Suriname en de paradox van de hulp

In Suriname is de paradox van ontwikkelingshulp volop zichtbaar. Projecten op micro-niveau veranderen vaak niets aan macro-economische malaise. Veel geld kan een ongezonde economie zelfs bevorderen....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De hoge ambtenaar van Ontwikkelingssamenwerking die in januari de laatste hand legde aan het overzicht van ontwikkelingsprojecten in Suriname sinds 1975, zag de bui al hangen. 'Het zal onvermijdelijk in de pers worden opgepakt als een soort evaluatie of balans van meer dan twintig jaar ontwikkelingssamenwerking', schreef hij in zijn eindredactionele verantwoording.

En de Haagse politiek zou dan wel eens de schuld kunnen krijgen van het feit dat bijna drie miljard gulden in Suriname géén ontwikkeling heeft gebracht. Maar dat zou, meenden de opstellers van het rapport, een niet terechte conclusie zijn.

Een uitputtend overzicht van activiteiten in Suriname bevat immers ook talloze geslaagde, noodzakelijke, humanitaire of infrastructurele projecten. 'Veel duidelijker komt de conclusie naar voren dat de militaire dicatuur, een desastreus economisch beleid en de binnenlandse oorlog alle winsten die er op projectniveau zijn bereikt, weer teniet hebben gedaan.'

In Suriname, zo menen experts op het ministerie, is de paradox van ontwikkelingshulp volop zichtbaar. Projecten op micro-schaal veranderen - ook al lijken ze geslaagd - vaak niets aan de macro-economische malaise. Een nuchtere beschouwing van twintig jaar intensieve Surinaamse ontwikkelingshulp kan zelfs leiden tot een veel verder gaande conclusie: véél projecten en véél geld kunnen een ongezonde economie ook bevorderen en in stand houden.

Dat dit de afgelopen twintig jaar in Suriname is gebeurd, is voor de meeste onafhankelijke ontwikkelingsexperts wel duidelijk. Maar op zulke vergaande conclusies zat minister Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking dit voorjaar niet te wachten. Het rapport over de altijd gevoelige ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Suriname, dat in januari klaar was en in juni zou verschijnen, was volgens hem meer iets voor zijn opvolger. Hij stopte het in de la, waar het nog lang had kunnen blijven liggen.

Nadat de Volkskrant vrijdag delen uit het rapport publiceerde, werd het alsnog in de openbaarheid gebracht. Inclusief een verdedigend voorwoord van de inmiddels ex-minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Suriname, zegt Pronk, is een geval apart. De relatie met het land is vastgelegd in een speciaal verdrag, en daardoor is het niet te vergelijken met andere landen. De woorden lijken vooral een bezwering tegen conclusies die het rapport op elke bladzijde oproept, maar uiteindelijk niet letterlijk mocht bevatten.

Het overzicht van de uitgaven van inmiddels 2,6 miljard gulden in Suriname moest 'feitelijk en beschrijvend' van aard zijn, staat er. Ze moest inzicht bieden in de manier waarop het geld is besteed en hoe de besluitvorming daarover tot stand kwam.

Weliswaar vindt Pronk, in navolging van zijn ambtelijke top, zelf óók dat de ontwikkeling van Suriname grotendeels is mislukt - het zou de juiste conclusie zijn geweest op de verkeerde plaats en, vooral, het verkeerde tijdstip.

Niettemin doet het rapport pogingen om 'misvattingen' te bestrijden. Zo is er die beruchte spoorlijn van niets naar nergens in West-Suriname, die werd aangelegd voor investeringen in de bauxietsector die nimmer werden gerealiseerd. Kosten: bijna 200 miljoen gulden.

Het project staat bekend als een van de witte olifanten onder de ontwikkelingsprojecten. En ook al was het project indertijd een grote wens van de Surinamers zelf, de mislukking blijft klagen. 'Toch', staat er, 'ging minder dan 4,8 procent van de schenkingsmiddelen naar de spoorlijn. Vele zinvolle projecten stonden daar tegenover.'

Pronk heeft de vorige en huidige Surinaamse regering vaak 'slecht beleid' verweten, vooral waar die regeringen geweigerd hebben structurele fouten in de Surinaamse economie te herstellen. Zolang dat niet gebeurt, blijft het modderen en zullen projecten in Suriname niet bijdragen aan een structurele ontwikkeling van het land. Het rapport is, zelfs in haar koele, feitelijke en beschrijvende aard, geen aansporing die ambitie toch te blijven koesteren.

Jeroen Trommelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden