Strijd tussen herinneringen

Wie is het grootste slachtoffer? En wie de grootste dader? Daarover gaat een groot deel van de strijd tussen de Israëli’s en Palestijnen....

Allereerst een waarschuwing. Het onderwerp van dit stuk brengt in de regel Grote Gevoelens met zich mee – zeker aan de vooravond van de Auschwitz-herdenking. Het is niet de bedoeling die emoties te bespelen. Het is wel de bedoeling licht te werpen op een aspect van het Israëlisch-Palestijns conflict, dat wereldwijd verweven is geraakt met het debat over de toekomst van het Midden-Oosten.

Het onderwerp van dit stuk is de holocaust-concurrentie waarin Israël en de Palestijnen verzeild zijn geraakt.

~

Het is allemaal begonnen met twee Catastrofes – een die de Israëli’s in het geheugen gegrift staat, en een die de Palestijnen in het geheugen gegrift staat.

Shoah is het Hebreeuwse woord voor catastrofe, en in het bijzonder de aanduiding voor de massamoord op de zes miljoen Joden in het Derde Duitse Rijk.

Nakba is het Arabische woord voor catastrofe, en in het bijzonder de aanduiding voor de stichting van Israël in 1948 en de vlucht en verdrijving van 700 duizend Palestijnen.

‘De strijd tussen Israëli’s en Palestijnen om land, om soevereiniteit en om overleven gaat voor een belangrijk deel over de vraag: wie is het grootste slachtoffer, en wie dan de grootste dader?’, zegt de Israëlische hoogleraar filosofie Ilan Gur-Ze’ev, verbonden aan de Universiteit van Haifa.

Zijn de Israëli’s de grootste slachtoffers, omdat zij de erfgenamen zijn van 2000 jaar christelijk antisemitisme en de uitroeiing van de Joden door nazi-Duitsland? (En zijn de Palestijnen dan de grootste daders, omdat zij de Israëli’s terroriseren met aanslagen en raketten in de hoop de Joodse staat van de kaart te vegen?)

Of zijn de Palestijnen de grootste slachtoffers, omdat zij in 1948 hebben moeten wijken voor de staat Israël en sinds 1967 in de Gazastrook, de Westoever en Oost-Jeruzalem gebukt gaan onder een militaire bezetting? (En zijn de Israëli’s dan de grootste daders, omdat zij met overweldigend militair geweld de Palestijnen terroriseren en ze het liefst voorgoed op de vlucht zien slaan?)

‘Het is een strijd tussen herinneringen’, zegt Gur-Ze’ev, die al jarenlang publiceert over de ‘dialectiek’ tussen het Israëlische Shoah-discours en het Palestijnse Nakba-discours. ‘De afbraak van het collectieve geheugen van de ander is het doel. Ik zie niet hoe je dat tot een oplossing kunt brengen.’

Het speelt zich af voor het wereldpubliek. De Palestijnen willen de Nakba in het collectieve geheugen van het Westen prenten. Terwijl de Israëli’s de Shoah in het collectieve geheugen van de Arabische wereld willen prenten.

Het is een hallucinatoir schouwspel, waar waan en werkelijkheid stuivertje wisselen. De Amerikaanse schrijver Philip Roth heeft dat al eens in zijn roman Operatie Shylock (1993) blootgelegd na een bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden in 1988.

Het proces van de Israëlische staat tegen John Demjanjuk – die ervan verdacht werd een beul uit het concentratiekamp Treblinka te zijn – liep toen parallel met de militaire processen van Israël tegen de Palestijnse stenengooiers van de eerste intifada. Op een goed moment laat Roth een van zijn personages het volgende zeggen – en Ilan Gur-Ze’ev sluit zich er ‘zonder veel blijdschap’ bij aan.

‘Ja, dacht ik, misschien ligt er aan deze opstand (de eerste intifada, red.) een pathologisch, wanhopig verlangen naar een bloedbad ten grondslag, hun behoefte aan een massamoord, aan bergen afgeslachte lijken die voor de internationale tv definitief aanschouwelijk zullen maken wie er ditmaal de slachtoffers zijn. Misschien zitten de kinderen daarom in de eerste golf, misschien sturen ze er daarom kinderen op af die uitsluitend gewapend zijn met stenen om de vuurkracht van het Israëlische leger uit te lokken, in plaats van de vijand te bestrijden met volwassen mannen.

‘Ja, om te zorgen dat de media hun holocaust vergeten, zullen wij onze holocaust ensceneren. Op de lichamen van onze kinderen zullen de joden een holocaust aanrichten en eindelijk zal de televisiekijker onze situatie begrijpen. Stuur de kinderen er op af en laat de media komen – we zullen die holocaustverkopers een koekje van eigen deeg geven!’

Het is twintig jaar later, de verwoestende oorlog in de Gazastrook tussen Israël en de Palestijnse islamistische beweging Hamas is beëindigd met een fragiel bestand – en de volgende e-mail is via tientallen nieuwsgroepen op internet verspreid:

‘Doen de kleinkinderen van de holocaustoverlevenden uit de Tweede Wereldoorlog de Palestijnen aan, wat nazi-Duitsland hen heeft aangedaan?’, is de vraag boven een collage waarin 40 foto’s van de jodenvervolging naast 40 gelijkende foto’s van de bezetting van de Palestijnse gebieden worden gezet. Het eindigt met Joodse lichamen in een massagraf van een concentratiekamp naast de lichamen van half verbrande Palestijnse kinderen.

De wereldberoemde foto van het Joodse jongetje in het getto van Warschau ontbreekt niet. Met een winterjas aan, een pet op en de handen omhoog wordt hij met zijn familie door Duitse soldaten uit zijn huis verdreven. De begeleidende tekst luidt: ‘Je zult deze zwart-witfoto in Amerika en andere westerse landen vinden in geschiedenisboeken, encyclopedieën, bibliotheken, musea. Het is bedoeld om je te laten sympathiseren met de slachtoffers zodat je hun streven naar gerechtigheid en een nationaal thuis gaat ondersteunen.’

~

De kijk op de holocaust in de Arabische wereld was er aanvankelijk een van ‘het heeft niets met ons te maken’, zegt Esther Webman, verbonden aan de Universiteit van Tel Aviv. Over enkele maanden verschijnt van haar hand From Empathy to Denial (Van inlevingsvermogen naar ontkenning), het eerste historische overzicht van de Arabische reacties op de holocaust.

‘Zeker in Egypte waren ze goed op de hoogte. De kranten daar hadden verslaggevers in Europa, die in 1945 schreven over wat er was gebeurd. De conclusie was dat het een Europese aangelegenheid betrof en niets te maken had met Arabieren of moslims.’

De omslag kwam echter snel. ‘De houding veranderde toen Europese politici besloten om de eerste 100 duizend ontheemde Joodse overlevenden naar Palestina te sturen.’ Vrijwel meteen brachten Arabische intellectuelen de holocaust in verband met het zionistische streven naar een Joodse staat in Palestina. ‘Wij betalen de prijs voor wat de Joden is aangedaan’, was de redenatie. ‘De stichting van Israël zou in hun ogen een schande en een litteken op het gelaat van de mensheid zijn, en een catastrofe voor de Arabische wereld.’

De ontwikkeling van het Arabische discours heeft er in zestig jaar toe geleid dat de slogan ‘Israëli’s = nazi’s’ tegenwoordig een bijna terloops gemaakte analogie is.

De radicalisering is volgens Webman echter gelijk opgegaan met de ‘groeiende invloed’ van de holocaust op het zelfbeeld van Israëli’s. ‘Naarmate het belang van de holocaust voor de Joodse en westerse cultuur toenam, is er grotere weerstand onder Arabieren en moslims ontstaan.’

De Verenigde Naties hebben in 2005 de datum 27 januari uitgeroepen tot Holocaust Herinneringsdag – het is in Israël gevierd als een heuglijk moment van erkenning. Prompt hield het Iraanse regime van president Mahmoud Ahmadinejad een jaar later in Teheran voor het oog van de wereld een Holocaust Conferentie om te onderzoeken of de uitroeiing van de Joden wel daadwerkelijk is gebeurd.

De gevierde Palestijnse dichter Mahmoud Darwish hield in 1998 een grote toespraak bij de 50ste herdenking van de Nakba. ‘Wij willen geen gevangenen van de geschiedenis zijn, of slachtoffers van het verleden’, zei hij toen. ‘Uit de as van ons verdriet en verlies doen we een land verrijzen van leven en hoop.’

Het was een opmerkelijk betoog, dat de sporen droeg van het optimisme van de jaren negentig en het vredesproces met Israël. Maar de tweede intifada – met zijn Israëlische legeroperaties en Palestijnse zelfmoordaanslagen – heeft aan die aarzelende periode van wederzijdse openheid in 2000 een einde gemaakt. Bitterheid heeft sindsdien onder Israëli’s en Palestijnen de overhand.

‘Veel Palestijnen vrezen dat te zeer meevoelen met de Israëli’s kan leiden tot rechtvaardiging van de bezetting’, zegt Sami Adwan, hoogleraar educatie aan de Universiteit van Bethlehem en vanaf de jaren negentig betrokken bij Israëlisch-Palestijnse lesprogramma’s om wederzijds begrip te kweken. ‘Het gevoel is dat de verschrikkingen van de holocaust zo groot zijn dat ze ons eigen lijden overschaduwen.’

~

De officiële toegangspoort tot Israël ligt in de heuvels bij Jeruzalem en heet Yad Vashem. Geen hoogwaardigheidsbekleder van overzee ontkomt eraan zijn reis hier te beginnen, bij ‘de autoriteit voor de herdenking van de martelaren en helden van de holocaust’. Rondleiding en kranslegging zijn inbegrepen.

‘Al onze bezoekers moeten erheen en samen met ons rouwen’, schrijft de Israëlische intellectueel Avraham Burg in zijn boek The Holocaust Is Over – We Must Rise From Its Ashes (2008). ‘Het is een ritueel van de nieuwe Israëlische religie.’

Het minutieuze exposé over de uitroeiing van zes miljoen Joden door nazi-Duitsland eindigt op een balkon dat uitziet over de glooiende hellingen ten westen van de heilige stad. Na de donkere gruwel van de concentratiekampen uit het verleden ontvouwt zich daar in het zonlicht het land van de Joodse toekomst: Israël.

Het is een overweldigende geschiedenis van verlossing na de horror van de gaskamers. In Israël heeft de belofte ‘Nooit Meer’ gestalte gekregen. De krakerige opname van de stem van de vader des vaderlands David Ben-Goerion klinkt nog na. Hij las in 1948 de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring voor.

‘De catastrofe die het Joodse volk onlangs is overkomen – de slachting van miljoenen Joden in Europa – heeft opnieuw duidelijk bewezen dat het probleem van de thuisloosheid moet worden opgelost door de Joodse staat her op te richten in het land van Israël.’

Het Yad Vashem-instituut is ‘een politieke verklaring’, zegt de Israëlische historicus Amos Goldberg van de Ben Goerion Universiteit in Beersheva. Het is het verhaal waarmee Israël zichzelf graag aan de buitenwereld voorstelt. ‘Het is natuurlijk legitiem om de holocaust te presenteren vanuit een zionistisch perspectief. Maar Israël was niet het enige eindpunt van de Joodse ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Veel Joden zijn ook naar andere plekken in de wereld getrokken.’

De oude waarden van het zionistisch-socialistische Israël zijn in de loop van de decennia verwaterd. Het ideaal van de knusse kibboetsgemeenschap, van met vereende krachten bouwen aan een voorbeeldland voor de wereld, is ingeruild voor pragmatisch deelname aan de mondialisering.

De vervaagde grenzen hebben alom identiteitsvraagstukken met zich meegebracht, en ook in Israël. ‘De holocaust was niet dé rechtvaardiging voor de stichting van Israël’, zegt Gur-Ze’ev. ‘Maar van alle waarden uit de zionistische educatie is het de enige die is overgebleven. De trip naar Auschwitz in de hoogste klassen van de middelbare school is de kiem voor de saamhorigheid in de samenleving. Daar ervaren jongeren wat hen als Israëli’s bindt.’

~

En zodoende is de stand van zaken, terwijl de rook van de Gaza-oorlog nog nauwelijks is opgetrokken, als volgt.

‘De zionistische holocaust in Gaza’, staat als slogan op de PalTube-website, een plek waar Palestijnse filmclips over de Israëlische bombardementen op de Gazastrook zijn te zien. De site wordt gerund door Hamas. De islamistische beweging kwam als de grootste Palestijnse partij uit de bus bij de parlementsverkiezingen van 2006. Weinig wijst er vooralsnog op dat de islamisten drastisch aan populariteit hebben ingeboet.

De omlijsting van de holocaustleus bestaat uit een vlammenzee die twee Palestijnse kinderlichamen lijken te verschroeien. Hun gezichten zijn vertrokken in grimassen van pijn en wanhoop. ‘Gaza staat in brand – je moet je schamen’, staat er nog in het Engels bij als boodschap aan de westerlingen.

Israëlische ministers hebben Hamas tijdens de Gaza-oorlog gelijkgesteld met het terreurnetwerk Al Qa’ida en de Afghaanse Taliban. Zij zijn de laatste jaren in het Westen ook wel ‘islamofascisten’ zijn genoemd.

De zangeres Noa, die Israël over een paar maanden vertegenwoordigt bij het Eurovisie-songfestival, schreef een open brief aan de Palestijnen in de grootste Israëlische krant Yedioth Ahronot. Ze probeerde hen ervan te overtuigen dat Hamas ook hun vijand is.

‘Ik kan’, schreef ze, ‘alleen maar wensen voor jullie dat Israël het karwei afmaakt waarvan we allemaal weten dat het moet gebeuren. En dat jullie eindelijk worden verlost van dit kanker, dit virus, dit monster dat fanatisme heet, en vandaag luistert naar de naam Hamas.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden