Sytze van der Zee: 'Over macht schrijven, heb ik altijd interessanter gevonden dan die te hebben'

Wat betekent het om nu man te zijn? Journalist Sytze van der Zee (78): 'Van mijn moeder heb ik geleerd hoe het niet moet.'

Sytze van der Zee: 'Ik ben een nieuw leven binnengestapt waar niemand iets van mij wist.' Beeld Imke Panhuijzen / de Volkskrant

Omdat zijn ouders zwegen over hun NSB-lidmaatschap bekwaamde schrijver en oud-hoofdredacteur Sytze van der Zee zich al vroeg in de kunst van het ontrafelen. De strijd om zijn krant, Het Parool, verloor hij, maar eigenlijk onderzoekt hij liever dan dat hij bestuurt.

Wat hebt u van uw moeder geleerd?

'Hoe het niet moet: wispelturig zijn. Bij haar wist je nooit uit welke hoek de wind zou waaien. In de oorlog stapte ze per ongeluk op het enige speelgoedautootje dat ik had. Toen ik huilde, zei ze: 'Dan had je ook beter uit moeten kijken.' Mijn ouders ruzieden veel, maar als ik ruzie had met mijn vader, viel mijn moeder hem bij, ongeacht wie gelijk had. Buiten was ik de foute zoon van een NSB'er, binnen was er geen bescherming. Ik moest altijd op mijn hoede zijn. Mijn vader was een simpele boerenjongen die zich met cursussen boekhouden had opgewerkt tot procuratiehouder. 'Jouw vader had directeur moeten worden', zei mijn moeder altijd. 'Ja', zei ik dan, 'maar van wát?'

Volgens uw oudere broer was u haar lievelingszoon.

'Misschien omdat ik tegen haar in verzet kwam. Mijn andere broer probeerde bij haar in het gevlei te komen: mamaatje dit, mamaatje dat. Ik bood haar het hoofd.'

Wat zochten uw ouders bij de NSB?

'Die vraag was onbespreekbaar. Ik heb brokstukjes verzameld. Ze werden lid in 1940 en bedankten na de zomer van 1942. Mijn moeder wilde eerst geen lid worden, maar toen ze eenmaal lid was, wilde ze er weer niet uit. Een buurman heeft mijn ouders daarover horen ruziën. Mijn vader was lid van de knokploeg van de Weerbaarheidsafdeling, naar eigen zeggen om te kunnen paardrijden. Maar in huis lag een gummiknuppel verstopt.

'Mijn ouders spraken onvriendelijk over Joden, volgens mijn vader omdat hij ooit slecht behandeld was door een Joodse fabrieksdirecteur. Maar uit een brief blijkt dat hij die man tijdens de oorlog aan voedselbonnen hielp. Ik stuitte steeds op tweeslachtigheid. Mijn vader beweerde dat hij de NSB verliet uit weerzin tegen de Jodenvervolging, maar ik las ook dat zijn zaken als handelsagent minder goed gingen omdat hij NSB'er was.'

Sytze van der Zee

1939 Geboren

1961 Eindexamen gymnasium alfa op Het Nieuwe Lyceum in Hilversum

1963 Leerling-journalist bij het Nieuw Utrechts Dagblad

1965 Stadsverslaggever Haagsche Courant

1966 - 1986 Verslaggever, chef nieuwsdienst, correspondent in Bonn, Brussel en Washington bij Algemeen Handelsblad en Nieuwe Rotterdamse Courant, v.a. 1970 NRC Handelsblad

1986 Adjunct-hoofdredacteur bij Elsevier

1988 - 1996 Hoofdredacteur Het Parool

Vanaf 1996 Journalist en schrijver van o.a. Potgieterlaan 7, Anatomie van een seriemoordenaar, De vliegmensch en Pijn. Onlangs verscheen Verslaggever van beroep

U rechercheerde naar uw eigen ouders.

'Omdat ze zelf het volledige beeld niet gaven. Als ik erover begon, klapte mijn vader dicht en werd mijn moeder boos. Ik was altijd aan het zoeken. Toen ik na hun dood mijn jeugdherinneringen schreef, greep het idee dat ze misschien toch Joden verraden hadden, me bij de keel. Ik heb hun dossier opgevraagd en vond mijn vaders eed aan NSB-leider Mussert, maar niets over verraad. Dat was een opluchting.'

Wat betekenden die twee jaar NSB-lidmaatschap voor u als kind?

'Dat ik op straat werd uitgescholden, niet bij vriendjes thuis mocht komen, weggejaagd werd als ik op de stoep voor iemands huis speelde. Toen de oorlog net afgelopen was, nam mijn vader me na zijn werk ineens elke avond mee met de fiets naar het bos. Ik dacht: wat leuk. Later realiseerde ik me dat hij zo zijn arrestatie wilde ontlopen. Op een ochtend trof ik mijn moeder huilend aan: mijn vader was opgebracht. Met zijn handen in de lucht was hij door heel Hilversum geleid. Later zat ik in de klas bij de dochter van een Joodse man die had geholpen bij zijn arrestatie. Toen ik dat thuis vertelde, begonnen mijn ouders op die man te schelden. Ik zei: 'Als ik hem was, zou ik hetzelfde gedaan hebben.''

U zei tegen uw eigen vader dat u hem gearresteerd zou hebben?

'Dat zei ik, ja.'

Hoe reageerde hij daarop?

'Hij zweeg, zat daar, geslagen.' Van der Zee slikt, zijn ogen worden vochtig. 'Ik realiseer me nu dat dit pittig is. Maar ik was zo woedend dat hij niet begreep dat die man hem had gearresteerd. Als hij nou openlijk gezegd had: 'Wij zijn fout geweest', was het probleem misschien weggegaan. Maar het is blijven hangen, zieken en zeuren. Die spanning was niet goed voor mijn gezondheid. Ik kreeg bronchitis en een hersenvliesontsteking.

'Toen ik op mijn 13de in het ziekenhuis lag, riep een jongen: 'Hé, Van der Zee, is jouw vader geen NSB'er?' Op dat moment heb ik besloten opnieuw te beginnen. Ik ben van voetbal af gegaan en heb een nieuwe school gezocht. Ik ben een nieuw leven binnengestapt waar niemand iets van mij wist. De ramen gingen open, het licht viel binnen.'

Was u niet bang dat 'het' ontdekt werd?

'Een knijpend gevoel van angst en schaamte heb ik altijd gehouden. Toen ik in 1966 journalist werd bij het Algemeen Handelsblad heb ik het verteld aan Henk Hofland en aan André Spoor (voormalige hoofdredacteuren van die krant, red.). Verder wist niemand het. Nadat ik in 1997 mijn jeugdherinneringen had gepubliceerd, ben ik met een baseballpet op over straat gegaan.

'Hanneke Groenteman interviewde mij op televisie. 'Als jouw vader had gewoond in de straat waar ik zat ondergedoken', zei ze, 'zou ik bang voor hem geweest zijn.' Ja, wat moest ik daar nu op zeggen? Anderen wilden weer dat ik mezelf een slachtoffer noemde, maar dat weigerde ik.'

Waarom?

'Omdat ik wel accepteer dat ik door het NSB-verleden van mijn ouders beïnvloed ben, in de zin van dat ik erover nadenk en erover schrijf, maar niet dat ik een lijdend voorwerp ben.'

U was acht jaar lang hoofdredacteur van Het Parool. In 1996 kostte een conflict met uitgever PCM u de kop. De manier waarop u dit in uw laatste boek beschrijft, doet denken aan de oorlog.

'Het wás ook oorlog. Ik verkeerde in de veronderstelling dat mijn collega in de hoofdredactie, Matthijs van Nieuwkerk, met mij samenwerkte aan een oplossing, tot bleek dat hij tijdens mijn vakantie, achter mijn rug om, een ander plan uitwerkte.'

Was dat verraad?

'Er is destijds wel tegen mij gezegd dat ik niet alleen maar in termen van verraad of trouw moet denken, dat er ook tussenwegen zijn. Maar als iemand die je vertrouwt op een beslissend moment stiekem dingen doet die je ondermijnen, weet ik niet hoe je dat anders moet noemen.'

Waarom hebt u de oorlog met PCM verloren?

'Omdat ik weigerde om Het Parool te veranderen in een Amsterdamse stadskrant en dertig mensen te ontslaan.'

Was dat verstandig van u?

'Ik ben stijfkoppig geweest. Maar wat had ik anders moeten doen? Meewaaien? Zeggen: 'O goed, dan gaan we een krant maken waar ik niet in geloof en o ja, we gooien er ook nog dertig man uit?'

'Ik had een opvatting, daar heb ik aan vastgehouden. Ik ging mij niet door Alexander Rinnooy Kan, toen commissaris van PCM, laten vertellen hoe ik een krant moest maken. Of door Wim Meijer, de voorzitter van de raad van commissarissen van PCM. Hij zei: 'Voor elke duizend abonnees hebben we één redacteur nodig.'' Van der Zee wijst met zijn vinger naar zijn voorhoofd. 'Ik wilde geen slapzak zijn, zoals mijn vader.'

Vond u het jammer dat u daarna geen macht meer had?

'Over macht schrijven, heb ik altijd interessanter gevonden dan die te hebben. Ik heb nooit als machthebber gefunctioneerd, ik wilde met mijn mensen gewoon een krant maken. Ik was blij dat ik weer kon gaan schrijven. Een seriemoordenaar interviewen, erachter proberen te komen wat zo iemand drijft. Spannender kun je het wat mij betreft niet krijgen.'

Uw boeken gaan vaak over raadsels. Kunt u zich ermee verzoenen dat die niet altijd op te lossen zijn?

'Onderhand wel. Het is natuurlijk geweldig als je de smoking gun vindt, maar tijdens mijn zoektochten stuit ik vaak op zo veel interessante dingen, dat ik de oplossing minder belangrijk ben gaan vinden. Na het dossier van mijn ouders te hebben ingezien, wist ik nog steeds niet hoe het precies zat. Maar ik begreep wel de sfeer waarin alles had plaatsgevonden. De knulligheid, het onvermogen. En hoe mijn moeder het opnam voor mijn vader. Dat was ontroerend.'

In een reactie noemt Matthijs van Nieuwkerk de aantijgingen van Van der Zee 'geschiedvervalsing'. 'De oorlog van 1996? Zo zou ik een interessant en fundamenteel verschil in visie op de toekomst van een noodlijdende krant niet willen noemen. Blijven we landelijk of worden we Amsterdams? De meeste redacteuren wilden het laatste, Van der Zee het eerste. Eenvoudiger kan het verhaal niet verteld worden. Veel interviews en memoires gingen deze zelfde heisa voor. Omzien in wrok en dat bijna vijfentwintig jaar lang? Mij niet gezien.'


Wat betekenen vrouwen in uw leven?

'U kunt mij ook vragen wat mijn arm of mijn voet voor mij betekent. Als ik van een vrouw houd, voel ik dat ik bij haar hoor. Mijn vrouw is mijn andere helft. Zo voel ik dat.'

Toen u in 1966 bij NRC Handelsblad begon, werkte daar niet één vrouw.

'Dat kwam door Henk Hofland. Hij vond dat vrouwen vanwege hun hormonale schommelingen te instabiel waren om als journalist te kunnen werken. Bij andere kranten zaten wel vrouwen. Bij Het Parool heb ik altijd goed met ze kunnen werken. Als ze zich eenmaal om een zaak bekommeren, hollen ze hard.'

Uw eigen vrouw had geen baan.

'Dankzij haar heb ik carrière kunnen maken en altijd op tijd mijn eten en mijn drinken gekregen. Dat was heerlijk, want journalist zijn, kan niet in deeltijd. Als een president wordt doodgeschoten, kun je niet zeggen: 'Sorry, maar ik moet vandaag op de kinderen passen.' Het verzorgende zit in haar aard, ze heeft dat nooit als een offer beschouwd.'


Als man

Journalist en schrijver Daniela Hooghiemstra interviewt voor V bekende mannen over wat het betekent man te zijn anno nu.

Jazzsaxofonist Benjamin Herman: 'Mijn doel was niet beroemd worden, maar werken als muzikant'

Schrijver en fotomodel Sander Kok: 'Vrouwen zijn ook roofdieren, alleen subtieler, ze tonen meer waardigheid'

Oud-gevechtsvlieger en Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn: 'Ik viel op mijn vrouw omdat ze niet bang was zich in een discussie te mengen'

Cabaretier Hans Teeuwen: 'Eén ware liefde is romantische onzin'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden