interview Tatjana Almuli

Tatjana is een dik meisje van 27 en ze schreef daar een boek over

Tatjana Amhuli Beeld Linelle Deunk

Tatjana Almuli viel 60 kilo af in het tv-programma Obese en ontdekte dat ze daar niet eens zo veel gelukkiger van werd. Nu is ze weer dik. En strijdlustig. 

Het kostte haar járen om het hardop te zeggen, maar nu is ze zover: Tatjana Almuli (27) is dik. Over het gewicht van dat gewicht schreef ze het boek Knap voor een dik meisje. Geen excuses, ook geen ode, maar een wegwijzer: ‘Het idee dat dikke mensen dom en lui zijn, zit heel diep in onze cultuur verankerd.’

Hoe gaat het? Als je het einde van het boek mag geloven, zit hier een verlichte vrouw voor me. 

Lachend: ‘Nou, verlícht... Het gaat zeker beter dan twee jaar geleden, maar ik benadruk dat ik dé oplossing nog niet heb gevonden. Ik wil ook nog steeds afvallen.’

Hoeveel weeg je momenteel? 

‘Weet ik niet, ik heb me al een jaar niet gewogen. Ik was altijd zo obsessief bezig met dat getal, dat wil ik niet meer. Ik let nu alleen nog op mijn kleding, of die goed zit. Dat bedoel ik: het is niet zo dat ik elke dag fluitend op de fiets zit met het idee dat ik de wereld aankan. Maar ik ben wel een stuk positiever dan voorheen en het lukt me vooral steeds beter om mijn gewicht secundair te laten zijn in mijn leven.’

Je boek is nog maar net voltooid, dat is voor veel auteurs een stressvolle periode. Je legt uit dat stress een trigger voor je is: hoe drukker het in je hoofd is, hoe sneller je naar eten grijpt.

 ‘Ik heb de laatste tijd heel weinig eetbuien gehad, wat ik héél fijn vind, want in periodes van stress is dat inderdaad mijn eerste go-to.’

Waar anderen een borrel nemen, begin jij te eten. 

‘Van jongs af aan al. Na heel veel therapie weet ik dat eetbuien niet de oplossing zijn, maar het blijft een gevecht. Zeker in het begin van het boek, toen ik in mijn verhaal dook en al die shit moest herbeleven, was dat pittig. Maar het kon niet anders: als het een goed boek moest worden, moest ik openhartig zijn. Dus die eetbuien in het begin waren min of meer ingecalculeerd, haha. Maar de ­laatste is alweer een maand geleden, dus ik ben tevreden.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Tatjana Almuli wordt op 27 april 1991 in een Amstelveens ziekenhuis geboren als eerste kind van een Braziliaans-Servische vader en Nederlandse moeder. Ze groeit op op een boerderij in Uithoorn, wanneer ze 4 is verhuist het gezin naar Amstelveen, waar haar ouders een biologische voedingswinkel gaan runnen. Vader wordt gaandeweg steeds ongelukkiger in Nederland. Hij voelt zich onbegrepen, ontwikkelt een depressie (die later wordt gediagnosticeerd als een bipolaire stoornis) en Tatjana en haar moeder vangen de klappen op, soms letterlijk. Al in haar vroege jeugd is ze aan de zware kant. Tatjana: ‘Al blijft dat discutabel bij een kind, want lekkere dikke spekbeentjes worden dan nog als schattig ervaren.’

Hoe kwam het dat je als kind al zwaar was? 

‘Ik blijk een genetisch defect te hebben, het MC4-receptor­defect. Dat houdt kort gezegd in dat je een groter hongergevoel hebt, een minder goede stofwisseling en minder snel verzadiging bereikt. Die drie dingen hangen sterk samen met dik zijn. Dat defect had ik toen natuurlijk ook al, maar dat wisten we toen nog niet, want zulke dingen werden toen nog niet onderzocht. Mijn ouders begrepen ook niet wat er aan de hand was. Ze hadden nota bene een natuurvoedingswinkel, als kind at ik al quinoa met sojamelk, supergezond. En we woonden op een boerderij dus ik was de hele dag buiten. Mijn moeder dacht ook steeds: die gaat straks groeien en dan komt het vanzelf goed. Nou, dat groeien deed ik inderdaad. Alleen ook in de breedte.’

Vanaf je 9de krijg je eetbuien. Wat is een eetbui precies? 

‘Dat zal voor iedereen anders zijn, maar voor mij is een eetbui iets dat altijd in het geheim gebeurt, en waarbij je zoveel mogelijk eet in een heel korte tijd. Als mijn ouders sliepen sloop ik bijvoorbeeld stiekem naar beneden om vijf boterhammen met beleg te eten, wat best veel is voor een kind van 9 – ná je avondeten. Later begon ik geld uit mijn moeders portemonnee te pikken zodat ik ongezonde dingen kon kopen in het winkelcentrum. Altijd zout en zoet door elkaar heen, en ook altijd verschillende structuren: dus eerst krakende chips en dan zachte ontbijtkoek. Als ik maar dat volle gevoel kreeg.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Want dan...

 ‘Want dan voelde ik me verdoofd. Ik was gewoon altijd zó onrustig, zo ongelukkig, dat ik iets nodig had om dat gevoel uit te schakelen.’

Je schrijft: ‘Als mijn buik vol is, is mijn hoofd leeg.’ 

‘Ja. Maar dat wist ik toen nog niet.’

In het boek wordt dat coping-mechanisme snel duidelijk, maar in het echt valt het kwartje veel later, pas rond je 20ste. Was er niemand in de buurt die dat eerder zag? 

‘Nee, dat is het hele pijnlijke van mijn jeugd: niemand heeft dat gezien. Mijn ouders waren te druk met zichzelf, of met elkaar, in mijn puberteit vertrekt mijn vader naar het buitenland, op mijn 17de overlijdt mijn moeder, daarna kom ik bij pleegouders terecht bij wie ik me niet thuis voelde. En dan ben je ineens 20.’

Maar professionals dan? Díe weten dat toch? 

‘Nee dus, en dat zegt alles over de kennis over dik zijn: die wetenschap staat nog in de kinderschoenen.’

Ondertussen begint iedereen zich wel volop met je gewicht te bemoeien.

‘Het opvallende was dat het nooit direct ging. Niemand heeft mij ooit gevraagd: hé, wat is er aan de hand dat jij zo dik wordt? Het was ­altijd een oom of een tante die in de keuken tegen mijn moeder zei: ‘Het is echt niet normaal hoeveel zij eet, hoor.’ Of, nog erger, de insinuerende vraag: ‘Eet zij niet te veel?’ Mijn oma van vaderskant heeft op mijn 11de tegen me gezegd: ‘Als je zo dik blijft, krijg je nooit een man of een baan.’ Dat hakte erin. Hierdoor heb ik ook altijd een moeizame relatie gehad met mijn familie.’

Tatjana Amhuli Beeld Linelle Deunk

Later gaan die opmerkingen door, van jongens in de kroeg tot docenten op de theaterschool. Als je op consult gaat voor een maagverkleining, zegt de arts: ‘Er bestaat een kans dat je nu eindelijk vrienden krijgt.’

 ‘Dat heeft te maken met het stigmatiseren van dikke mensen, het idee dat dikke mensen niet sociaal zijn, en dom en lui. Het omgekeerde vond ik overigens ook niet leuk. Op datingfora kreeg ik bijvoorbeeld vaak fetisjisten achter me aan. Heel even was ik dan gevleid, maar meteen daarna voelde ik ook wel dat het helemaal niet om mij ging, maar om mijn lichaam. Terwijl: je wil gezien worden om je leuke persoonlijkheid.’

De maatschappij werkt daarin niet erg mee, schrijf je.

 ‘Integendeel, die sluit dikke mensen uit. Veel gaat onbewust, zoals bij die arts, maar het is ook beleid: restaurants of terrassen hebben bijvoorbeeld bijna altijd stoelen waar dikke mensen niet in passen. Als ik in een ruimte kom scan ik meteen waar ik kan zitten. Treinen, bussen, trams – zelfde verhaal. Een bekend fenomeen, dat ik van veel dikke mensen hoor, is het ongemak van reizen in de spits: dan druk je jezelf echt zowat tegen het raam om je maar zo klein mogelijk te maken. En dan nog ben je te veel. Stel dat je elke dag met de trein naar werk of school moet, dan voel je dat elke dag twee keer. Heel pijnlijk. Verder gaan de meeste modematen maar tot maat 44. En dan heb je nog de datingmarkt, ook interessant.

In de datingpodcast Why oh Why vertelt data-analyst Seth Steven-Davidowitz dat veel heteromannen nog ‘in de kast’ zitten qua voorkeuren. Hij analyseerde gegevens van Google en kwam er zo achter dat de heteroman het liefst naar BBW-porno kijkt, waarbij BBW staat voor Big Beautiful Women. Maar door het westerse schoonheids­ideaal waarbij slanke vrouwen meer aanzien genieten, en een man met een slanke vriendin dus ook, voelen deze mannen zich geremd om met een dikke vrouw thuis te komen. Dat soort dingen. En dáárnaast word je ook nog dagelijks uitgelachen of uitgescholden, maar dat vind je als dik mens al bijna normaal.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Volkskrant-columnist Asha ten Broeke schreef recent een column waarin ze een arts bezoekt die haar min of meer te verstaan geeft: ‘Eerst maar eens afvallen, daarna ga ik je helpen.’

‘Kijk, het is niet handig om je knie te stoten als je dik bent, want er drukt veel meer gewicht op je gewrichten, en dat is niet gezond. Maar in dit geval waren haar klachten niet dik-gerelateerd, en dat een arts dat dan niet oppikt is heel kwalijk. Ze nemen je gewoon niet serieus, daar komt het op meer. En die gedachten leven heel erg in de gezondheidszorg. Hoe vaak tegen mij wel niet is gezegd: je moet gewoon minder eten en meer bewegen. Ja hallo: dat wérkt dus niet altijd. Het is echt tijd voor een meer holistische benadering in de gezondheidszorg. Overgewicht is namelijk bijna nooit een kwestie van alléén niet goed eten, alléén niet genoeg bewegen. Terwijl dat nog wel steeds de gedachte is in onze cultuur.’

In het boek wordt duidelijk dat jij voldoende beweegt. Wat heet – ik werd al moe bij het lezen. 

‘Ja. En toch werkt dat dus niet. Wat niet wil zeggen dat het voor veel klachten wél helpt om af te vallen. Maar dat weet je zelf óók wel. Het heeft geen zin om daar voortdurend op te hameren.’

Je schrijft dat je gék wordt van de voortdurende, kritische blik van de ander. Aan de andere kant legitimeert het feit dat eten jouw coping-mechanisme is ook juist een zekere bemoeienis: een vriend die aan de drank of drugs zou zijn zou je ook aan zijn staart trekken.

 ‘Zeker, als dat met goede bedoelingen gebeurt is het ook niet erg, maar dikke mensen krijgen meestal alleen maar misprijzende blikken en lullige opmerkingen. Aan de andere kant snap ik ook dat mensen niet weten hoe ze het wél moeten doen. Ik heb daar ook nog geen antwoord op. Door al die jaren van pesterijen die veel dikke mensen hebben meegemaakt, zijn ze vaak overgevoelig geworden. Ik ook. Je hoeft maar dít te zeggen en: bam. Dus dat is best lastig, hoe we daar met z’n allen mee om moeten gaan.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Het is een confronterend boek. In een van de hoofdstukken vertelt een dikke vrouw hoe haar vader al van jongs af aan tegen haar zegt, wanneer ze iets te eten pakt: ‘Niet doen hoor, dan word je dik.’ Ook ík zeg tegen mijn dochter van 3 dat ze niet zo moet snoepen, omdat ze dan gaatjes krijgt en dik wordt. Wel in die volgorde, maar toch. 

‘Het ís ook lastig. Als ik nu een kind zou krijgen zou ik dat ook kunnen zeggen. Maar in het algemeen kun je zeggen dat een kind er niks aan heeft als je het negatief benadert. Dan wordt het er bang van, en is de kans juist groter dat ze een eetprobleem krijgt. Bovendien volstaat volgens mij om te zeggen dat het niet goed voor je is. Dan hoef je er niet bij te zeggen dat je er dik van wordt.’

Is de manier waarop ik mijn dochter waarschuw ook een geïnternaliseerd schrikbeeld van de dikke mens? 

‘Ja. Dat is ook niet zo gek, hoor. Sla een willekeurige krant open: alle berichtgeving over dik zijn is negatief. Dikke mensen worden ook nooit op een goede manier gerepresenteerd in de media. Als je al een dik persoon ziet in een film of een serie, worden ze óf bespot, óf ze zijn die grappige dikkerd. Het is in ieder geval nooit zo dat ze advocaat zijn, of het over het weer hebben, of voor mijn part over levensverzekeringen. Nee, ze zijn dik en daarom zitten ze in de film.’

Er zijn veel parallellen te trekken met de zwart-wit discussie. 

‘Absoluut.’

Wat in het boek ook opvalt, zijn je eigen vooroordelen ten aanzien van anderen. Zo noem je de meisjes met make-up en korte truitjes die in de brugklas al hebben gezoend, zonder pardon sletterig. 

‘Uiteindelijk was dat natuurlijk jaloezie. Ik benijdde ze, ik wilde ook met jongens tongen, maar ja, die jongens niet met mij. Om jezelf dan een houding te geven ga je anderen naar beneden halen, zeker in de puberteit.’

Aan het eind van het boek lijk je nog steeds in twee kampen te denken: aan de ene kant sta jij en aan de andere kant heb je ‘de slanke meisjes met golvend haar, die elastisch zijn in hun bewegingen, en stemmen hebben die helder en onbeschroomd klinken.’ 

‘Ik ben wel iets minder slecht geworden, denk ik, maar mensen zijn er nu eenmaal op gebrand iets van een ander te zeggen. Ik ook. Ik zal mezelf ook wel altijd blijven vergelijken met slanke vrouwen.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Maar wat ik bedoel: het is een simplificatie. Ook slanke meisjes met golvend haar kunnen een kruis dragen. Dik zijn zal daar niet een van zijn, maar dan blijven er nog genoeg issues over. Je wéét het niet. 

Nadenkend: ‘Ja, klopt. Dat is waar.’ Dan, met een zucht: ‘Ik let überhaupt nog te veel op uiterlijkheden. Daar probeer ik echt op te letten, want daar gaat het niet om. Maar ik heb jarenlang gedacht: als ik eenmaal dun ben, dán ga ik blij worden, dán krijg ik succes, dán word ik populair.’

In 2014 doet Tatjana, dan 21 jaar en 160 kilo, mee aan het RTL-programma Obese, waarin Wendy van Dijk met een team psychologen en ­afvalcoaches mensen met extreem overwicht in een jaar tijd van een derde van hun lichaamsgewicht afhelpt. Dat lukt, Tatjana valt 60 kilo af. In het jaar daarna blijft ze obsessief sporten en slaat ze maaltijden over, maar zodra ze de teugels laat vieren komt ze net zo makkelijk weer aan. Inmiddels heeft ze naar schatting driekwart van haar verloren gewicht terug.

Tijdens een van de draaidagen komt de crew ineens binnen met een krat vol snaai, zodat jij een eetbui na kan spelen. 

‘Dat was wel eh, lastig. Volkomen onnatuurlijk ook. Ik was gewoon nog best naïef toen. En ik realiseerde me: als je hieraan meedoet en al die hulp en begeleiding krijgt die je zelf nooit kunt betalen, dan moet je ook iets teruggeven. Supergênant om in je onderbroek voor de camera te staan, maar als het werkt, is dat het waard.’

Wat me bijbleef was de scène waarin je een brief aan je overleden moeder voorleest. 

‘Met terugwerkende kracht vind ik dat het moeilijkste moment. Maar toen dacht ik: het hoort erbij. En ik moet eerlijk zeggen: ik heb er ook veel aan gehad. Die personal trainers waren superaardig, die coaches ook... Maar het blijft dubbel. Ik wil er verder niet zo veel over kwijt.’

Heb je een beding moeten tekenen waarin je hebt beloofd niets te zeggen over deelname aan het programma? 

‘Ja. Maar wat echt zo is: als ik dit niet had gedaan, was mijn persoonlijke ontwikkeling ook nooit in een stroomversnelling gekomen. Dus uiteindelijk heb ik geen spijt dat ik heb meegedaan.’

Wat opmerkelijk is, is dat je je niet eens zo veel gelukkiger voelde toen je die 60 kilo eenmaal kwijt was. 

‘Nou ja, ik voelde me wel energieker, was ook beweeglijker, maar goed: die jaren van opgebouwde zelfhaat maak je daarmee niet ongedaan. En omdat je wel al die tijd dénkt dat je gelukkig wordt als je slanker bent, valt het enorm tegen als dat niet zo blijkt te zijn.’

Vier jaar later kijkt ze vooral terug op een vrouw die nooit eens van zich afbeet, nooit boos werd, altijd maar aardig bleef. Altijd die gedachte van: dit hoort bij dik zijn, dat heb je maar te pikken. Dat is nu veranderd: de body positivity-beweging, die een aantal jaar geleden in Amerika een nieuw tijdperk inluidde heeft ook hier voet aan de grond gekregen. Tatjana: ‘Het lukt me steeds beter mijn schouders op te halen als mijn tante zegt dat ze mijn strakke gele rok ‘niet flatteus’ vindt.’

Beeld van Instragram Beeld @tatjanaalmuli

Wat is de body positivity-beweging?

‘Dat is een beweging die is overgewaaid uit Amerika, en is begonnen als reactie op die hele gezondheidshype en fitgirl-hype, die jarenlang domineerde. Eigenlijk zag je altijd alleen maar hele dunne, strakke, witte vrouwen. Totdat een groep dikke zwarte vrouwen zei: ten eerste worden we dus aan de lopende band gediscrimineerd, en ten tweede worden we ook nog eens genegeerd in de media. Het idee van die beweging is dat elk lichaam, of het nou gekleurd, dik, gehandicapt, of noem het maar op, ook getoond mag worden in de populaire cultuur. Omdat je goed bent zoals je bent. In Nederland is die beweging vooral groot op Instagram, met allerlei aanhangers en activisten die steeds meer ruimte opeisen. En omdat het groot is op Instagram, zie je ook steeds vaker curvy modellen terug in de traditionele media, zoals Ashley Graham.’

Met de aantekening dat die rondingen dan wel op de goede plek moeten zitten. Om met voormalige dikke vrouw Patty Brard te spreken: ‘Als je curves op je buik zitten heb je een probleem.’ 

‘Dat is waar. Ik vind Ashley Graham best sympathiek, maar het is weer een beeld waaraan de meeste vrouwen niet voldoen. Ze mag dan ‘dik’ zijn, het is niet zo dat ze, zoals veel vrouwen, een onderkin of een dikke buik en dunne benen heeft. Het beginsel van die beweging is dus goed, maar aan de uitwerking scheelt nog wel het een en ander.’

Je schrijft dat je die soms te extremistisch vindt. 

‘Wat je vaak ziet is dat de boodschap toch nog simplistisch wordt gebracht. Het is heel erg: je móét van jezelf houden, je móét jezelf accepteren, alleen dan ga je gelukkig worden. Maar als jij je hele leven te horen hebt gekregen dat je niet goed genoeg bent, kun je echt niet in één keer die overstap maken. Je mag in dat soort kringen ook absoluut niet zeggen dat je nog steeds wilt afvallen. Want dan hou je niet van jezelf. Ik snap dat een revolutie begint met ferme taal omdat er anders niemand luistert, maar op deze manier kan ik me niet met ze identificeren.’

En dus schreef je zelf een boek. 

‘Dit boek begon inderdaad bij de behoefte om met andere dikke vrouwen in gesprek te gaan. Met vróúwen ja: dikke mannen zie je genoeg, die zitten gewoon in allerlei praatprogramma’s en daar is minder om te doen. Ik was echt op zoek naar vrouwelijke rolmodellen, want die zie je nooit. En je hoort ze ook niet. Want één ding: de maatschappij moet flinke stappen gaan zetten om inclusiever te worden voor dikke mensen, maar ik wil ook benadrukken dat er een verantwoordelijkheid ligt bij dikke mensen zelf. Die moeten veel meer vertellen over de worsteling waarmee ze te maken hebben. Je móét je uitspreken. Alleen dan kunnen andere mensen je horen.’ 

Knap voor een dik meisje verschijnt op 9 april 2019 bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.