Strafrecht helpt tegen stalkers

Volgens Bart van Klink en Lambèr Royakkers worden de meeste stalkers gedreven door amoureuze en seksuele motieven en daarom is psychiatrische hulp de beste aanpak....

IN HUN Forumbijdrage van 24 juni plaatsen Lambèr Royakkers en Bart van Klink vraagtekens bij een strafrechtelijke aanpak van stalking. Hun kritiek is een reactie op het initiatiefwetsvoorstel dat drie Kamerleden van PvdA, VVD en D66 op 5 mei bij de Tweede Kamer hebben ingediend.

Stalking, wij noemen het in de voorgestelde wettekst 'belaging', krijgt als maatschappelijk verschijnsel de laatste jaren veel aandacht. In feite is het een probleem, dat al lang speelt.

Kenmerk van belaging is dat het slachtoffer wordt opgejaagd door allerlei activiteiten, die de belager ontplooit. Het kan bijvoorbeeld gaan om achtervolgingen, telefoonterreur, ongewenst bestellen van goederen, plaatsen van overlijdensadvertenties, posten voor het huis of de werkplek etc.

De belager moet deze activiteiten stelselmatig verrichten, zonder dat hij daartoe het recht heeft (zo valt een deurwaarder niet onder de strafbepaling) en hij moet daarmee iets van het slachtoffer willen afdwingen (bijvoorbeeld contact) of het slachtoffer bang willen maken.

Royakkers en Van Klink gaan van een aantal onjuiste veronderstellingen uit. Zo zouden belagers doorgaans op grond van amoureuze en/of seksuele motieven tot hun daden komen. Er zijn echter veel zaken bekend, waarin dit soort motieven geen enkele rol spelen.

Een paar voorbeelden:

Een bankmedewerker weigert een krediet omdat de aanvrager niet voldoende zekerheid kan bieden dat de gevraagde lening kan worden terugbetaald. De aanvrager gaat de bankmedewerker terroriseren. Die situatie heeft meer dan twaalf jaar geduurd.

Een gemeente-ambtenaar weigert een vergunning. De aanvrager belaagt de ambtenaar inmiddels al meer dan tien jaar, zowel thuis als in het gemeentehuis. Een advocate staat haar cliënte in een kort geding tegen de belager bij. Vervolgens wordt de advocate op haar kantoor en thuis belaagd. Ook haar familieleden moeten dezelfde behandeling ondergaan.

Een huisarts krijgt een conflict met een patiënte en wordt vervolgens jarenlang in ernstige mate door haar lastiggevallen.

Zowel in gevallen van belaging, ontstaan door arbeidsconflicten, als in gevallen waaraan een (vroegere) intieme relatie ten grondslag heeft gelegen, zou je op het eerste gezicht zeggen dat bij alle belagers wel een steekje los zit en dat zij psychiatrisch behandeld zouden moeten worden. Toch staan veel belagers midden in het maatschappelijk leven, en ziet hun omgeving niet aan hen af dat zij zich met dit soort praktijken bezig houden. Zelf zijn zij niet bereid vrijwillig hulp te zoeken. De initiatiefnemers van PvdA, VVD en D66 hebben moeten constateren dat psychiaters er in het algemeen weinig voor voelen om belagers gedwongen in een psychiatrisch ziekenhuis op te nemen.

Intussen blijft het terroriseren doorgaan en wordt het slachtoffer er gek van. In het initiatiefwetsvoorstel breken wij een lans voor een integrale aanpak van stalking. Er zou veel meer moeten worden ingezet op een bemiddeling tussen stalker en slachtoffer. Door het probleem van de belager serieus te nemen en hem samen met het slachtoffer onder leiding van een deskundige derde in contact te brengen, kan soms veel onvrede worden weggenomen. Helaas willen weinig belagers aan conflictbemiddeling meewerken. Het is dan voor de wetgever een kwestie van kiezen. Laat je het slachtoffer gevangene in eigen huis blijven of draai je de rollen om en laat je de belager opsluiten.

Wij vinden dat het strafrecht als laatste redmiddel niet gemist kan worden. Als stok achter de deur kan het zijn werk doen. Maar het kan ook creatief toegepast worden. Een rechter krijgt de vrijheid een straf op te leggen, die is toegesneden op de individuele omstandigheden van het geval, en die maximaal drie jaar celstraf kan inhouden. De rechter kan bijvoorbeeld een voorwaardelijke gevangenisstraf uitdelen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat de belager in therapie gaat en geen contact opneemt met het slachtoffer.

Mocht de belager zich niet aan de opgelegde voorwaarden houden, dan kan hij alsnog in de gevangenis worden opgesloten. In elk geval heeft het slachtoffer dan rust. Blijkt de stalker na het uitzitten van de gevangenisstraf opnieuw in zijn oude fouten te vervallen, en helpt niets anders, dan hangt hem een nieuwe strafzaak boven het hoofd.

Belaag de belager dan maar met het strafrecht, zodat het slachtoffer vrijheid krijgt.

Royakkers en van Klink waarschuwen ervoor dat de term 'inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van een ander' erg vaag is. In Groot-Brittannië vallen ongeoorloofde demonstraties onder het stalkingsartikel, terwijl dat niet de bedoeling was. Van de Britse ervaring hebben wij geleerd. Daarom hebben wij aangesloten bij art. 10 van de Nederlandse Grondwet.

Nu het door ons voorgestelde artikel in het wetboek van strafrecht staat in het deel dat de misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid regelt, dreigt er geen gevaar dat demonstraties er onder vallen. De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer kan thuis of elders worden geschonden. Een demonstratie tegen de overheid of een bijzondere vorm van actie, gericht tegen het beleid van een bedrijf, valt niet onder de reikwijdte van ons artikel. De belaging dient immers stelselmatig plaats te vinden en gericht te zijn tegen een bepaald persoon om van deze iets af te dwingen dan wel hem bang te maken.

Daarnaast geldt als veiligheidsklep dat de gedragingen wederrechtelijk moeten zijn en inbreuk moeten maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

Zodra de belager zich schuldig maakt aan fysieke mishandeling of vernieling of bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, dan kent de wet specifieke artikelen, die dat gedrag strafbaar stellen.

Er is dus geen noodzaak om vrouwenmishandeling apart strafbaar te stellen, zoals Royakkers en van Klink voorstellen. Dat heeft de wetgever al geregeld. En gewone pesterijen vallen niet onder de reikwijdte van het artikel, tenzij uit gedragingen blijkt dat zij in stalking uitmonden.

Royakkers en Van Klink gaan er vanuit dat een opgelegde straf averechts werkt op de belager. Hij zou wel eens op wraak kunnen zinnen en overgaan tot slimmere manieren van belaging. Dat is vanzelfsprekend geen reden voor de wetgever om niet tot strafbaarstelling over te gaan. Bij andere misdrijven, zoals fysieke mishandeling, wordt toch ook niet zo geredeneerd?

Bij stalking hoort dat niet anders te zijn. Stalking is immers te zien als psychische mishandeling met voorbedachten rade en stelselmatig gepleegd.

Boris O. Dittrich is Tweede Kamerlid voor D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden