Straatwijze socioloog

’s Avonds staat hij met zijn Marokkaanse vrienden op straat, overdag benadert Iliass Elhadioui ze wetenschappelijk. ‘Ik onderzoek hoe deze jongeren uitgesloten worden.’ Eerste aflevering van een reeks interviews met promovendi....

‘We wonen hier al dertig jaar en nu komen zij onze wijk verpesten.’ Dit zei een Marokkaanse vrouw over Koerdische jongens die in de Burgemeesterswijk van Maassluis ’s avonds op straat lawaai maken.

Voor de sociologiestudent – en buurjongen van deze Marokkaanse vrouw – Iliass Elhadioui (23) was het de aanleiding om zijn afstudeerscriptie te wijden aan een wijkonderzoek met de veelzeggende titel: Hoe buitenstaanders gevestigden werden. Inmiddels is Elhadioui begonnen aan een promotieonderzoek aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Het onderwerp daarvan: sociale uitsluiting en desidentificatie van Turkse en Marokkaanse jongeren in Rotterdam.

Verklaar je stelling.

‘Desidentificatie is een wetenschappelijke term die al een aantal jaren in de VS wordt gebruikt. Je kunt het ook ‘emotionele distantie’ noemen. Je hebt het besef: ‘ik hoor erbij, ik ben onderdeel van de maatschappij’ en vervolgens ontdek je dat je er helemaal niet bij hoort. Het gevolg is dat je je emotioneel gaat verwijderen van die maatschappij.

‘Een voorbeeld? In de VS behandelen veel docenten zwarte leerlingen anders dan blanke. Zo van: ‘je zult het wel niet weten, maar ga je gang’. Daar gaat niemand beter van presteren. Ik wil kijken in hoeverre dat in Nederland ook gebeurt met kinderen van migranten. En als er dan sprake is van desidentificatie, wat zijn dan de gevolgen? Krijgen we Franse toestanden of gaan mensen overcompenseren door bijvoorbeeld drie studies te doen?

‘Ik ga onderzoeken of deze jongeren uitgesloten worden, enerzijds sociaal economisch – dus: in het onderwijs, bij stageplaatsen en op de arbeidsmarkt – en anderzijds in het ‘alledaagse’ – dus: op straat, tijdens het uitgaan, door de politiek en in de media.’

Waarom promoveren?

‘‘Ik ben er altijd een beetje ingerold. Ik kijk om me heen en denk: daar gebeurt wat, daar wil ik meer van weten. Eigenlijk wilde ik psychologie studeren, maar ik belandde op een open dag in de verkeerde zaal. Het werd sociologie. Als student had ik een bijbaantje als vakkenvuller bij de Lidl, tot een docent vroeg of ik student-assistent wilde worden. Voor mijn scriptie werkte ik mee aan een project van de woningbouwcorporatie. Ik vind ook dat je dankbaar moet zijn voor de kansen die je krijgt. Ik doe graag iets terug voor de maatschappij.’

Wat is jouw meerwaarde?

‘Op de universiteit vinden ze mijn ideeën soms vernieuwend. Omdat ik én wetenschapper ben én ook ’s avonds op straat kan staan met vrienden. In een wijk waar andere sociologen vaak alleen over schrijven, maar zelf nooit komen, laat staan wonen. Ik heb de mogelijkheid om een socioloog van de straat te zijn. Ik moest echt loskomen van het onderwerp om er als wetenschapper naar te kunnen kijken. Dat was wel even moeilijk.’

Hoe gaat je onderzoek de maatschappij veranderen?

‘De jeugdwerkloosheid ligt op 40 procent, de schooluitval is hoog en er is veel criminaliteit. Mijn vraag is: wat is dat, wat gaat er gebeuren, waar gaat Nederland naar toe? Daar kan ik over drieënhalf jaar wetenschappelijk uitspraken over doen.

In de grote steden zal er de komende jaren een stille revolutie plaatsvinden binnen de bestaande instituties: het onderwijs, de arbeidsmarkt en op sportverenigingen. De instituties zullen minder blank worden. De vraag is: vindt iedereen een eigen plek, ongeacht achtergrond, of ontstaat er sociale uitsluiting?

Al een aio-crisis gehad?

‘Meteen aan het begin, maar dat schijnt vrij standaard te zijn. Dan overzie je die vier jaar niet direct. Ik ben ook altijd met mijn onderwerp bezig: de scheidslijn tussen wat werk is en wat niet, is soms niet helder.

Maar ik geniet juist ook van de grote vrijheid en ik kan goed tegen het alleen-zijn, ik doe er veel naast.

Ik schrijf en debatteer veel over aanverwante onderwerpen. Ik meng me in het debat over Marokkaans ‘hangjongeren’. We hebben het steeds over Marokkaanse jongens, maar eigenlijk zijn die jongens helemaal niet zo Marokkaans. Deze jongen zijn juist losgeraakt van gezin, school en moskee; de traditionele instanties die mensen opvoeden, ondersteunen, waarden en normen meegeven en ze helpen verder te ontwikkelen. Ze leven op straat, er is geen band met Nederland én niet met Marokko. Ze groeien op in een klassieke gettocultuur, waar alles draait om mooie auto’s, snel veel geld verdienen, vrouwen, geweld en brutaliteit.

‘Daar is maar één oplossing voor: op lokaal niveau moeten succesvolle mensen uit de eigen gemeenschap een voorbeeldrol op zich nemen. Dat zijn ze niet verplicht, maar het is wel het meest effectief. Dat zag ik ook bij een project bij ons in de wijk, dat ik een aantal jaar geleden geanalyseerd heb. Ik geloof niet in een integratie-industrie op nationaal niveau.’

Kun je op feesten en partijen over je onderzoek vertellen?

‘Ik vertel over mijn onderwerp aan mijn ouders, in het Marokkaans Berbers. Als zij het interessant vinden, zit ik nog op een goed spoor, denk ik dan.’

Al nagedacht over: wat hierna?

‘Ik geef ook colleges. Lesgeven is het leukste dat er is, dat wil ik altijd blijven doen. Maar wel erbij. Alleen maar lesgeven lijkt me te saai.

‘En ik vind mijn onderzoek geweldig, maar ik wil niet altíjd met ‘allochtonen-onderwerpen’ bezig blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden