Reportage het 21-diner

Speech, proost en roast tijdens het 21-diner

Onder studenten is het ‘21-diner’ in zwang: gezellig met je vrienden de balans opmaken. Thuis, waar paps en mams de horde mogen ontvangen.

Een 21-diner begint steevast met carpaccio, zo leert de ervaring. Beeld Theo Stielstra

Zijn 22ste verjaardag nadert ras, maar het aangekondigde 21-diner blijft uit. ‘Ik denk dat hij bang is voor de roast’, oppert dochter, bijna 26 en met flink wat van zulke diners achter de kiezen, is ze een scherp observator - ook van de mores onder heren-studenten.

Heeft u studerende kinderen die zich júíst vanwege alle ophef bij een corps of vereniging hebben aangemeld? Maak dan de borst maar nat. U denkt: ze zijn nu 20, 21, al groot dus, en fijn de deur uit. Kortom: daar zijn we vanaf. Maar nee hoor, 21 is het nieuwe 18. Studenten blijven langer bij pap en mam wonen. Roken en drinken mogen ze pas op hun 18de en hun financiële zelfstandigheid is nog lang niet in zicht. En als het er dan eindelijk, met hun 21ste verjaardag, een beetje op begint te lijken, is daar dus het 21-diner.

Dat diner is vooral een feest, maar - niet onbelangrijk - het is ook een ethische gelijkmaker. Oude en nieuwe vrienden komen bij elkaar in het huis van de ouders en gaan na afloop naar de oude kroegen van het feestvarken. Tijdens het luxe diner thuis krijgen mooie herinneringen een kans, de normen worden aangescherpt, en: wie nog een appeltje te schillen heeft, krijgt hier het podium. Wat is er mooier dan het vet eruit te braden tijdens een bijeenkomst met alle vrienden plus de ouders, als min of meer onvrijwillige toehoorders?

Waar de traditie precies vandaan komt, geen idee. Maar vijf jaar geleden meldde dochter - uitwonend - zich voor het ‘traditionele’ 21-diner bij ons thuis. Want zo hoorde dat.

Wisten wij veel. Is het een corporale traditie die nu uitwaaiert over studenten van allerlei pluimage? Is het een typisch Amerikaans verschijnsel waar groots vertoon van gewone dingen gangbaar is, een volwassen variant op het, ook al overgewaaide, Sweet-Sixteenfeest? Hoewel een meisjesblogger onlangs meende dat het ‘een oude Nederlandse traditie’ is, is het naar ons weten een recent fenomeen. Bij ons kwam het gebruik tot ons door onze dochter, die in Maastricht studeerde. Toen al, in 2013, was het daar een ‘eeuwenoude traditie’.

Hoe dan ook, zoon heeft nog steeds geen haast, en angst evenmin. Nee hoor, die roast zit hem beslist niet dwars. Maar waarom is er dan nog steeds geen datum? Ach, vakanties, vrienden die in het buitenland zijn, het gewone gedoe. Komt wel. Binnenkort. Ik waarschuw wel. Tijdig.

Vader. Beeld Theo Stielstra
Zoon (links) Beeld Theo Stielstra

Goed, wat vergt zo’n ‘luxe’ 21-diner nou precies? Uiteraard, een jarige met haar of zijn vrienden en vriendinnen. Oude vrienden uit de woonplaats, nieuwe vrienden, dispuutgenoten, jaarclubgenoten, noem maar op.

Vervolgens: een ouderlijk huis, twee ouders (indien gescheiden: los het maar op), een veelgangendiner met enkele bedienden van de andere sekse, een lange tafel, een speech (meestal vader), een fotoboek (vrouwelijke studenten), een cadeau, een lied - enfin, the sky is the limit: een partytent in de tuin, all-incatering, een fotograaf, een taxibusje. Ook hier geldt de wapenwedloop van de welstandigen, die op de basisschool halve klassen naar Disneyland Parijs jaagt.

De bedoeling is dat de nieuwe vrienden de oude leren kennen, dat er gestapt wordt in de kroegen van de jeugd en dat de ouders erbij zijn als de genante verhalen worden verteld. En dat aan het eind van de avond iedereen elkaar lallend in de armen valt.

We oefenden ons gastheerschap eerst op het 21-diner van onze dochter, en nog een keer op het daaropvolgende, door zoon uitgevonden, 18-diner. De eerste keer kwamen 21 fraai uitgedoste meiden via de voordeur binnen, om vervolgens in huis nog wat puntjes op de i te zetten. Overal waren ze, de verkledende dames. De minieme badkamer was verstopt met kammende, kleding verschikkende en luid klaterende spraakwatervallen. En het duurde een eeuwigheid voordat de eerste gang via keuken, gang en drie deuren door op de bijeengeraapte tafels was beland.

Wat opviel in de toespraken en liederen: de dames waren stellig en waar nodig moralistisch naar de jarige. Niet alleen tegen haar, er blijken duidelijke regels te gelden in de onderlinge verhoudingen: vriendjes belazeren doe je niet, flink zuipen mag, mits er ook hard gestudeerd wordt en je afmelden voor een hockey-zonder-stokkietoernooi hoort niet.

Fast forward naar het 21-diner van zoon, dat onder druk van de aanstaande buitenlandstage - en wij denken onder druk van de vrienden - uiteindelijk toch vrij plotseling tot stand kwam. Wijs geworden, hebben we de complete inventaris van tafels, stoelen, borden, bestek en joekels van pannen op drie karren door het verhuurbedrijf laten brengen. Het gezeul met geleend spul en de ontregelende bende van verzamelde borden en bestek: het is die 200 euro niet waard. Je hebt het voor je kind over, nietwaar. Koken doen we zelf, dat dan weer wel. Uitgebreide inspraak bij het eten, de dineropzet, de aankleding, het programma of de tafelschikking? Welnee. Alles is goed, zo makkelijk is zoon. Of zo gemakzuchtig, wat u wilt.

Het is dat zijn zus, een vriendin en zijn eigen vriendin kwamen helpen, anders waren de kaartjes voor de tafelschikking nooit geschreven, had er nooit een bloem op tafel gelegen en waren de twee kilo borrelnootjes niet uit schaaltjes, maar gewoon uit de plastic ton van de Sligro gejut. Het bier lag trouwens wel koud, first things first.

De dinergasten - kreukelige donkere jasjes, een allegaartje aan stropdassen en veel bruine leren schoenen - mikken hun tassen in een hoek, werpen, toch, een blik op hun gelhoofd in de badkamerspiegel en grijpen daarna naar een koud pilsje. Zolang ze een flesje in hun hand hebben, is alles cool, is er houvast en controle. Eenmaal het bier bij de hand, wordt de sfeer losser. De jasjes gaan uit en de anekdotes worden hilarischer.

De jasjes gaan uit. Beeld Theo Stielstra

Alle stopcontacten zijn inmiddels bezet door opladers, de krappe pantalons zitten barstensvol elektronica. Je mobiel is je houvast, al ga je niet openlijk met je phone aan tafel zitten. Dat hoeven ze niet af te spreken, zoals de dames doen: je doet het gewoon niet. Punt.

De lange mannenlijven vouwen zich over de iets te kleine huurstoeltjes (klapstoel ‘Zwart’). De bierflesjes staan tussen de wijnglazen (wijnglas Gilde, 29 cl) geparkeerd, vader doet een welkomstwoordje, de carpaccio’s (‘Altijd carpaccio’, weet dochter) zijn opgediend en net als de vorken richting bordjes (dessertbord Palmer, 20 cm) gaan: ‘Speech!’ Uit respect voor de geachte spreker gaan de vorken weer naar de tafel; de oudste vriend doet een boekje open. Over school, over logeeravonturen, nog bedankt, ouders, dat ik zo vaak mocht komen logeren. Enfin, met wat spieken op zijn telefoon, alwaar aantekeningen, komt de spreker tot zijn opluchting tot een waardige afronding. Niks geen roast, gewoon aardig.

De eerste speech is nog gewoon aardig. Beeld Theo Stielstra

Marokkaanse kippensoep volgt. En verdomd, de kommen staan nog niet op tafel of er is weer een toespraak. ‘Koudlullen’ is het doel. Net zo lang doorpraten tot het gerecht ijskoud is geworden, dát is bij jongens een heilig voornemen. Meisjesstudenten zijn daar te beleefd voor, die denken aan de ouders die zich de tandjes staan te koken voor twintig man.

De sfeer blijft gemoedelijk. Ook na toespraak twee en drie. De wijn - ‘doe maar lekker goedkoop’, appte zoon nog - vloeit, zo nu en dan óver de tafel. Tussen de gangen zijn er rookpauzes voor de rokende minderheid, behalve voor zoon, die feilloos aanvoelt dat hij met zijn ouders erbij nu zéker niet rookt.

De grappen worden harder, maar de sfeer blijft ontspannen, het eten komt warm en op tijd op tafel. Er is maar één ‘vega’, ‘maar die is heel meegaand, dus hoeft niets geks’. Op de kop van de tafel staat een tv met daarop een diavoorstelling met jeugdfoto’s en snapshots van geslaagde en minder geslaagde feesten, festivals, sportwedstrijden en andere bacchanalen met het feestvarken prominent aanwezig.

Haast ongemerkt bereikt het diner het dessert. De moelleux au chocolat à la Yvette van Boven staan voor ieders neus te dampen naast de bolletjes uit de bak van 10 liter vanille-ijs. De eerste durfals hebben hun dessertlepel (sorbetlepel, 18,5 cm) al in de hand als de laatste sprekers worden aangekondigd. ‘Godver, wat een kut-timing pik!’

Twee jongens staan grijnzend op, eisen de lepels op tafel op en kondigen aan dat, waar hun voorgangers het steevast ‘lekker kort’ zouden houden, zij eens uitgebreid de tijd gaan nemen. Met z’n tweeën, want iedereen is tot nu toe veel te aardig geweest. Over zoon valt genoeg vileins te melden, want zo’n lieverdje is het echt niet.

Beeld Theo Stielstra

De roast. Wij, ouders, hadden hem van tevoren ter geruststelling laten weten dat we nergens van zouden opkijken, ook jong geweest, we snappen het, kortom: hier kijken we naar uit!

De al te particuliere details sla ik over, maar het komt neer op een kopstoot (toen hij in de bres sprong voor een belaagde vriend in de trein), diverse genante optredens in kennelijke staat en een felbegeerde vermelding van zijn naam, ónder op de bestuurstafel van een concurrerende studentenvereniging in een concurrerende stad, die uitsluitend verdiend kan worden door óp die tafel met een vrouwelijk bestuurslid, enfin. Een beetje pijnlijk misschien voor de aanwezige vriendin van zoon - van ná die tijd - die zich goed houdt, zo luidde het commentaar achteraf. Respect ook hier.

Geen strafbare feiten, geen zinloos geweld, geen drugstransacties - kortom: opvoeding, misschien niet met vlag en wimpel, maar naar omstandigheden toch aardig geslaagd.

Naar de stad! Als een troep jonge kalveren, inmiddels even onzeker op de poten en met minstens zo veel enthousiasme, trekt de groep er los-vast op uit. Treuzelkonten worden per ongeluk vergeten, die moeten zich al append weer bij de hoofdmeute zien aan te sluiten, en weg zijn ze. Ze trekken langs de etablissementen in het hart van de provinciestad die vroeger - toch zeker vijf jaar geleden - als ankerplaatsen golden voor zoon. Vader en moeder ontfermen zich intussen over de schillen en de dozen.

De volgende ochtend ligt er een brakke bende in de woonkamer. Twee stuks gebroederlijk op de bank, lekker knus, eentje ligt onder een stoel, twee achter een tafel die op z’n kant ligt. Een groot opblaasmatras blijkt lek, hier en daar slobbert een slaapzak over een lijf en verder hangt er een onbeschrijflijke meur. Kortom: het was een geslaagde avond.

De veertien mannelijke deelnemers aan het 21-diner, biertjes in de hand. Beeld Theo Stielstra
Op naar de stad. Beeld Theo Stielstra
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden