Te Nijenhuis vlucht naar studeerkamer

De promovendus zwakt zijn eigen proefschrift af en zijn collega verwijt de verslaggever politieke vooringenomenheid. Willen zij het debat met elkaar en met 'minder intelligente' allochtonen ontlopen?...

Er zijn dus nog onderwerpen die gebukt gaan onder taboes, en wel zodanig dat er nauwelijks normale discussie over mogelijk is. Intelligentie van allochtonen is er zo een, kennelijk. De reacties op drie artikelen over psychologische tests voor allochtonen en de dissertatie daarover van J. te Nijenhuis, eind december en begin januari in deze krant, waren talrijk en vaak buiten proportie.

Naar aanleiding van de krantenkop 'Psychologen twisten over intelligentie allochtonen', deed een federatie van Turkse organisaties aangifte bij de politie in Zwolle. De in het artikel geciteerde onderzoeker zou via zijn promotie hebben aangezet tot discriminatie, vond de federatie.

Ook het Landelijk Bureau Racismebestrijding eiste excuses, niet van de onderzoeker, maar van de Volkskrant. De samenvattende conclusie over het 'lager gemiddeld niveau van intelligentie' dat bij allochtonen zou zijn gevonden, werd beschouwd als uiting van racime - ook al ging het artikel over het feit dat deze conclusie ook werd bestreden.

In HP/De Tijd reageert hoogleraar psychologie W. Hofstee deze week niet minder bokkig, hoewel vanuit een geheel andere invalshoek. Wie conclusies van het onderzoek bekritiseert, bezondigt zich volgens hem aan wensdenken. 'Wetenschappelijk onderzoek en politieke programma's moeten niet met elkaar verward worden', zegt hij. Het verwijt van politieke correctheid sluimert op zijn lip. Een vorm van correctheid die bovendien in de kaart zou spelen van Janmaat en zijn CD.

Tenslotte blijkt ook de inmiddels geschrokken promovendus ongelukkig met de kale resultaten van zijn onderzoek. In zijn reactie (Forum, 5 januari) bestrijdt hij dat de door hem gevonden conclusies geldig zouden zijn voor eerste-generatie allochtonen in het algemeen. Zo hoeft uiteindelijk niemand zich tekort gedaan te voelen; een proefschrift van bijna tweehonderd pagina's kent uiteraard talloze armslagen, voorbehouden en uitsluitingen, waarmee de resultaten desgewenst tot op één vierkante centimeter kunnen worden teruggebacht.

Waarom deze vlucht naar de studeerkamer? Om de discussie met 'gemiddeld minder' intelligente allochtonen te ontlopen? Of omdat psychologen het onderling toch te sterk oneens zijn over wat onder intelligentie moet worden verstaan? Ik vrees allebei, en dat is jammer. Juist die discussie zou verhelderend zijn voor het antwoord op de tweede vraag. Het onderzoek biedt er - nog steeds - alle aanleiding voor.

Allereerst vanwege de conclusies over de betrouwbaarheid van psycholgische tests over de intelligentie ('cognitieve capaciteiten') van allochtonen. Met name eerste-generatie allochtonen scoren stelselmatig lager in die tests. En voor zover we dit zouden willen toeschrijven aan de cultuurgebonden waarden die zij zouden meten, moet psycholoog Te Nijenhuis ons teleurstellen. De meetlat is objectief, stelt hij vast. Ze meet wat ze behoort te meten: namelijk intelligentie.

Het persbericht waarmee de Vrije Universiteit zijn proefschrift begeleidde, noemt ook als belangrijkste conclusie dat traditionele psychologische tests goed bruikbaar zijn voor de selectie van allochtone sollicitanten. Hoewel het onderzoek zich formeel beperkte tot de testbatterij van de Nederlandse Spoorwegen, was de promovendus het daarmee aanvankelijk ook eens.

Veel van zijn collega's, onder wie zijn voormalig vakgroepsvoorzitter P. Drenth, echter niet. Volgens hem wemelt het van testpsychologen die zich onvoldoende bewust zijn van de culturele gevoeligheid van de tests die ze gebruiken. Het onderzoek van Te Nijenhuis is in dat geval juist géén vrijbrief voor het gebruik van 'traditionele' tests voor allochtonen; in tegenstelling dus met wat de brede strekking leek te zijn.

Het is ook niet niks wat Te Nijenhuis op dit punt te vertellen heeft. Wanneer eerste-generatie allochtonen inderdaad gemiddeld minder intelligent zijn dan geboren Nederlanders, en daardoor minder geschikt voor de banenmarkt, zouden calculerende werkgevers er goed aan doen niet teveel van deze allochtonen in dienst te nemen.

Die gedachte wordt in het proefschrift bevestigd: 'een toename van het aantal immmiganten in de abeidsorganisatie is alleen mogelijk ten koste van een lager niveau van functioneren. Een sterke nadruk op gelijke kansen heeft dus zijn prijskaartje', staat er. Alleen met (dure) trainingen zou de gemiddelde allochtoon een déél van zijn achterstand kunnen inlopen. Niet op het gebied van intelligentie (daarvoor is het te laat), maar op het gebied van Nedelandse taal, specifieke vaardigheden en 'westerse manieren'.

Op dit punt aangekomen, zoekt de onderzoeker aansluiting bij de bevindingen van Amerikaanse collega's, van wie sommigen zoals bekend de stelling verdedigen dat zwarte Amerikanen hun maatschappelijke achterstand en hogere werkloosheid te wijten hebben aan hun gemiddeld lagere intelligentie. Hoewel veel minder vergaand, kan ook de bevinding van Te Nijenhuis - indien onomstreden - verstrekkende gevolgen hebben voor de gewenste politieke en maatschappelijke benadering van allochtonen.

Dat is reden voor discussie. En daarin mag ook die andere belangrijke vraag worden meegenomen: waarom wordt bij eerste-generatie-allochtonen stelselmatig een gemiddeld lagere intelligentie gemeten? Te Nijenhuis doet daar geen uitspraken over. Hij wil nu zelfs, geheel overbodig, een slag om de arm houden over de representativiteit van zijn allochtone onderzoeksgroep.

Maar die bestond uit ruim dertienhonderd willekeurige allochtone sollicitanten bij de Spoorwegen. Een mooie, gevariëerde, ruime groep waarin behalve Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen zelfs een cohort ex-Joegoslaven zat die in 1994 en 1995 solliciteerde bij de Spoorwegen. Niets wijst er op dat de groep niet in hoge mate representatief zou zijn voor de eerste-generatie allochtonen in Nederland.

Dat zij allen gemiddeld minder intelligent zouden zijn dan geboren Nederlanders, kan niet gemakshalve worden toegeschreven aan hun afkomst ('van het platteland') of gebrek aan studie ('meestal ongeletterd'). Voor sommige allochtone groepen gaan die argumenten simpelweg niet op. Daarnaast roomt migratie soms zelfs het betere deel van een samenleving af, zoals wellicht in Suriname is gebeurd. Dat zou juist een gemiddeld méér intelligente immigrant moeten opleveren.

Alleen de verwijzing naar landen van herkomst of sociale milieus is in elk geval geen afdoende verklaring voor de gemeten niveaus van intelligentie. Sinds wanneer zijn traditionele bergvolken trouwens minder intelligent dan stedelingen? In landen waar nog weinig interne migratie (van knapste kinderen naar de universiteit in de stad) heeft plaatsgevonden, zoals Marokko en Turkije, gaat die vlieger al helemaal niet op.

De andere verklaring die zich in het onderzoek aandient, gaat volgens Te Nijenhuis zelf weer niet op. Dat Surinamers van de allochtonen het beste scoorden, en daarna de Antillianen, mag volgens hem niet worden toegeschreven aan hun betere bekendheid met de Nederlandse taal. Taal is slechts een zwakke factor in de tests: wellicht nadelig voor de allochtoon, maar niet in bepalende mate.

Maar daarmee arriveren we toch bij de laatste optie: intelligentietests meten géén zuivere, universele intelligentie. Behalve dat, meten ze kennelijk óók de bekendheid met westerse cultuur en de vaardigheid om daarmee om te gaan. Cultuurvergelijkende psychologen vinden dat een open deur; veel testpsychologen echter niet. Zij vinden het irrelevant.

Maar een samenleving die steeds multicultureler wordt, mag onomstreden definities verlangen. Als die er niet zijn, is een beetje meer bewustzijn van het cultuurgebonden karakter van dit soort tests op zijn plaats. Zeker wanneer op grond van gemiddelde intelligentie-cijfers bij allochtonen verstrekkende suggesties gedaan worden over werk en werkloosheid.

Jeroen Trommelen is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden