Sylvia Witteman heeft het niet zo op grote kerstbomen: 'Zo'n gigantisch boslijk in je huis, wat móét je ermee?'

'Zo'n gigantisch boslijk in je huis dat wekenlang staat te vergaan, ik kan er niet tegen.' Beeld null
'Zo'n gigantisch boslijk in je huis dat wekenlang staat te vergaan, ik kan er niet tegen.'

Op een pleintje waar kerstbomen worden verkocht stopte zo'n terreinwagen, in de volksmond ook wel 'P.C.Hoofttractor' genaamd, waar een man uitstapte met een zorgvuldig gepolitoerd vleeshoofd boven een Marco Borsato-sjaal. Hij keek naar de uitgestalde bomen en vroeg op geringschattende toon aan de verkoper: 'Heb je niets gróters?'

De verkoper schudde van nee. 'Je bent te laat', zei hij. Hij droeg een roodwitte kerstmuts en liep een beetje krom, alsof hij al die bomen zélf van Noorwegen naar Amsterdam gesjouwd had. 'Sjips...', sprak het vleeshoofd. Zonder verdere tekst stapte hij weer in en reed weg.

Wat betreft de kerstboom manifesteert zich elk jaar hetzelfde schisma in mijn gezin: iedereen wil hem zo groot mogelijk, behalve ik. Zo'n gigantisch boslijk in je huis dat wekenlang staat te vergaan, ik kan er niet tegen. Het is net of er een dikke, dode vent in de hoek van je kamer hangt, met een wurgkoord van lampjes om zijn strot.

Om de aanschaf van zo'n woudreus te voorkomen hanteer ik verschillende methodes. De ene is: op tijd zelf een boom kopen, een heel kleintje, een soort homeopathische kerstboom. Als je die eenmaal in huis hebt, zal er niemand nog een bij kopen, is het idee. Vorig jaar mislukte die truc: toen ik thuiskwam met dat bescheiden boompje bleek mijn gezin juist bezig een enorm exemplaar de trap op te sjouwen. Toen hadden we er dus twee.

Wat ook kan, is niets doen en hopen dat alle anderen vergeten een boom te kopen. Dat laatste leek één keer te lukken, tot huisgenoot P op kerstavond alsnog in paniek naar buiten rende en de grootste boom kocht die hij kon krijgen. Die liet hij van de weeromstuit ook nog tot diep in februari in de kamer staan, want anders was het 'zonde'.

De kerstbomenverkoper op het pleintje rolde intussen een sjekkie. Wat doen kerstbomenverkopers eigenlijk de rest van het jaar? Iets met bloemen? In mijn jeugd veranderden ijssalons in de winter in een bontwinkel. Ik vond dat altijd een wonder van pragmatisme, maar het gebeurt, geloof ik, niet meer.

Nu kwam er een vrouw naar de kerstbomen kijken, een dunne dame van een jaar of 60 in een dure, beige mantel. Zij wilde, op haar beurt, weten of de verkoper geen kléínere had. 'Dan bent u te laat...', vonniste hij weer. Ze sloeg haar hand voor haar mond en deinsde achteruit, alsof ze iets gruwelijks zag gebeuren. De boompjes hingen sip tegen elkaars schouders, als landerige pubermeisjes. Te groot voor servet, te klein voor tafellaken. De vrouw verdween met holle ogen in de schemering.

Rilke zei het al: 'Wer jetzt kein Baum hat, kauft sich keiner mehr.'

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden