INTERVIEWerik kriek

Tekenaar Erik Kriek herkent de rampspoed en de misère bij zijn muzikale helden

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

Tekenaar Erik Kriek kan zo fijn zijn helden uit de country en bluegrassmuziek portretteren. Die tekeningen zitten ramvol rampspoed en misère. Maar zelf kan hij er inmiddels ook van meepraten. ‘Je moet wel met íéts komen, Kriek’, zeiden vrienden. ‘Dat herseninfarct kennen we nu wel.’

Hij is gelauwerd als groot stripmaker en illustrator, maar de liefhebbers van de wat meer gerijpte muziekgenres kenden Erik Kriek toch ook als musicus. Als zanger van antieke folk- en bluegrassliedjes, bijvoorbeeld in het Amsterdamse café Mulligans. Als gitarist bovendien, en bekwaam banjospeler én drummer.

Maar twee jaar geleden verdween Kriek (54) van dat bescheiden, huiselijke podium in de Ierse pub. De tekenaar werd getroffen door een herseninfarct – hij vertelde er al over in de Volkskrant – net na het verschijnen van zijn graphic novel De Balling (2019). Zijn werkzame leven en al zijn muzikale hobbyprojecten gingen op de schop en Kriek moest revalideren.

Het herstel verloopt aardig, zegt hij als we hem opzoeken in zijn Amsterdamse atelier, pal naast Artis. ‘Ik heb mazzel gehad. En ik heb mijn levensstijl drastisch gewijzigd, ik rook niet meer, ik drink niet meer en ik beweeg veel.’ Maar hij is nog wel gehavend. ‘Ik loop wat moeilijk en kan mijn linkerhand niet goed gebruiken. Gitaarspelen en drummen lukt niet meer zo, dus ik ben maar overgestapt op de banjo. Daarvoor is de vingerzetting minder ingewikkeld. Je hebt soms maar één vingertje nodig.’

De muziek zette Kriek terug op de rails. De afgelopen jaren werkte hij in betrekkelijke rust aan zijn boek Creek Country, een verzameling portretten van door Kriek bewonderde musici uit alweer die country en de bluegrass. Een mooi project om zijn draai weer bij te vinden, zegt hij. ‘Door mijn beroerte kwam ik na de revalidatie in een heel ander werkritme terecht. Korte deadlines voor illustraties kon ik niet meer verdragen. Ik had te weinig energie. Veel te snel moe, en daar moet ik volgens de artsen mee leren leven. Ze weten ook niet precies hoe het kan dat mensen na een beroerte zo vermoeid raken, ze kunnen je niet helpen. Ja, je krijgt zo’n folder mee met een foto met elkaar omhelzende bejaarden en teksten als ‘samen verder’. Maar ja, ik ben 54, wat moet ik met zo’n folder?’

Kriek leerde omgaan met zijn afgenomen fanatisme. Hij deed dat bijvoorbeeld door prachtige, bedachtzame portretten te tekenen van oude en soms niet zo wijze country-vertolkers. ‘Collega’s en vrienden zeiden: je moet met íéts komen, Kriek. Niet meer steeds zeggen dat je een herseninfarct hebt gehad, dat weten we nou wel. Laat maar zien dat je nog bestaat. Anders zou ik zo’n tekenaar worden die voor altijd in de boekenkast zou worden geschoven. Ik vond dat goede adviezen.’

En hij dacht aan de portretten die hij de afgelopen jaren, één voor één, had gemaakt voor het stripblad Zone 5300. ‘Die serie was ik lang geleden begonnen, een beetje geïnspireerd door de tekeningen van artiesten die Peter Pontiac (de grote Nederlandse undergroundtekenaar die overleed in 2015, red.) had gemaakt voor het blad Muziek Expres.’ Voor het driemaandelijks verschijnende Zone 5300 had hij inmiddels twintig portretten gemaakt. Een korte rekensom leerde Kriek: ‘Als ik er nu nog dertig bij maak, dan heb ik een boek.’

Kriek selecteerde zijn artiesten uiteraard naar zijn eigen voorkeuren. En de liedjes die hij in zijn hart had gesloten. ‘Ik had ooit dankzij de soundtrack van de film Deliverance de bluegrass ontdekt. Een vriend van me had die plaat, vol instrumentale banjo-tracks. Toen ik hem voor het eerst hoorde dacht ik: wow, wát een instrument is dat.’ Hij leerde de Ierse band The Pogues kennen en rolde de folk in, ook als zanger van een eigen bandje. Maar net als de Ierse en Britse folkmuziek stak uiteindelijk ook de smaak van Kriek de oceaan over. ‘De folkmuziek kwam door de emigratie natuurlijk terecht in de Amerikaanse Appalachen en werd bluegrass en country. En daar ging toch steeds meer mijn voorkeur naar uit.’

Kriek ging op zoek naar foto’s van zijn helden, uit een ver of juist wat recenter verleden. ‘Ook dat was een kwestie van persoonlijke voorkeur’, zegt hij. ‘Ik hou bijvoorbeeld zielsveel van de vroege Johnny Cash, in zijn rockabilly-periode. Ook al had hij in zijn latere fase een mooie kop.’ Kriek tekende Cash op basis van oude foto’s als een ongenaakbare rocker-in-het-zwart, met een kille, starende blik in de ogen. Maar als je wat beter naar het portret kijkt, zie je dat Cash tussen twee spoorrails staat en dat achter hem een trein aan komt denderen. ‘Ja, ik vond het toen ik net begon met die countryportretten mooi om veel symboliek en betekenis in de tekeningen te stoppen.’ Bij Cash, die zijn leven lang het noodlot tartte, ontkom je daar ook niet aan. Zeker niet als je bij het tekenen het nummer Folsom Prison Blues opzet: ‘I hear the train a-comin’, it’s rollin’ around the bend.’

null Beeld Erik Kriek
Beeld Erik Kriek

Ook de portretten van Dolly Parton en Hank Williams zitten vol veelbetekenende details. Parton zit met een banjo om de schouder op een schommel in een idyllisch tuinlandschap, tussen kitscherige hertjes, vogels en vlinders. Maar achter een boom staat een sluwe vos die loert naar een onschuldig wit konijn – ook bij Dolly Parton zit het ongeluk in een klein hoekje. En op Hank Williams liet Kriek zijn volle tekenkracht los. ‘Die auto achter hem is een blauwe Cadillac, waarin hij in 1952 overleed. Naast hem staat de jankende hond uit het nummer Howlin’ at the Moon.’ En dan valt het oog nog op vele lege drankflessen en peuken op de grond, en een verkeersbord met de tekst Highway of Sorrow. Op de achtergrond hoor je bijna vanzelf Williams’ liedje Lost Highway, en de voorspellende zinnen die de getroebleerde en alcoholverslaafde zanger op 29-jarige leeftijd ook daadwerkelijk de dood in dreven: ‘Now boys, don’t start your ramblin’ round, on this road of sin or you’re sorrow bound.’

null Beeld Erik Kriek
Beeld Erik Kriek

De korte levensverhalen naast de tekeningen, geschreven door Kriek zelf, zitten ramvol leed, dood en misère. ‘Als je diep in de geschiedenis van al die country-artiesten duikt, ontdek je dat zij hun muziek vaak écht leefden. Veel levens eindigden in grote drama’s, in alcohol en pillen. Als je in Amerika maar beroemd genoeg bent, dan worden de drugs je vanzelf voorgeschreven door een dokter, ongelooflijk eigenlijk. Maar die romantiek, of noem het valse romantiek, bij al die ellende vind ik prachtig.’

Kriek tekende ook The Louvin Brothers, die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw groot waren in de stichtelijke country. ‘Die jongens zongen mierzoete liedjes over de Here. Terwijl ze een ongelooflijk kloteleven hadden, vol wapens, drank en moord. Die Ira Louvin, de oudste van de twee broers, dat was echt een enorme badass.’ Krieks gortdroge tekst naast het portret vertelt het hele van tranen doortrokken verhaal: ‘Zijn derde echtgenote schoot hem vier keer in de borst en twee keer in de hand nadat hij haar had geprobeerd te wurgen met een telefoonsnoer.’

null Beeld Erik Kriek
Beeld Erik Kriek

Veel artiesten tekende Kriek zonder goedgevulde achtergronden en betekenisvolle details. Een onderzoekende tekening van het gegroefde gezicht van een hoogbejaarde Willie Nelson spreekt boekdelen, je kijkt recht in de ziel van de zanger. ‘Ik vind zijn recente, breekbare werk zo mooi. En hij heeft als oude man zo’n gave kop. Ja, dat portret is wel echt goed gelukt, geloof ik. Misschien wel de beste tekening.’

null Beeld Erik Kriek
Beeld Erik Kriek

Soms is het beter niet te veel uit te leggen, zegt Kriek. ‘Mijn vrouw en zoon wijzen mij vaak terecht als ik werk laat zien of een verhaal begin te vertellen. De Krikipedia is weer aan het woord, zeggen ze dan. Ik vind het mooi om voor mijn verhalen in de geschiedenis te duiken. Dat deed ik ook voor mijn grafische roman De Balling, over de Vikingen op IJsland. Maar je moet alle kennis vervolgens niet in je werk stoppen, want de lezer ervaart dat als extra gewicht. Je moet je personages nooit een geschiedenislesje laten vertellen of dingen expliciet laten uitleggen. Zoals je dat ziet in Nederlands drama op tv, verschrikkelijk vind ik dat. Je kent het wel: je ziet twee agenten in een auto zitten, en de ene zegt tegen de ander: ‘Denk je echt dat hij het gedaan heeft?’ Ze leggen het verhaaltje uit, maar zo praten mensen natuurlijk niet met elkaar. En het hoeft helemaal niet: als je film goed gemaakt is, dan begrijpt de kijker de spanning wel.’

Dat geldt ook voor de strips van Kriek en zijn muzikale portretten. ‘Ik hou zo ontzettend van country, bluegrass en folk omdat in veel liedjes in een paar zinnen een complete tragedie wordt geschetst. Het is niet cryptisch maar heel duidelijk, en soms heerlijk melodramatisch. Dat probeer ik in mijn werk ook te bereiken. Eerst doe je onderzoek en verzamel je materiaal. Dan ga je schetsen, en vervolgens begin je met weghalen. Tot de essentie overblijft, die toch genoeg is om het verhaal te vertellen.’

Die klare lijn ziet Kriek dus ook in zijn geliefde country, en bijvoorbeeld in een van de mooiste liedjes die hij kent: A Good Year for the Roses, uitgevoerd door George Jones in 1970. ‘De tekst is zo goed geschreven. In een paar prachtige zinnen wordt een liefdesdrama verteld. De rozen moeten nog worden gesnoeid. En het gras mag wel eens worden gemaaid. Laten we het alsjeblieft over andere dingen hebben, en niet over het feit dat jij me gaat verlaten. Ik vind dat echt schitterend.’

Bij Creek Country van de stripmaker en illustrator Erik Kriek zit een soundtrack: een cd vol bluegrass en country van zanger Tim Knol en de Nederlandse bluegrassband Blue Grass Boogiemen. De tracklist volgt een aantal portretten uit het boek, en veel nummers stonden al bij Tim Knol en de Blue Grass Boogiemen op het repertoire. Erik Kriek zelf zingt ook een liedje: uiteraard zijn geliefde A Good Year for the Roses, van George Jones.

Het boek (volledige titel: Welcome to Creek Country - 50 portretten uit de folk, country & bluegrass) is verschenen bij uitgeverij Concertobooks, ISBN 9789493109162.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden