Stop de insinuaties over de Grote Boze Kerk

Het publieke debat over seksueel misbruik in de kerk is een nieuwe fase ingegaan. Langzaam sijpelen er feiten naar buiten die zicht bieden op de aard en omvang van het probleem....

Anton de Wit

Het betoog van Peter Schouten in de Volkskrant (Opinie & Debat, 15 september) is daarvan een duidelijk voorbeeld. Schouten beklaagt zich erover dat in de berichtgeving wordt gedaan alsof seksueel misbruik door rooms-katholieke geestelijken een probleem van het verleden is. Als er indertijd tienduizenden gevallen waren, zo redeneert hij, dan zijn er vandaag de dag nog ‘duizenden’ gevallen van misbruik gaande, ‘daarover maak ik mij geen illusies’, aldus Schouten. In werkelijkheid doet hij niets anders dan illusies maken; luchtkastelen van troebele redenaties, dubieuze cijfers en ongefundeerde verdachtmakingen.

Wat weten we nu echt? Van de 450 gevallen die de commissie-Adriaenssens optekende, waren slechts twee zaken niet verjaard. Ook in Nederland zijn tot nog toe slechts twee door Deetman c.s. doorgestuurde actuele zaken door het Openbaar Ministerie in behandeling genomen. De cijfers laten een onmiskenbare hausse aan misbruikgevallen in de jaren vijftig tot en met zeventig zien. Ik zal niet eens beginnen te speculeren over hoe dat zou kunnen komen, ik ben geen historicus of socioloog, maar dit curieuze gegeven zou voer kunnen zijn voor waardevol wetenschappelijk onderzoek. Hoe kon dit gebeuren? Hoe kon het dat we het toen niet zagen, of niet wilden zien?

Wat mij steeds weer opvalt, is hoe weinig interesse er bestaat voor dergelijke vragen. De meeste reacties op de misbruikgevallen hebben een heel andere toon. De bevindingen van Adriaenssens zijn afschuwelijk, maar voor tal van commentatoren zijn ze niet afschuwelijk genoeg. Actuele zaken willen ze zien om hun bloeddorst te stillen, koppen moeten rollen – citeer in de praemissen de jurisprudentie van Multatuli’s Barbertje. Want er zijn twee punten die koste wat het kost bewezen moeten worden. Ten eerste: de katholieke kerk als instituut deugt niet. En ten tweede: het celibaat deugt niet.

Welnu, dat er op het reilen en zeilen van de kerk als instituut het nodige aan te merken valt, is evident. En ook over het celibaat kun je van alles vinden. Maar het punt is: het seksueel misbruik is in dergelijke opinies geen steekhoudend argument. Er bestaat geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat de voortdurend veronderstelde relatie tussen celibaat en misbruik ondersteunt. Sterker, diverse wetenschappers hebben dit verband al tegengesproken; pedofilie komt onder niet-celibataire mannen procentueel beduidend vaker voor. Ook is er geen enkel bewijs voor de aanname dat de institutionele structuur van de rooms-katholieke kerk misbruik meer dan elders mogelijk heeft gemaakt of onder de pet heeft gehouden.

Wij moeten de feiten onder ogen zien over seksueel misbruik. Nuchter, eerlijk, manmoedig. Dat betekent dat wij ons juist nu niet mogen verliezen in de ongegronde speculaties en insinuaties die momenteel voortdurend herhaald worden, van aan de borreltafel tot in de krantenkolommen. Dat is slechts een nieuwe manier van een zondebok aanwijzen en de woestijn in sturen. Wat hebben we daaraan? Wat hebben de slachtoffers daaraan? Wij moeten ons, rationeel en streng, de vraag durven stellen naar de dieper liggende oorzaken en verantwoordelijkheden.

En met ‘wij’ bedoel ik de hele samenleving, niet alleen katholieken. Want wat al te makkelijk uit het oog wordt verloren, is het simpele feit dat die scholen en internaten die een hoofdrol spelen in dit tragische verhaal, niet alleen deel uitmaakten van de wereldwijde katholieke kerk, maar ook gewoon van onze lokale en nationale samenleving. Seksueel misbruik van kinderen in heden en verleden is iets dat ons allen aangaat. Wat zegt het over onze waarden, onze sociale structuren en mechanismen, onze omgang met seksualiteit, onze opvoedingspraktijken? Dat zijn de diepere kritische vragen die in kerk en samenleving aan de orde moeten komen.

Het is te makkelijk om steeds maar weer de Grote Boze Kerk de schuld te geven van alle ellende – een beproefde methode om vooral je eigen verantwoordelijkheid maar te vergeten. Ach ja, Barbertje zal wel weer hangen, en wij zullen ons als middeleeuwers verdringen op het marktplein om het spektakel te aanschouwen. We zullen joelen, we zullen met onze vuisten schudden. En aan het einde van de dag gaan we allemaal voldaan weer naar huis, comfortabel bevestigd in de eigen morele superioriteit. En er zal geen sodemieter veranderd zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden