Stop het verval, blijf bewegen

Wat moet je doen en laten om het geestelijke en fysieke verval uit te stellen? Naar antwoorden wordt naarstig gezocht....

Door Ellen de Visser

Wie iets wil begrijpen van ons ouder wordende lijf, kan niet om Darwin heen. Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde aan het Leidse LUMC, zal over twee weken, bij het uitspreken van de Diësrede, wijzen op het verband tussen verouderingsonderzoek en de evolutieleer. ‘Na je 40ste ben je overbodig. Dat is twee keer de generatietijd: de kinderen zijn volwassen en redden zichzelf. Je ziet het aan alles. Wanneer komt de leesbril? Wanneer kun je niet meer gaan hardlopen zonder warming-up? Rond je 50ste word je daar voor het eerst depressief van.’

Biologisch gezien begint het verval inderdaad vanaf je 40ste, zegt Gerald de Haan, hoogleraar stamcelbiologie in het Groningse UMCG. Door de celdelingen gaan cellen slijten en maken ze foutjes. Het brein kan zich niet onttrekken aan de sloop, zegt hoogleraar klinische neuropsychologie Erik Scherder (Alzheimer Centrum – VUmc). Een verminderde stofwisseling in de zenuwcellen kan de cognitieve functies aantasten.

Geen rooskleurig vooruitzicht nu de bevolking vergrijst en de kosten van de gezondheidzorg stijgen. Dat verklaart de mondiale belangstelling voor healthy ageing, een term uit Amerikaanse koker die al het onderzoek omvat naar gezond ouder worden.

Tal van westerse landen hebben een healthy ageing-programma opgezet. De acht academische centra in Nederland werken sinds kort samen in het TopInstituut Gezond en Succesvol Ouder Worden (Ti-GO). Het Groningse UMCG heeft veroudering tot belangrijkste thema verheven en het International Ageing Center opgericht. Binnenkort wordt begonnen met de bouw van Eriba, een Europees instituut voor onderzoek naar de biologie van veroudering. ‘We werven nu internationale topwetenschappers’, aldus De Haan.

Wat te doen en wat te laten om de fysieke en geestelijke achteruitgang uit te stellen? Dat is de vraag waarover onderzoekers zich overal ter wereld buigen. Dat gezond eten en genoeg bewegen verouderingsziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en kanker kunnen tegengaan, hoeft geen betoog meer. Gerontoloog Westendorp draait het vraagstuk liever om door te zoeken naar de oorzaken van gezondheid. Natuurlijk speelt het kanselement een rol, benadrukt hij. ‘Veel mensen worden oud omdat ze mazzel hebben – onderschat dat niet. Je moet niet onder de tram lopen.’ Maar er is méér: ‘We weten dat er families zijn waar relatief veel ziekten voorkomen. We herkennen nog te weinig de families waar meer dan gemiddeld géén ziekten optreden.’

Broers en zussen
Leidse onderzoekers reisden heel Nederland af om die families op te sporen. Aan hun LangLeven-studie doen nu 450 broers en zussen van boven de 90 mee, en hun kinderen – 60’ers en 70’ers. Die kinderen, zegt Westendorp, doen het qua gezondheid aanmerkelijk beter dan hun partners, de controlegroep in het onderzoek. ‘Dat kan alleen genetisch bepaald zijn.’

Het heeft met weerstand te maken, legt hij uit. ‘Verouderen is schade. Er zijn mensen die beter met die schade kunnen omgaan, die alle klippen in het leven weten te omzeilen. Die krijgen geen hartinfarct op hun 50ste, geen aneurysma op hun 60ste, geen beroerte op hun 70ste en geen dementie op hun 80ste, en ook nog eens geen kanker tussendoor.

‘Als we bij hen huidcellen afnemen en die in het laboratorium wat gaan pesten, zodat ze gestresst raken, dan blijken ze veel weerstand te hebben. Aan die cellen zien we wat zich overal in hun lijf moet afspelen.’

Het geheim zit deels in een betere stofwisseling, denkt Westendorp: ze verbranden suikers en vetten beter. ‘Waar de sleutel ligt, is nog onduidelijk. De lever is het niet, hebben we ontdekt, we moeten vermoedelijk naar de periferie, naar het spierweefsel.’

In Groningen moeten antwoorden komen uit de grootschalige cohortstudie Lifelines, waaraan 165 duizend inwoners van de drie noordelijke provincies meedoen. Drie generaties worden dertig jaar lang ondervraagd over voedingsgewoontes, bewegingspatroon en leefomstandigheden. Hoeveel informatie zulke studies opleveren, toont het Rotterdamse ERGO-onderzoek naar verouderingsziekten, bij vijftienduizend ouderen. ERGO, dat twintig jaar bestaat, heeft al honderd promoties en duizend wetenschappelijke publicaties opgeleverd.

Bij de zoektocht naar oorzaken en oplossingen moeten lichamelijke en geestelijke veroudering samen worden onderzocht, meent Westendorp. ‘Schade aan het lijf raakt ook de hersenen. En een aangetast brein betekent fysieke achteruitgang: het brein regelt temperatuur, eetlust en bloeddruk.'

Toch is er een verschil tussen lijf en brein, zegt neuropsycholoog Scherder. Net als de rest van het lichaam is een deel van de hersenen gevoelig voor slijtage: zo neemt de denksnelheid bij het ouder worden af en wordt het lastig om nieuwe dingen te leren. Maar over het algemeen is veelvuldig gebruik juist goed. Scherder beschrijft dat in studies als use it or lose it.

De prefontale cortex, betrokken bij tal van cognitieve functies, moet ‘probleemoplossend’ blijven werken om te functioneren, legt hij uit. Dat hersendeel regelt functies als als plannen, initiatief nemen en flexibiliteit. ‘Daar zit uw zelfstandigheid’, zegt hij altijd als hij lezingen geeft voor ouderen.

Met hersenspelletjes voor de computer kunnen zij hun cognitieve vaardigheden trainen, mits dat hun genoeg prikkelt. Veel beter is het, zegt Scherder, sociaal en lichamelijk actief te blijven.

Hij is dan ook blij met een verhoging van de AOW-leeftijd tot 67. ‘Het slechtste wat je voor je brein kunt doen, is op je 60ste achter de hengel gaan zitten.’

Verbluffende cijfers
Die hengel staat ook in een ander opzicht garant voor geestelijke achteruitgang. Deze week verschenen weer twee studies in de JAMA die aantonen dat ouderen die vaak bewegen, niet alleen lichamelijke ziekten kunnen bedwingen, maar ook hun cognitieve functies kunnen verbeteren. De Amerikaanse hoogleraar neuropsychologie Arthur Kramer, verbonden aan de Universiteit van Illinois, komt met verbluffende cijfers: epidemiologische onderzoeken tonen aan dat actieve ouderen 30 tot 50 procent minder kans hebben op de ziekte van Alzheimer. ‘Bewegen leidt tot een betere doorbloeding van de hersenen en verhoogt de concentratie neurotrofinen. Er ontstaan nieuwe verbindingen tussen cellen, zelfs nieuwe zenuwcellen.’

Kramer geldt als de leermeester op het gebied van bewegen en cognitie. Het verslag van een van zijn eerste klinische onderzoeken, dat hij in 1999 in Nature publiceerde, is sindsdien honderden keren geciteerd. Hij liet een groep inactieve ouderen zes maanden lang regelmatig wandelen en stelde vast dat zij daarna veel beter in staat waren om uitvoerende taken te doen.

De Amerikaanse hoogleraar kwam deze week naar Nederland op uitnodiging van de jubilerende Groningse faculteit bewegingswetenschappen en sprak op Schiphol gedreven over het onderzoeksterrein dat hem al vijftien jaar fascineert. Zeker twee keer per week praat hij met journalisten om zijn boodschap te verkondigen: ‘Je hoeft geen marathons te lopen, je hebt alleen een paar schoenen nodig om naar buiten te gaan.’

Veel vragen zijn nog onbeantwoord, erkent hij. Wat er precies in de hersencellen gebeurt als het lijf gaat bewegen, is tot nu toe alleen bij dieren vastgesteld. Het effect van training op het brein blijkt bovendien afhankelijk van veel factoren (eetgewoontes, lichamelijke ziekten, genetisch profiel), maar hoe zwaar die tellen is onduidelijk. Verder: op welke leeftijd moet je met sporten beginnen, hoe vaak moet je bewegen, heeft het zin nog te beginnen als de dementie al heeft toegeslagen, wat gebeurt er met je hersenen als je stopt?

Dieronderzoek heeft de laatste vraag al beantwoord, zegt Kramer. ‘Bij muizen waarvan we het looprad afnamen, zagen we een achteruitgang in cognitieve functies, maar als we dat rad na twee weken teruggaven, kostte het ze minder dan twee weken om op het oude niveau te komen. Blijkbaar bestaat er een moleculair geheugen.’

Het lijkt erop, zegt Kramer, dat het voor de hersenen nooit te laat is om met bewegen te beginnen. Zelfs bij dementerende patiënten wordt voorzichtig resultaat geboekt (zie kader). Toch, zegt hoogleraar Scherder, zit er in al het onderzoek een belangrijke preventieve boodschap: wie veel beweegt in zijn jeugd kan een ‘cognitieve reserve’ opbouwen die later van groot belang kan zijn.

‘De frontale lob van de hersenen, waar de hoogste cognitieve functies zitten, ontwikkelt zich tot je 25ste. Precies dat gebied is gevoelig voor de effecten van bewegen.’ Kramer vertelt dat de hippocampus, van belang voor het geheugen, bij actieve kinderen groter blijkt en dat ze sneller leren.

Scherder wijst op de groeiende groep dikke en inactieve kinderen. De fysieke gevolgen tekenen zich af: suikerziekte, hart- en vaatziekte, kanker. Maar wat betekent een slechte doorbloeding van hun lichaam voor het latere functioneren van hun brein? De vraag is gerechtvaardigd, zegt hij, of de westerse wereld straks te maken krijgt met een golf van jong-dementen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden