Column Thomas van Luyn

Stone was een chauffeur met doodsverachting

Zo’n safari, dat leek me relaxed: beetje van onder mijn tropenhelm de beestjes bewonderen, pijp in mijn mond, geweer over mijn schouder, bediende maakt een verkwikkende cocktail. De werkelijkheid bleek weerbarstig. Er bleken bijvoorbeeld geen wegen te zijn, daar op de Masai Mara. Autorijden was er serieus hobbeldebobbel geblazen. Al na tien minuten was ik beurs als biefstuk tartaar, en dan waren we nog lang niet klaar. Vanuit ons basiskamp aan de rand van het natuurpark was het bij elkaar tien uur rijden voordat we murw geklotst weer met beide benen op geplaveide grond stonden, grond die nog lang daarna leek te bewegen. Eén ding heb ik geleerd: als ik het in Nederland zo verbrui dat ik over bergen en woestijnen naar China moet vluchten, weet ik welke auto ik moet hebben: een klein Toyota-busje, dat onooglijke en oncomfortabele koekblik dat, wanneer het vol op een grote kei botst en een meter de lucht in wordt gelanceerd om met een bons weer op de grond te knallen, achteloos verder ratelt. Dat vraagt natuurlijk wel om een chauffeur met doodsverachting, en onze gids – die zichzelf voorstelde als ‘Stone’ – was er zo een. Waar ik toch echt zou hebben gekozen om stapvoets te rijden over het door beurtelings bakkende zon en striemende regen gegeselde terrein, gaf hij gewoon vol gas. Aangezien de veiligheidsgordels niet sloten, stuiterde ik regelmatig van mijn stoel. Zijn zwalkende stuurkunst, bedoeld om de dodelijkste gaten en rotsen te ontwijken, verzorgde de horizontale beweging van deze kermisattractie. En af en toe: boem, op de rem. Stilte. Rustig opstaan, kop door het open dak steken, en daar in het struikgewas op een metertje afstand zat een jachtluipaard te gapen. Of een knuffelend olifantengezinnetje. Of een boos loerende buffel, de enige waarvoor Stone een beetje zenuwachtig leek. ‘They kill people’, vatte hij samen. Zijn Swahili was een spraakwaterval, zijn Engels bondig.

De dieren zijn overigens niet moeilijk te vinden. Je kijkt gewoon rond en als je ergens tien busjes op een kluitje ziet staan scheur je daarheen voordat het fotomomentje wegwandelt. Stone wist altijd het beste plekje te kiezen, namelijk daar waar de dieren nog niet waren maar straks heen zouden lopen, zodat we op de voorste rij zaten om de vliegen op de neus van de langswandelende leeuwin te tellen. Langzaam hijgend slofte ze langs ons, bijna tegen het busje schurend. Toen ze weg was, ademde iedereen tegelijk opgelucht uit. Wow, dat was werkelijk... vroem! Hobbeldebobbel, daar gingen we weer.

De savanne was een groot uitgestrekt groen grasveld, waar hertjes, zebra’s en leeuwen op luttele meters van elkaar vredig luierden en kuierden, als een ongeloofwaardig gefotoshopte impressie van de Afrikaanse idylle. En niet omdat het Keniaanse bureau van toerisme ze daar had neergezet, maar gewoon omdat ze daar echt leefden. Mijn stadsbreintje snapt niet hoe dat kan. Wat éten ze dan? Nou, gras en elkaar. Dat is blijkbaar genoeg.

Midden op de savanne stond een eenzame boom, daar stapten we uit. Een paar hyena’s kwamen kijken. Stone zei: ‘Go!’, en weg renden ze. We pakten onze lunchpakketjes uit en een zwerm kakelbont gekleurde vogels kwam kijken of er restjes waren. Van horizon tot horizon was alles een groen biljartlaken. Witte wolken dreven in een blauwe lucht. Ik probeerde mij te herinneren hoe je ook al weer kunt zien of je droomt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.