de laatste jaren vertrokken naar Atlanta of New Orleans.

We hadden paarden in LA, maar die stonden ver van huis. We keken geregeld naar paardenboerderijen, maar vaak zit daar een monsterlijk gigantisch groot huis aan vast. Ik houd van kleine huizen. Ons huisje in LA was zo klein - 90 vierkante meter - dat de meeste Amerikanen zich afvroegen hoe we daar konden wonen. Via internet vond ik 4,5 hectare ruw land in Texas met een bouwvallig huisje erop. Buiten Wimberley, dat weer op drie kwartier rijden van Austin ligt. De paarden gingen mee, ons huisje in LA verhuren we aan een Kroatische regisseur.

In LA woonden we in the middle of nowhere, maar wel zo dicht mogelijk tegen de stad. Op een heuvel in Topanga, het oude hippiegedeelte van de stad, waar Patti Smith en Neil Young woonden en muziek maakten. Wel buren, maar geen straatlantaarns, 's nachts geluiden van uilen en coyotes, heel mooi. Nu wonen we écht in the middle of nowhere, op een lege camping als het ware. Er is helemaal niemand, de eerste buurman woont op een halve kilometer.

De laatste jaren werk ik zo'n zes maanden per jaar. Keihard, bijna dag en nacht; daarna heb ik alle tijd voor mijn hobby's. Ik leerde om alles in en om huis zelf te vertimmeren. Van onze jachthut in Los Angeles maakte ik de afgelopen acht jaar een echt huis. Dat gaat nu ook gebeuren. Als director of photography laat ik de hele dag mensen dingen doen, thuis doe ik alles zelf, in m'n eigen tempo. Dat geeft mij de tijd om na te denken over de dingen die ik doe.

Beeld anp

In Texas is veel mooi water. Het is hier bloedheet maar de rivieren zijn heel koel. Door mijn land loopt ook een riviertje, daar mogen alleen de mensen uit deze buurt zwemmen. Ik zag laatst een artikel over de tien mooiste plekken ter wereld om te zwemmen; eentje is hier net twintig minuten rijden vandaan, Jacob's Well.

Iets typisch Texaans dat ik nog mis, is een pick-uptruck. Om de paarden te vervoeren, maar ook om mijn andere hobby uit te oefenen: broodbakken en pizza's maken. Ik heb hier een houtgestookte pizza-oven in de achtertuin gebouwd, daar zou ik best wat meer mee willen doen. Foodtrucks winnen overal in Amerika aan populariteit, Texas biedt ook hierin veel vrijheid. Ik wil een pizza-oven op wielen kopen en ga een broodoven bouwen. Ik zou graag, als ik niet aan het filmen ben, op zaterdag brood en pizza verkopen op de lokale farmer's market.

Ik kan niet iets half doen. Zo'n instelling moet je ook wel hebben om in de film te werken, denk ik. Om 5 procent beter te worden moet je er 50 procent meer van je kunnen instoppen, dat is een verhouding die veel mensen niet begrijpen of kunnen opbrengen.

Sinds we hier wonen denk ik: er moet hier toch wel één goed restaurant direct in de buurt zijn? Toevallig zag ik eergisteren een advertentie en dacht: dit is het. Ze bleken ook nog een houtgestookte pizza-oven te hebben, The Leaning Pear heet het. Van buiten is het vrij modern, van binnen heel oud, met verschillende terrassen. En een buiteneetkamer met doeken tegen de insecten. Het is het tegenovergestelde van de gemiddelde eetgelegenheid in Austin - die oogt als een bij elkaar gezocht rommeltje, de echte Austin-hippiestijl, een kruising tussen Silver Lake en Venice Beach in Los Angeles.

Achter de schermen bij Disturbia.Beeld -

Na vijftien jaar voel ik mij nog altijd geen Amerikaan. De politiek is zo verschrikkelijk, je wordt ziek als je erover nadenkt. Hoe ze kunnen vinden dat ze de beste democratie ter wereld hebben terwijl het zo'n corrupt, niet werkend gebeuren is. Een van de grootste tijdbommen onder het land is het rioolstelsel. In steden als LA en New York is er al honderd jaar niets aan gedaan. Het is geen sexy onderwerp: geen politicus die in de krant roept dat-ie de boel wil repareren.

Wél houd ik van de wijze waarop Amerikanen niet betutteld willen worden. Als je aan je huis wilt bouwen kun je alles doen wat je wilt. Dat deel van Amerikaan-zijn begin ik steeds meer te waarderen.'

Omzien naar Nederland
'De laatste jaren ga ik eigenlijk nog maar eens per twee jaar terug. Met Kerst om mijn familie te zien, niet zo vaak dus. Als je er zo weinig bent, valt steeds opnieuw op hoe vaak wij in Nederland onze infrastructuur vernieuwen. De ene keer ligt er opeens een snelweg onder Utrecht, de volgende keer hebben je buren zonnepanelen.

Ik kan bijna niet geloven hoeveel films er momenteel in Nederland worden gemaakt, en hoeveel mensen die films bezoeken, vergeleken met tien tot vijftien jaar geleden. Er is natuurlijk een nieuw publiek aangeboord met Costa! en Bruiloft-in-God-mag-weten-waar. Ik heb daar verder niets mee, maar vind het aardig om te zien dat we nu zelf de films maken die vroeger alleen uit Amerika kwamen.

Oorlogswinter vond ik goed. &ME van Norbert ter Hall ook, heel on-Nederlands, ik voelde een frisheid en vrijheid die ik niet kende van de Nederlandse film. Maar ik moet toegeven dat ik niet bijzonder veel heb gezien.

Beeld -

In de ogen van Amerikanen maken we in Nederland op een onpraktische manier films. In Nederland wordt een reisdag niet echt betaald of zegt het huurbedrijf dat je de camera nog wel wat dagen mag houden. In Amerika duurt het opnemen van een film met veertig draaidagen acht weken. Je kiest een locatie, daar zet je je productiekantoor neer, je trekt er een cirkel van 45 kilometer omheen en daarbinnen wordt de film gemaakt. Zo gauw je buiten die cirkel komt gaat de kassa rinkelen en dat willen ze niet. Vanaf Dublin reden we onlangs nog met de hele crew van De Surprise voor één draaidag naar de andere kant van het land. Elke Amerikaanse producent was ondertussen met vijf maagzweren gestorven. Dat zoiets in Nederland en de omringende landen kan, maakt het ook weer erg leuk.'

CV Rogier Stoffers

1961 Geboren in Utrecht op 1 november
1985-1989 Filmacademie Amsterdam
1989 Alaska
1993 Pleidooi (tv)
1997 Karakter (Oscar beste niet-Engelstalige film)
1998 fl 19,99
1999 Unter den Palmen
2000 Quills
2002 John Q
2002 Enough
2003 The School of Rock
2005 Bad News Bears
2007 Disturbia
2007 Mongol
2008 Lakeview Terrace
2010 Death at a Funeral
2011 No Strings Attached
2012 The Vow
2015 De Surprise
2015 The Disappointments Room

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden