Terroristen niet welkom op begraafplaats

Moslims en hindoes verscholen zich samen in een koranschool tijdens de aanslagen in Mumbai. De relatie onderling is er alleen maar sterker van geworden....

Van onze correspondente Wilma van der Maten

MUMBAI Met rode verf hebben buurtbewoners de kogelgaten op de muur tegenover het Joods Cultureel Centrum omcirkeld. Kinderen steken hun vingers door de gaten, waar ‘mitrailleur’ bij staat geschreven. Het is een herinnering aan de vuurgevechten die Indiase militairen in november leverden met de terroristen die het Joodse centrum op de drukke Colaba-markt van Mumbai bezetten.

Twee dagen lang hielden twee schutters de wijk in hun greep. In het Nariman Huis, zoals het centrum bekendstaat, schoten ze zes Joden dood. Onder hen de jonge rabbijn Holtzberg en zijn vrouw Rivka, die vijf maanden zwanger was. Vanuit het raam namen de terroristen wijkbewoners onder vuur. Twee buurjongens werden dodelijk getroffen.

Surzy Bhan Gupta (45), een diamantslijper, heeft nog steeds kogelresten in zijn hoofd. Hij is duizelig en zijn gezichtsvermogen is aangetast. De dokter heeft hem gezegd dat hij voorlopig niet kan werken. Gupta vraagt zich wanhopig af wie voor zijn vier opgroeiende kinderen moet zorgen. De diamantslijper wil dat de daders de zwaarste straf krijgen.

De 21-jarige Ajmal Amir Kasab is de enige van de groep van tien terroristen die de politie levend in handen kreeg. De groep is verantwoordelijk voor de dood van 171 mensen. De terroristen bezetten behalve het Nariman Huis twee vijfsterrenhotels en schoten in het treinstation van Mumbai tientallen passagiers dood. Het proces tegen Kasab begon vorige week onder zware bewaking. Hij kan de doodstraf krijgen.

In het mortuarium van een ziekenhuis vlakbij liggen al zes maanden de stoffelijke resten van de negen terroristen die de politie doodschoot. India zegt dat de mannen afkomstig zijn uit Pakistan en dat het land verantwoordelijk is voor de stoffelijke resten. Maar de regering in Islamabad blijft ontkennen dat de mannen de Pakistaanse nationaliteit hadden. Het stadsbestuur van Mumbai weet niet goed wat er met de lichamen moet gebeuren. Het politieonderzoek is al afgerond.

Om de hoek van het Joodse centrum, in de koranschool Darul Uloom Hanfia Razvia, vertelt moslimleider Mohammad Sabir Barkadi dat het stadsbestuur hen heeft benaderd met de vraag of de lichamen op de moslimbegraafplaats begraven mogen worden.

Vijftig vooraanstaande islamitische geestelijken besloten unaniem dat er voor dit soort ‘ongelovigen’ geen plek is op hun begraafplaats. ‘Deze jongens zijn geen moslims. Volgens de Koran mag je niet doden en daarom kunnen wij hun lichamen niet accepteren’, zegt Maulana Barkadi.

Hij vertelt dat tijdens de bezetting moslims en hindoes met elkaar als broeders optrokken. De buren van het Nariman Huis mochten hun huizen niet meer in. In de koranschool was iedere buurtbewoner welkom. ‘Er is geen hindoe in deze wijk die haatdragend is jegens de moslims omdat de terroristen moslims waren. Onze relatie met de hindoes is belangrijk en die willen wij niet op het spel zetten door de lichamen te begraven.’

Op de Colaba-markt zeggen hindoes veel respect te hebben voor het standpunt van de moslimleiders. ‘Moslims en hindoes wonen al jaren in harmonie samen’, zegt Irfan Khan, die een winkeltje voor huishoudelijke apparatuur runt.

De terreur heeft de bewoners dichter bij elkaar gebracht. Boven de kogelgaten op de muur staat met grote rode letters geschreven dat de buurt de terroristische acties afwijst. De muur is uitgeroepen tot een verzetsmonument.

Het Nariman Huis is na de bezetting onbewoonbaar verklaard. Het vijf verdiepingen tellende pand staat leeg. Joodse leiders zeggen dat het binnenkort wordt herbouwd en weer opengaat. Maar de buurtbewoners hebben liever dat de Joodse gemeenschap een andere plek uitzoekt.

Ashok Pandy (62) die een sapkraampje heeft bij het Nariman Huis wil dat ook. ‘We hebben niets tegen Joden, maar de aanvallen vonden hier plaats vanwege dat centrum. Als het weer opengaat hebben niet alleen de Joden, maar ook wij extra beveiliging nodig.’

Buurtbewoners zijn bang voor nieuwe terreuraanvallen. De twee slapende politiemannen op stoelen voor het pand boezemen weinig vertrouwen in.

‘Toen het Joods centrum nog open was, was er helemaal geen beveiliging. Ik snap niet waarom deze mannen een leeg pand moeten bewaken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden