Interview Stephanie Louwrier

Stephanie Louwrier: ‘Ik voelde me waardeloos, en applaus was het enige dat hielp’

Van een onvoorspelbare stuiterbal is Stephanie Louwrier een maker van betekenis geworden in de theaterwereld. Haar carrière verliep nogal hobbelig, zegt ze zelf. Een gesprek over opstijgen en neerstorten, en over haar Chileense moeder, die van haar dochter een oer-Hollandse meid probeerde te maken.

Stephanie Louwrier. Foto Eva Roefs

Het ene moment stond actrice Stephanie Louwrier (31) zich nog in het zweet te werken in een tentje op festival De Parade, het volgende ging ze op de foto met Youp van ’t Hek, voor de nieuwe seizoensbrochure van diens impresariaat Hekwerk. ‘Stond ik daar, tussen de cabaretiers, allemaal mannen ook. Niemand wist wat ik daar deed, ze dachten dat ik de nieuwe stagiaire was.’

Een landelijke tournee lag in het verschiet, nationale roem was denkbaar, in elk geval zou ze worden uitgenodigd bij De Wereld Draait Door. Want Hekwerk, daar zitten de grote namen: Jochem Myjer, Ronald Goedemondt, Pieter Derks. Louwrier werd op het schild gehesen als hét nieuwe talent.

De gedroomde start van je carrière.

‘Ja, dat leek toen zo. Ik ging als een komeet.’ Lacht: ‘Maar het liep toch een beetje anders.’

Stephanie Louwrier is een grillig, merkwaardig en uitzonderlijk theatertalent. Ze is bijzonder veelzijdig: speelt en maakt voorstellingen, zingt in een band, maakt een filmpodcast, en host op popfestivals. Eerder had ze een rol in een tv-serie (Dokters) en presenteerde ze bij BNN. Deze zomer staat ze met twee producties op De Parade, en host en speelt ze op popfestival Lowlands.

Typerend zijn haar zelfgemaakte solo’s: even opwindende als ontregelende onewomanshows, waarin Louwrier met duizelingwekkende vaart en overgave van het ene in het andere personage schiet. Ze is energiek en expressief, en durft schaamteloos lelijk te zijn. Memorabel is haar recente optreden in de voorstelling Noir van Nineties Productions, waarin ze, onder meer, te zien is als opgefokte, doorgesnoven, hyperactieve horrorclown. Met kleddernatte zwarte haren, uitgelopen make-up en gehuld in een raar scheef pak valt ze het publiek lastig met een even grappige als griezelige mix van The Joker en Alice Cooper. Het is moeilijk te geloven dat zij het is, als ze plaats neemt op het terras: lange gebloemde rok, espadrilles, glanzend haar in een perfecte golf. 

Stephanie Louwrier is te zien op popfestival Lowlands (17-19/8), en op De Parade in de voorstelling De Carpenters in therapie, live! (Parade Amsterdam, 22 t/m 27/8), en met haar band Club Misfit (idem, 26/8). In september is Revolutie van de mislukking weer te zien.

‘Ja, ik verbaas me er ook wel eens over. Soms denk ik: Steef, het hóéft niet zo heftig, niet altijd zo fysiek. Maar op de een of andere manier gebeurt dat dan toch, alsof iets in mij het overneemt. Ik noem dat ‘het beest’. Soms schrik ik er zelf van.’

Louwrier is al even bezig, maar afgelopen seizoen schreef en speelde ze de bejubelde autobiografische solo Revolutie van de mislukking, waarin ze openhartig verslag doet van haar moeilijke jeugd en depressie. Met die voorstelling is ze op een nieuw punt in haar carrière beland: van een onvoorspelbare stuiterbal naar een maker van betekenis. Theatersite theaterkrant.nl schreef: ‘Revolutie van de mislukking is een krankzinnige performance […] woest en wreed, kwetsbaar en ontroerend.’ En Dagblad van het Noorden: ‘Ze is muzikaal sterk, heeft een enorme expressie en is taalrijk en geestig. Louwrier in vorm moet gezien worden.’ Volgens de Volkskrant-recensie (4 sterren) is ze ‘een gek, energiek en brutaal podiumdier, en een rasperformer’.

Louwrier: ‘En nu dit, covergirl van de Volkskrant!’ Sarcastisch: ‘Mijn moeder zal trots zijn.’

Je show heet Revolutie van de mislukking. Maar hij is eigenlijk gewoon heel goed gelukt.

‘Ja, vond je het mooi? Goddank. Ja, die recensies, je wil er niet te veel aan hechten, maar het is toch wel erg fijn dat er nu erkenning komt. Dat mag ook wel eens een keer.’

Hoezo?

‘Nou, mijn carrière verliep tot nu toe best hobbelig. Het is steeds opstijgen en weer neerstorten. Dat ik zoveel verschillende dingen doe, werkt op de een of andere manier in mijn nadeel. Collega’s en theaterprofessionals zeggen vaak dat ik moet kiezen. Ze snappen niet goed wat ik ben: actrice, presentatrice, theatermaker? Wat ik maak is een mengvorm van stijlen – stand-upcomedy, muziektheater, performance – die niet goed in één hokje past. Maar de infrastructuur in de theaterwereld is zo ontworpen dat dat wel moet. Hoe moet je anders kaartjes verkopen? Welk genre zet je bij Stephanie Louwrier?’

Stephanie Louwrier. Foto Eva Roefs

In elk geval niet: cabaret.

‘Nee.’

Volgens Hekwerk was je dat wel.

‘Ik stond op De Parade met mijn afstudeersolo Pauvre Lola (2011), ook weer zo’n heftige, alle kanten op schietende show. Ik vond het verschrikkelijk om die solo te maken, echt de hel, maar het werd daar opeens een enorme hit. Hekwerk kwam kijken, zij waren enthousiast, en voor ik het wist had ik daar getekend. Het was een buitenkans.’

Prompt kreeg je een tournee van 52 speelbeurten door het hele land.

‘Ja, en dat was verschrikkelijk.’

Pardon?

‘Er waren heus ook goeie avonden bij. Maar het punt is: Pauvre Lola werd verkocht als cabaret terwijl het dat niet is. Het publiek kwam met een verkeerde verwachting. Bezoekers snapten het niet, er was geen klik. Mensen liepen weg. Ik herinner me één oudere mevrouw die ostentatief uit het midden van de rij opstond en met veel misbaar vertrok, met haar rollator. Zij riep mij nog na: ‘Dit is niks! Jij bent niks! Je bent geen actrice!’ Toen stamelde ik nog: nou mevrouw, ik heb wel de Toneelacademie in Maastricht gedaan.’

Louwrier studeerde in Maastricht aan de performance-opleiding. ‘Wat dat precies inhoudt wist de school zelf ook niet. We zaten vooral vaak in verduisterde lokalen met rookmachines en fietslampjes.’ Het was een mismatch, die opleiding en zij, zegt Louwrier. ‘Ik, een performer? Wat ís dat überhaupt? Ik wilde gewoon actrice worden. Maar mijn talent voor spelen werd daar niet gezien. Ik was er doodongelukkig. Daar heb ik in het derde jaar zelfs een solo over gemaakt, Misfit, heette die. Dat was wel een klein succesje op school.’ Louwrier heeft haar nieuwe band Club Misfit gedoopt.

In die tijd maakte ze wel indruk bij jongerenomroep BNN. ‘Zij hadden mij gespot bij Buzz op 101tv, waarin ik met Tim den Besten het ‘nieuws’ deed vanuit een bushokje, heel extreem en platvloers. Daar word ik op straat nog steeds van herkend.’ BNN bood haar een vaste baan aan. ‘Een knappe vrouw met humor en een grote bek, dat past daar.’

Toch zei je nee. Waarom?

‘Ik zat op die toneelschool, en de combinatie theater en tv was toen nog echt not done. Want wij maakten kunst! Nu denk ik weleens: had ik het maar gedaan. Dan had ik nu meer naamsbekendheid gehad en zaten de zalen vol.’

Want tussen jou en Hekwerk ging het mis.

‘Er moest een buzz rond je komen, je moest bij DWDD komen te zitten, en dat gebeurde bij mij niet. Ik had het gevoel dat ik gefaald had, en daarin voelde ik me heel alleen. Ik heb die tournee op mijn tandvlees afgemaakt. Daarna zou ik een nieuwe solo maken, met regisseur Titus Tiel Groenesteege. Een match made in heaven, zo fijn. Maar ineens ging dat niet door, ik heb nooit geweten waarom. En Titus zei: als je niet kan doen wat je wilt, wegwezen. Toen ben ik gestopt, zomaar. Ik had geen werk, geen enkel ander plan, het was een groot zwart gat. Ik dacht: het is klaar, niemand zit op mij te wachten. Vanuit dat gevoel is Revolutie van de mislukking ontstaan.’

Stephanie Louwrier. Foto Eva Roefs

Het is een heel persoonlijke solo, over een vrouw in een neerwaartse spiraal, die uiteindelijk leidt tot een diepe inzinking.

‘Eh, ja.’

Uit de Volkskrant-recensie: ‘Het zijn geen typetjes, maar versies van haarzelf, die ze schaamteloos eerlijk inzet. Met als hongerigste: het beest dat depressie heet.’

‘Nadat het misging bij Hekwerk speelde ik de solo Who run the world op De Parade. Dat was kei- en keihard werken. Het ene moment hield ik een boze anti-mannen-monoloog, het volgende zat ik in zilveren badpak met Miss World-sjerp op mijn hurken de vloer te stofzuigen. Ik merk en voel altijd alles bij het publiek: wie zich verveelt, wie op het punt staat af te haken, wie mij irritant vindt of de show stom. Ik weet precies wat ik moet doen om zelfs de onwilligste types in te palmen. Maar die zomer werd dat obsessief. Iedereen móést mij leuk vinden. Ik ben toch grappig? Ik mag hier toch staan? Ik voelde me waardeloos, en applaus was het enige dat hielp. Maar o wee als het uitbleef. Na die zomer stortte ik op bed en ben twee weken niet opgestaan. Mijn lichaam was totaal gesloopt. Alleen al naar de Albert Heijn gaan was te veel.’

Dan, lachend: ‘Dit lucht op zeg. Jeetje. Kunnen we dit niet elke week doen?’

Heb je daar niet iemand voor?

‘Een therapeut? Tuurlijk, wie niet?’ Wijst op zichzelf: ‘Actrice hè?’

Hoe ben je er bovenop gekomen?

‘Ik knipte mijn haar af en ging in therapie. Ja, echt. Dit vak, het is een vorm van zelfkastijding. Soms weet ik echt niet waarom ik het doe.’

Wat zegt je therapeut daarover?

‘O, met hem heb ik het meestal alleen maar over mijn moeder. Ja, nu zie ik je ogen glanzen, haha! Het heeft er misschien mee te maken dat mijn moeder me als puber van toneelles afhaalde. Als iemand zegt dat ik iets niet mag, dan wil ik het des te liever.’

In Revolutie van de mislukking vertelt Louwrier over haar moeder, een mooie Chileense, die op een berg in Chili een Nederlandse zeeman ontmoet. Ze worden verliefd en hij neemt haar mee naar het beloofde land: Leiderdorp. Louwrier: ‘Maar het huwelijk werd een hel. Mijn vader dronk, hij mishandelde haar. Uiteindelijk moesten we onderduiken. Toen ik 4 was nam mijn moeder mij en mijn broertje mee terug naar Chili. Wij bleven een tijdje bij mijn oma terwijl zij in Nederland de scheiding regelde. Op een gegeven moment zei mijn oma: je moeder komt nooit meer terug, noem mij nu maar ‘mama’. Waarom? Tja, mijn oma is nog gekker dan mijn moeder. Maar ze kwam wel terug, natuurlijk. Mijn vader kreeg een straatverbod en die zagen we niet meer. En wij kwamen terecht in Amersfoort. Tegen die tijd sprak ik alleen nog maar Spaans.’

Stephanie Louwrier. Foto Eva Roefs

Je moeder speelt een belangrijke rol in de voorstelling, en niet zo’n positieve.

‘Na de scheiding is ze veranderd in een overbezorgde, angstige vrouw. Ze was bang voor de buitenwereld, bang voor mannen. Ik mocht niet alleen naar buiten want dan zou ik worden verkracht. Mee op een schoolreisje of naar een kinderfeestje, dat was een eindeloze strijd. Wel, niet, wel, niet. Meestal mocht het niet, wat ik ook zei of deed. Heel soms kon het volslagen onverwacht opeens wel, en dan ging ik ook altijd helemaal los, alsof het de laatste keer was in mijn leven dat ik buiten zou komen. Dat wist je nooit zeker.’

Waarom haalde ze je van toneelles?

‘Ik was een behoorlijk getroebleerde puber, tot ik op de jeugdtheaterschool terecht kwam, een theateropleiding voor jongeren. Dat bleek voor mij zo’n waanzinnige uitlaatklep, ik dacht: wauw, dit is het! Djiezus, wat vet! Onze docent, Mark Colijn, was helemaal rock ’n roll. Zo cool.

‘Op een gegeven moment mochten de ouders komen kijken bij een presentatie. Ik speelde een heel zwartgallige scène waarin ik met een gun tegen m’n kop allemaal depressieve teksten zeg, zo van: ‘De hele wereld is naar de tering, iedereen kan de klote krijgen, ik wil dood, fuck it, ik doe het gewoon. Pang.’ Mijn moeder begreep het niet, die dacht dat die school allemaal suïcidale gevoelens bij mij opriep. Dus ze weigerde vervolgens om er nog voor te betalen.

‘Mark Colijn heeft geprobeerd haar over te halen – ‘uw dochter heeft talent’, enzovoort – maar ze wilde er niets van weten. Toen zei hij: kom gewoon wanneer het kan, en maak je geen zorgen om het geld. Dat heb ik gedaan. Uiteindelijk deed ik toen mee aan de Kunstbende, een wedstrijd voor jong creatief talent, en werd ik tweede. Ik geloof dat mijn moeder toen wel begreep dat dit een vak is, en dat ik er misschien zelfs wel een beetje goed in ben.’

In de voorstelling vertel je hoe je je moest vasthouden aan de rand van het bed, terwijl je moeder aan je benen trok om die op te rekken.

‘Haha, ja, dat is waargebeurd.’ Ze neemt een slokje cola. ‘Lekker dit, vroeger was dit echt mijn guilty pleasure, cola light. Een literfles, en dan een pakje peuken erbij.

‘Als mijn broertje en ik uit de toon zouden vallen, zouden we worden gepest, dacht ze. Ze nam me ook mee naar allerlei artsen in de hoop dat die groeihormonen zouden voorschrijven. En ze verfde mijn haar blond, maar dat werd bij mij altijd een beetje oranje. We moesten zo Hollands mogelijk zijn, en ik idealiter een langbenige, blonde Hollandse vrouw van 1 meter 80.’

Je moest op Anita Witzier lijken, zeg je in de show.

‘Die heb ik er zelf bij bedacht, als metafoor voor alles wat oer-Hollands is, en wat ik dus moest zijn.’

Wat had dat voor effect op jou?

‘Ik mocht nooit zijn wie ik was, want dat was niet goed. ‘Wil je actrice worden? Ik zie net bij Oprah dat je dan aan de heroïne raakt, en een junk wordt en een hoer. Doe maar! Denk je dat het buiten beter is? Ga maar, vertrek maar! Maar dan hoef je niet terug te komen.’

‘Het was thuis altijd op je tenen lopen. Als mijn moeder een bui had, wist ik precies wat ik moest doen om niet op te vallen. Ik kon helemaal opgaan in de omgeving. Dan besloot ik gewoon: ‘Ze ziet me niet. Ik ben een stoel.’

‘Zo ben ik heel goed geworden in mensen aanvoelen en pleasen. Maar ondertussen had ik een enorm minderwaardigheidscomplex. Lang ging ik er op voorhand van uit dat dingen zouden mislukken, dat ik afgewezen zou worden, of gekwetst. Mijn remedie was om dat vóór zijn. Dus deed ik niet goed m’n best op school, want als ik dan kritiek zou krijgen, kon ik zeggen dat ik het ook niet écht had geprobeerd. Zo heb ik ook menig relatie gesaboteerd. Dan dacht ik: als ik nu eerst vreemd ga, kan hij mij straks geen pijn doen.

‘En ondertussen maar proberen niks te voelen, en de boel verdoven met alcohol. Mijn redding was, denk ik, dat ik nooit drugs heb gebruikt, haha.’

Stephanie Louwrier. Foto Eva Roefs

Wat vind je moeder ervan dat ze zo prominent in de voorstelling voorkomt?

‘Ze is vooral trots, de kritiek dringt nauwelijks tot haar door. Bij de première zei ze (doet Spaans-Nederlands accent na): ‘Heel mooi. Mooi meisje. Leuk, ik zit ook in het stuk.’ We hebben een ingewikkelde relatie, al zal zij het niet zo zien. Toen ik haar belde om te vertellen over dit interview, en dat het best persoonlijk zou zijn, zei ze: ‘Is goed. Wanneer zie ik je weer? Krijg je al een kind?’

Je praat er heel rustig over.

‘Dat ligt nu allemaal ver achter me, hoor. Ik heb een heel fijne, stabiele relatie, en ben stiefmoeder van twee geweldige pubers. Ik drink veel minder en ben veel rustiger nu. En dat ik zo goed een zaal aanvoel, het publiek kan manipuleren en bespelen, dat heb ik op een rare manier natuurlijk ook weer aan mijn moeder te danken.’

Is je werk veranderd nu jij bent veranderd?

‘Bij deze voorstelling had ik voor het eerst het gevoel dat alles klopt. Nadat het mis was gegaan bij Hekwerk schreef Titus Tiel een heel lieve aanbevelingsbrief voor mij aan theaterproducent Via Rudolphi, en daar was ik welkom. De zakelijk leider daar, Maarten van der Cammen, heeft mij toen zo’n beetje geadopteerd. Hij is begin deze maand plotseling overleden. Een grote schok, ik kan het nog steeds niet geloven. Maarten zei steeds tegen mij: ‘Fuck de hokjes, breek eruit, doe wat je wil. Hoe absurder, hoe groter, hoe beter.’ Dus dat deed ik.

‘Het was voor het eerst dat ik iets maakte waarbij ik niet hoefde te pleasen. Ik hengel niet meer naar de gunst van het publiek, maar maak iets waar ik zelf achter sta. Als iemand nu afhaakt of het niks vindt, kan ik dat loslaten, en denken: het komt wel. Laat de mensen nu maar naar míj toe komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.