Stamgasten café Bet Kolen

Stamgast Jan, alias Boris, is de overbuurman van café Bet Kolen

In het oude Tilburgse café Bet Kolen kennen de meeste mensen Jan (53) als Boris, een bijnaam die van pas komt in een kroeg vol Jannen.

Jan, stamgast van café Bet Kolen in Tilburg Beeld Gidi Heesakkers

Jan: ‘Ik ben de overbuurman van het café. Al heel mijn leven, op een korte periode na. Uit het ouderlijk huis ging ik samenwonen in Breda. Poeh! Dat was helemaal niks. Mijn vriendin had daar een huis. Mijn bedje was gespreid en het lag best lekker. Maar op een gegeven moment kreeg ik het idee dat ik zo’n huis-tuin-en-keuken-mannetje aan het worden was. Liep ik op zaterdagmiddag met mijn schoonvader door de Intratuin. Mán, wat doe je hier, lul, dacht ik dan, je had gewoon kunnen biljarten nu. In een split second, op een vrijdagavond, besloot ik dat het voorbij was. ‘Wat ga je doen?’ vroeg mijn vriendin. Ik zei: ‘Ik ga naar huis, ik pak mijn spullen, ik trek dit niet langer.’ 

‘Mijn moeder had het wel zien aankomen. ‘Ge werd te mager’, zei ze, ‘Het vrat aan jou.’ Ik ben de jongste thuis, mijn ouders waren al op leeftijd. Ze wilden kleiner gaan wonen en ik kon hun huis kopen. Ik was een echt moederskindje en een kopie van mijn vader. Hij was veel van huis, een flierefluiter die het had getroffen met mijn moeder. Zij liet hem vrij, kijk maar, doe je ding. 

‘Hij werd als eerste ziek, ging van de leg en had er geen zin meer in. Hij hield net als ik van lachen, mensen voor de gek houden, de boel een beetje opnaaien. Maar op het moment dat je iets mankeert – dat merkte ik aan hem –  word je wantrouwend: lachen ze mij nou uit?

‘Mijn moeder voelde aan dat ze stierf. Op een zondag belde mijn zus: ‘Kom deze kant op, ons mam is dood.’ Later bleek dat ze eigenlijk al zaterdagnacht was overleden. ‘Bel ons Jan maar niet’, had ze tegen de verpleging gezegd, ‘want het kan goed zijn dat hij in het café zit, en dan gaat hij misschien gekke dingen doen.’ Ik was die avond gewoon thuis, maar ik vind dit eigenlijk alleen maar mooi en veelzeggend. Zij kende mij door en door.

‘Ze hebben nog samen in een verpleegtehuis gewoond, waar mijn vader door een jonge zuster werd gewassen. Eén keer, want mijn moeder zei: ‘Dat wassen doe ik voortaan zelf.’ Tegen de tachtig en nog steeds die houding: ‘Van mijn vent blijf je af’. Héérlijk vond ik dat. Dat is liefde. Onvoorwaardelijke liefde.’

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden