Interview Linde van Schuppen

Taalkundige onderzoekt mensen die een psychose hadden, en ziet ook de schoonheid

Linde van Schuppen: ‘Bij mensen met een psychose gebeuren er aparte dingen met het vertelperspectief.’ Beeld foto Marie Wanders - Illustratie Lennert Gavel

We moeten vaker naar mensen luisteren die een psychose hebben gehad, betoogt filosoof en taalkundige Linde van Schuppen. Hoewel psychoses nog altijd zorgen voor gevoelens van schaamte en verdriet, zijn de ervaringen juist ontroerend en inspirerend. 

Magnetische paarden die rond je hoofd galopperen. Opgetild worden in prachtvolle luchtbellen. Maar ook: denken dat je hele familie uit aliens bestaat. Welkom in de wondere wereld van de schizofrene psychose, waarin het normale uiteenvalt en de fantasie vrijuit op hol kan slaan.

Filosoof en taalkundige Linde van Schuppen, verbonden aan het Centre for Language Studies van de Radboud Universiteit in Nijmegen, is mateloos gefascineerd door die wereld. Voor haar promotie-onderzoek laat ze mensen voluit over hun psychotische ervaringen vertellen – om daar vervolgens een koelwetenschappelijke taalanalyse op los te laten.

Zelf vindt ze dat best een beetje dubbel. Want: ‘Er wordt niet zo vaak naar deze mensen geluisterd.’ Zo erg als vroeger is het trouwens niet. Toen werden ze voor de collegezaal gezet, louter om te demonstreren wat voor raars eruitkwam zodra ze hun mond opendeden.

Nee, dan zit Van Schuppen heel anders naar ze te luisteren. Eigenlijk heeft ze verschillende oren: een taalwetenschappelijk, een filosofisch, en nog een derde exemplaar. De eerste twee concentreren zich op het analyseren van het bijzondere taalgebruik, terwijl het derde, ja, meeleeft. En geraakt wordt door de heftige schoonheid en ontroerende kwetsbaarheid die ze ontmoet.

Deze mensen zitten echt in een andere wereld, toch?

‘Ja, ze zitten vaak opgesloten in hun eigen beleving. Vergelijk het met als je je ziek voelt, dan raak je ook enigszins losgezongen van de buitenwereld. In een psychose gebeurt dat veel sterker. Dat uit zich op verschillende manieren. Ze zien andere mensen bijvoorbeeld als robots of poppen. Of raken zo los van hun eigen lichaam, dat ze zichzelf ervaren als pure gedachte. Of bouwen hele denksystemen op basis van een enkele hoogstpersoonlijke formule, zoiets als 2 + God = reflectie, en gaan daar volkomen in op.’

2 + God = reflectie? Ik volg het al niet meer.

‘Nee, want betekenis creëren doen we normaal gesproken onderling, terwijl mensen in een psychose in een wereld van privébetekenissen verkeren. Normaal gesproken heeft een glas een gedeelde betekenis: een voorwerp om uit te drinken. In een psychose kan zo’n glas die praktische betekenis verliezen en uitgroeien tot een monster.

‘De taal zelf valt soms ook in elkaar. Dat kan leiden tot voor ons onbegrijpelijke ‘word salads’ puur op basis van klank, of grammaticale anomalieën als: ‘Ik was God, maar ben gedegradeerd; denk jij dat het een kwestie van Kilimanjaro is?’ En verhaaltechnisch gebeuren er aparte dingen met het vertelperspectief – het speerpunt van mijn onderzoek.’

Wat is dan zo interessant aan dat vertelperspectief?

‘Nou, ik kan tegen jou alleen ‘het onderzoek’ zeggen, als ik ervoor heb gezorgd dat jij weet over welk onderzoek het gaat. Door jouw perspectief mee te nemen in mijn verhaal, begrijpen we elkaar. Op een ander niveau kun je aan woorden als ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’ zien dat de spreker erkent dat er ook andere perspectieven mogelijk zijn.

‘Het leek me interessant om dat perspectiefgebruik bij deze groep psychosegevoelige mensen te onderzoeken. Omdat in hun belevingswereld hun eigen perspectief zo allesoverheersend is, zou je kunnen verwachten dat ze er moeite mee hebben.’

Welke conclusies kun je trekken?

‘Het onderzoek loopt nog – ik heb ook nog deelnemers nodig. Maar wat tot nu toe opvalt, is dat het erg varieert. Het lijkt erop dat sommigen ongebruikelijke dingen doen, en bijvoorbeeld vertellen dat ze naar het vliegveld gingen om ‘het jongetje’ te redden, zonder dat dat jongetje al in het verhaal voorkwam.

‘Maar tegelijkertijd kunnen ze juist ook heel empathisch zijn.’

Empathisch?

‘Ja, ik heb het erg naar mijn zin, ik heb niets dan vriendelijke mensen ontmoet. Ze schamen zich nogal eens; daar zit veel verdriet. Ik moet wel zeggen dat ik ze niet spreek als ze midden in een psychose zitten.

‘Veel participanten zijn opmerkelijk creatief. Omdat ze ver van de gedeelde betekenissen staan, hebben ze de radicale vrijheid om een totaal eigen wereld te presenteren. Zoals die magnetische paarden, daarmee wordt een magische wereld opgeroepen die niet door conventies wordt beperkt. Dat heeft iets kwetsbaars en dat raakt me. Ik koop soms ook kunst van ze.’

Dus dan zit je als taalwetenschapper ineens in een wereld van beeld?

‘Ja, maar aan de hand van hun kunst vertellen ze ook vaak hun verhaal makkelijker. Dan is het: die boom staat symbool voor dit, en dat mannetje voor dat.’

Terug naar de taal dan. Wat is je doel met dit onderzoek?

‘Deels is dit een onderzoek naar juist het normale gebruik van perspectief in taal. Want als narratieve conventies worden doorbroken, zegt dat ook iets over die conventies. Maar de methodische bestudering van hun perspectiefgebruik kan ook inzicht verschaffen in de manier waarop deze mensen zich tot zichzelf en anderen verhouden.’

Zodat de kloof tussen hen en ons toch iets kleiner wordt?

‘Ja, dat is uiteindelijk toch mijn drijfveer. Zoals ik al zei: er moet meer naar deze mensen worden geluisterd.’

Omdat het onderzoek nog loopt, komen de voorbeelden in dit artikel niet rechtstreeks van de participanten. Enkele zijn onherkenbaar veranderd, andere zijn ontleend aan de gepubliceerde memoires van Marguerite Sechehaye en Elyn Saks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden