Stoppen Jop, dit is het moment; eruit, voor je naar beneden lazert

Terug naar het jubeljaar 2000. Het geld kan niet op, de beursindex AEX slaat alle records. Maar de ontnuchtering volgt met ‘11 september’ en de moord op Fortuyn....

In partycentrum Pruim in Zevenhuizen stond Jop van De Bus oog in oog met het begin van het einde van Jop van De Bus. Hij was net klaar, en had met Jij bent de zon Pruim laten zweten. Het zat er gelukkig weer op, met zo’n rottig optreden waarvoor hij telkens zijn nagels afkloof. Hij liep de kleedkamer uit.

‘Hee Arne, succes man’, zei hij met opgestoken duim, tegen de zanger van de hit uit 1972, Meisjes met rode haren. En toen zag hij dat de zaal was leeggestroomd. Hij liep nog naar hem toe en zei: ‘Arne, zet ’m op, de volgende keer heb je echt weer volle bak.’

Zielig – dat was het woord dat het eerst bij Jop opkwam.

Hij slenterde naar zijn auto, en daar was de leeggestroomde zaal. Honderden schreeuwende mensen stonden om zijn wagen, wachtend op hem, voor een handtekening en een foto.

‘JOPPPPIEEE! TOPPPIEEE!’

Hij keerde zich om, liep het partycentrum in, en ging op de rand van het podium zitten, zonder iets te zingen, en Arne had weer een volle zaal. Jop hoefde alleen maar op de rand van het podium te gaan zitten – zo ver had hij het dus gebracht.

Dit ben ik, dacht hij, kijkend naar de zingende Arne Jansen. Als ik te lang doorga, word ik zo. Ik moet, hier en nu, een beslissing over mijn toekomst nemen, ging er door zijn hoofd.

Wil ik zo worden? Nee, ik wil niet zo worden.

Hij stapte in zijn Audi TT – hè, hè, eindelijk alleen – en sprak zichzelf toe: Zie mij nou, Jop uit Oost-Knollendam. De wereld aan je voeten. Maar hoe lang nog? Stoppen Jop, dit is het moment. Je bent omhoog geduwd, voor het moment dat je naar beneden lazert, moet je eruit.

Jop – Jop Nieuwenhuizen – was er klaar mee. Hij was kapot. Nu, hier aan het begin van 2003, zat het jaar 2000 er eindelijk op. Volgend jaar hebben de mensen weer een nieuwe flippo, anders kon hij zichzelf niet zien. Hij was een eendagsvlieg die iets langer mocht doorvliegen.

Soms droom ik dat jij

Er niet meer zal zijn

Dat ik alleen ben

Alleen en heel klein

Hij was een jongen met een schriftje, uit Oost-Knollendam. Zijn vader was directeur van een scheepswerf, en hij een nakomertje. Dat schriftje, daar begon hij mee op zijn vijftiende, en bevatte een telkens aangepaste lijst Slechte Eigenschappen. Als je iets opschrijft, kun je er wat aan doen. Hij moest doelen stellen, rechtstreeks naar dat doel toe werken en nooit afdwalen. Alles heeft een opbouw.

Hij zag bijvoorbeeld zijn vrienden elk weekend zuipen, en achter de wijven aan gaan. Hij dacht: hee, ik ga ergens achter de bar staan, want dan kun je gratis meedrinken, beetje lullen met de grietjes, en krijg je nog geld toe ook.

Hij hoorde van een koffiekar, die hij op een Amsterdamse markt kon overnemen. Hij zag potentie, met die 80 stallen. Daar moest hij wat van kunnen maken, helemaal van zichzelf. Plannen, inkoop, verkoop, uitstraling, praatje pot. Toen hij eenmaal wist hoe het werkte, was hij er klaar mee. Cashen met die handel.

Skileraar wilde hij worden. ‘Dat ga je niet halen’, zei Nieuwenhuizen sr tegen zijn 19-jarige zoon. De rechtse populist Jörgen Haider had het in Oostenrijk voor het zeggen, en die wilde geen buitenlandse skileraren. Maar vader had wel een baantje voor hem, om zijn opleiding en verblijf te kunnen financieren, het meest kutterige baantje dat er op de scheepswerf voor de zoon van de baas was te bedenken: boten teren, in de hitte. Jop snapte de boodschap: niks komt je aanwaaien in je leven, buffelen zul je.

Hij werd skileraar, bijna een jaar. Kwam terug in de Zaanstreek, en zag dat er geen reet was veranderd in zijn omgeving: voetballen stappen, biertje drinken. Wegwezen, nu naar Australië.

Hij werd duikleraar, bijna een jaar. Kwam terug in de Zaanstreek, en zag dat er geen reet was veranderd in zijn omgeving: voetballen stappen, biertje drinken. Wat is dit? Is dit een leven?

Klein en onzeker

Onzeker en bang

Bang voor de toekomst

Maar dat duurt nooit lang

Zijn kroegbaas zag een trailer voorbij komen van een nieuw televisieprogramma: De Bus, hel of goudmijn. De hoofdprijs was 1 miljoen gulden. Slogan: ‘De Bus... je zal er maar inzitten!’

‘Dit is wat voor jou’, schreeuwde de kroegbaas uit, die geheel verslingerd was aan Big Brother, de reallifesoap die in 1999 van start was gegaan. Hij werd geselecteerd. Hij kreeg een lijst met diepzinnige vragen. Hij moest op gesprek.

Daar zat hij in Hilversum, met een bouwlamp op zijn kop, voor een panel. ‘Ja, doei’, dacht hij, ‘ik ga jullie dollen, ik pak jullie voordat jullie mij pakken, met je poppenkast.’

Vraag van het panel: ‘Je hebt twee vrienden en die twee krijgen ruzie. Wat ga je doen?’

Jop: ‘Ik kies voor één vriend, toch de leukste, en we schelden samen die andere uit voor tyfuslijder.’

Het panel zat hem ademloos aan te staren. Jop ging in De Bus, begin 2000, met tien anderen, hetgeen sinds 14 februari was te volgen. Hier was hij dus terechtgekomen, in een luxe dubbeldekker van 18 meter lang, 2,5 meter breed en 4 meter hoog. Hij had A gezegd, ze hadden ’m contracten laten tekenen, hij had besprekingen gehad met de redactie, en ze hadden hem doorgelicht.

Hij was nu Jop van De Bus en verwachtingen, die had hij niet. Ik zie het wel, ze bekijken het maar, ik heb maling aan de rest – was zijn levenshouding én zijn tactiek, daar was hij eerlijk in.

Hij was tevreden met wie hij was, hij was het schriftje dat hij als ventje bijhield echt niet vergeten. In zijn hoofd stapelden de wandtegelwijsheden zich op: het leven gaat niet sneller, als je je laat beheersen door slechte gedachten. Ben je positief, dan trek je geen ongeluk aan.

Daar ging De Bus, in een colonne vrachtwagens door Nederland, een heel circus. Hij keek zijn ogen uit, als 21-jarige. Wie kon lachen, lachte met Jop mee, in De Bus.

Jop kreeg verkering in De Bus met Antonette van De Bus. Hij kon in De Bus, voor het oog van de camera, niet afblijven van de kapster. Hij werd zelfs verliefd. Die keer met die ADO Den Haag-supporters, dat was heftig. Die verkleedden zich als brandweermanmen om bij De Bus te komen, en belaagden De Bus met lawinepijlen. Begeleid door de Mobiele Eenheid werd De Bus afgevoerd, met hoge snelheid over de snelweg.

Jop steeg in populariteit. Het besef van de impact van het programma kwam voor het eerst toen hij een afgezette en afgeschermde supermarkt bezocht. Honderden mensen drukten hun gezicht op de winkelramen, totdat een van de ramen het niet meer hield, en Jop werd belaagd. Hij moest door veiligheidsmensen worden gered.

Op een dag kreeg hij te horen dat hij zich moest vervoegen bij de programmaleiding. Er was paniek, al een paar dagen lang, achter de schermen. ‘Jop, je hebt gelogen, je hebt wel een strafblad’, hoorde hij.

‘Ja, maar, ik was toen 16’, zei hij, ‘en ik kan het uitleggen. Er waren na sluitingstijd twee jongens die een meisje afranselden, en toen ben ik tussenbeide gekomen, want ik kan niet tegen onrecht. Ja, toen ik dat kettingslot in mijn nek kreeg, werd ik blind van woede, en heb ik een van die gasten bewusteloos geslagen. Maar ik ben blij dat ik het heb gedaan, al ben ik veroordeeld, want ik heb wel dat meisje gered.’

SBS6-directeur Fons van Westerloo en producent John de Mol hadden besloten dat Jop uit De Bus moest.

Zijn moeder huilde aan de telefoon, en zijn moeder huilde nooit. Wat is er aan hand, moeder, waarom huil je? Al twee dagen werd ze belaagd door de media. Ja hallo, toen was het dus gedaan. Tot ziens. De mazzel.

In De Bus legde hij op 6 april 2000 een verklaring af, die door 1,4 miljoen mensen werd bekeken. Ja, huilend, hij, Jop. Want hij moest aan zijn moeder denken, en aan zijn verkering Antonette, en aan die twee overweldigende maanden in die kleine wereld.

Toen was Jop uit De Bus, maar De Bus was niet uit Jop. Hij dacht weer gewoon aan het werk te gaan in de kroeg – dat ging niet. Hij dacht gewoon over straat te lopen – onbegonnen werk. Tweehonderd man liepen een winkel binnen als hij een winkel binnenliep.

Jij bent de zon, jij bent de zee

Jij bent de liefde, ga met me mee

Toen belde Wim Franke, artiestenmanager uit Eelde. Dat liedje, Jop, dat jij in De Bus zong voor Antonette, dat wil ik met jou opnemen. Het was in België een grote hit geweest voor Bart van den Bossche als Ga met me mee, maar voor Jop zag hij veel hitpotentie in Nederland.

Na een avond stappen zong hij het in, terwijl hij echt niet kan zingen.

Jop ging los, en begon aan een snelkookpantoer, een grote roes. Hij ging voor nummer één, wilde Bon Jovi van de troon stoten. Zes winkeloptredens deed hij per dag, om de verkoop op te stuwen. Hij sliep in de auto, leefde uit drie verschillende koffers: een gele, een blauwe en een rode. Uiteindelijk knalde hij over It’s my life van Bon Jovi heen, bleef vier weken nummer één in de Top 40 en scoorde goud en platina.

Wat volgde, was een niet meer na te vertellen gekte. Hij werd achterna gezeten door het hele land, bestormd door juichende menigten, op het schild gezet door hysterische media. Van die doldwaze dagen weet hij zich eigenlijk nog maar een uurtje te herinneren. En als hij daar te lang bij stilstaat, bij dat uurtje, is er onmiddellijk hoofdpijn.

Meestal ging het zo, twaalfhonderd keer achter elkaar: een doodnerveuze Jop vóór het optreden, een hel op aarde, kruisjes slaand voor hij het podium opliep. Vooral bang om te falen, dat er opeens niemand mee zou doen. Dan zei hij, gierend van de adrenaline: ‘Ik kan niet zingen, weet niet wat ik hier doe, maar ik kan wel een feessie bouwen.’

KNALLE!

En dan kreeg hij een golf bier over zich heen, deed hij een mentale dubbele flikflak, zong hij vijf nummers, en twee daarvan waren zijn hit.

Dit kon niet lang duren, hij dacht het heel vaak. Een normale artiest bouwt iets op, werkt heel langzaam, maar hij stond er opeens in 2000, en dan ook nog met een nummer één-hit. Hij probeerde zichzelf te beschouwen vanaf een afstand, probeerde de gekte om hem heen te relativeren. Hij was maar een fenomeen, en meer niet.

2000 was een moordjaar, maar het moest een keer stoppen, dan maar voor de val.

Hier in zijn bar-dancing De Koets in Zeist, waar hij nu op de Chesterfieldbank zijn verhaal doet, stak hij in 2003 al zijn artiestenbanden in de fik, nadat hij een half jaar eerder demonstratief zijn agenda had dichtgeslagen. Hij dronk er een glas champagne bij. Er was geen weg meer terug.

Hij heeft nooit meer gezongen, en het nummer wordt nooit in zijn zaak gedraaid, daar waakt hij voor, inmiddels vader van een gezin.

Jop van De Bus wil graag van Jop van zichzelf blijven.

Soap van het leven
Na het succesvolle begin van Big Brother in 1999, volgde een oneindige reeks varianten op de reallifesoaps. In 2000 werd Big Brother een internationale hit voor producent John de Mol. Bekende Nederlandse voorbeelden waren in dat jaar: De Bus, Geboeid en Meiden van 5. Het idee was telkens hetzelfde, alleen de setting varieerde: gewone mensen werden 24 uur per dag gevolgd door een batterij aan camera’s, en konden elkaar wegstemmen, of door kijkers worden weggestemd. Mensen die in principe niets meer presteerden dan dan zich te laten bekijken door televisiekijkers, groeiden uit tot mediafenomenen en Bekende Nederlanders, en konden veel geld verdienen.

Big Brother was ontleend aan de uitspraak Big Brother is watching you, uit George Orwells toekomstroman 1984, gepubliceerd in 1949. Ook kent het concept een voorganger in de film van Peter Weir, The Truman Show, waarin het televisieleven van Truman (Jim Carrey) wordt gevolgd.

De Bus, uitgezonden door SBS 6 en eveneens geproduceerd door John de Mol, draaide om een dubbeldekker die door Nederland toerde. Het programma kampte met veelbesproken affaires, zoals rond een agressieve en afgekochte Bosnische deelnemer genaamd Seki, het strafblad van deelnemer Jop, de aanval van ADO Den Haag-supporters en de vlucht naar België en Duitsland. Uiteindelijk won de toenmalige geliefde van Jop, Antonette Sterrenburg, De Bus. De 24-jarige kapster uit Woudrichem ontving 1 miljoen gulden bruto voor haar verblijf van vier maanden in De Bus. Jop, die na twee maanden De Bus moest verlaten, scoorde in de zomer van 2000 een nummer één-hit met Jij bent de zon.

Zomerserie over 2000, het jaar van de hoogmoed | Volgende keer Mattias Duyves Dansen op de vulkaan

Joost fotografeert deze serie, niet zijn close portretten, maar met meer omgeving!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.