Sovjet-regime zag in de sekte een gevaarlijke protestbeweging; Fjodorovtsy leven veel langer dan hun ongelovige buren

Onder de iconen zit Ljoedmilla Govoroechina (96) op haar bed te wachten op de dood. Die had eigenlijk al ruim een halve eeuw geleden moeten komen, toen ze onder het Stalin-regime ter dood veroordeeld werd wegens lidmaatschap van een religieuze sekte, de Fjodorovtsy....

Van onze correspondent

Bert Lanting

STARAJA TISJANKA

Haar houten huisje in het dorp Staraja Tisjanka zit vol met bejaarde volgelingen van de sekte. Ze luisteren eerbiedig naar de sonore stem van een van de 'broeders' die het heilige verhaal voorleest van Fjodor Rybalkin, de man voor wie zij jarenlang in de kampen hebben gezeten.

Af en toe komt er zachtjes iemand binnenschuifelen. 'Christus is opgestaan', zegt hij, terwijl hij drie kruisen slaat. 'Ja, hij is waarlijk opgestaan', klinkt het terug.

Rybalkin dook begin jaren twintig in de provincie Voronezj op en trok blootsvoets langs de dorpen, onderwijl allerlei wonderen verrichtend. 'Blinden konden weer zien, lammen stonden op en doven kregen hun gehoor terug', zegt Aleksandr Perepetsjonych. 'Het was precies zoals Jezus zei over zijn wederkomst: En gij zult mij aan mijn daden herkennen.'

Rybalkins faam verspreidde zich al snel en uit alle uithoeken van de Sovjet-Unie kwamen mensen naar de provincie Voronezj om de wonderdoener te zien. Zelfs enkele priesters en communisten sloten zich aan bij Rybalkin. Soms kwamen er wel driehonderd pelgrims per dag naar Novy Liman, het dorp waar Rybalkin was neergestreken.

De plaatselijke autoriteiten zagen de stroom pelgrims als het begin van een gevaarlijke protestbeweging tegen het nieuwe Sovjet-regime en besloten in 1926 korte metten te maken met de sekte. De sekteleiders, Rybalkin voorop, werden gearresteerd en aangeklaagd wegens 'contra-revolutionaire activiteiten'. De meeste beklaagden kregen de doodstraf, maar Rybalkin werd opgesloten in een psychiatrische kliniek.

Volgens de Fjodorovtsy is het heel anders gegaan. De autoriteiten, zo vertellen zij, lieten Rybalkin eerst martelen, maar of ze hem nu met ijskoud water of met gloeiend heet staal overgoten, er gebeurde niets. Uiteindelijk verloste Rybalkin zijn folteraars door voor te stellen hem naar de Solovetski-eilanden te sturen. Toen hij daar aankwam, ging hij op het water staan en sprak hij: 'Zie mijn wonderen en vertel erover.' Daarna verdween Fjodor voorgoed.

In de jaren daarna werden zo'n tweeduizend Fjodorovtsy opgepakt. Toch bleef de sekte voortbestaan. Het verhaal van Rybalkins vertrek van de aarde plantte het geloof in hen dat Fjodor in werkelijkheid Jezus was, die was teruggekeerd in de gedaante van Rybalkin.

De Fjodorovtsy weigerden mee te werken aan de collectivisatie, de gedwongen samenvoeging van landbouwbedrijfjes, want waarom zouden ze gehoorzamen aan een bewind dat de Anti-Christ belichaamde? Om diezelfde reden accepteerden ze het nieuwe Sovjet-geld niet en weigerden ze dienst in het leger.

Aleksandr Perepetsjonnych, nu een 74-jarige man met een grijze baard en opstandige lokken, herinnert zich dat zijn vader in 1938 van huis werd weggehaald. Kort daarna werden ook zijn moeder en hij gearresteerd. Na de oorlog werd Perepetsjonnych opnieuw opgepakt en naar de witte hel van Kolyma, in het uiterste oosten van Siberië, gestuurd.

In de Goelag stonden de Fjodorovtsy bekend als de 'moltsjoeny', de 'zwijgers', omdat ze ondanks alle folteringen principieel weigerden antwoord te geven aan hun ondervragers.

Na de dood van Stalin kwam hij vrij, maar in 1961 werd hij opnieuw naar het kamp gestuurd wegens 'landloperij', een vergrijp dat Sovjet-leider Chroesjtsjov speciaal had bedacht om te kunnen afrekenen met dissidenten en lastige gelovigen.

Net als alle Fjodorovtsy weigerde Perepetsjonnych in het kamp op zondagen dwangarbeid te verrichten. Als straf daarvoor kreeg hij twee weken isoleercel, een steenkoude vochtige kelder waar je bijna niet te eten kreeg. Negentien maal is hij in de isoleercel terechtgekomen. Aan het eind woog hij nog maar 45 kilo en verloor hij steeds het bewustzijn, maar toch werd hij steeds weer naar het gat in de ijzige grond gebracht.

Eind jaren zestig keerden de weinige Fjodorovtsy die de kampen hadden overleefd - bij elkaar zo'n 120 zielen - terug naar de provincie Voronezj. Met nog zo'n dertig gezinnen - hooguit zestig zielen - wonen ze nu in het dorp Staraja Tisjanka, op zo'n 550 kilometer van Moskou.

Aanvankelijk moesten de andere inwoners niets van hen hebben. 'De gemeente weigerde ons in te schrijven als inwoners en onze kinderen werden op school eindeloos getreiterd', zegt Perepetsjonnych. De dorpelingen vinden de Fjodorovtsy nog steeds wat vreemd, uiteindelijk zijn ze ook in de ogen van de Russisch-orthodoxe kerk ketters, maar laten hen nu met rust.

Op hun beurt houden de Fjodorovtsy ook afstand van hun dorpsgenoten.

Het leed dat zij hebben doorstaan - sommigen hebben twintig jaar in de kampen doorgebracht - heeft hen alleen maar gesterkt in hun eenzame geloof. 'Het is jammer dat zij niet begrijpen dat Christus al teruggekomen is op aarde', zegt Perepetsjonnych over zijn dorpsgenoten.

Bij de plaatselijke kolchoze hebben de Fjodorovtsy zich, trouw aan hun afkeer van de communistische autoriteiten, nooit aangesloten. In plaats daarvan verdienden ze hun geld als contract-arbeiders. Ze zijn nog steeds in trek, vooral omdat ze niet drinken.

Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ze veel langer leven dan hun ongelovige buren; hoewel de Fjodorovtsy nooit naar de dokter gaan - alles ligt immers in Gods hand - halen ze, zeker voor Rusland, opvallend hoge leeftijden.

Toch begint de gemeenschap nu langzamerhand uit te sterven; er zijn maar een paar kinderen die het religieuze pad van hun ouders hebben gevolgd. Maar Perepetsjonnych maakt zich geen zorgen: 'Aan boord van de ark van Noach waren ook maar acht mensen.'

Hij laat het kerkhof zien tegenover zijn huis. Zelfs na de dood zijn de Fjodorovtsy gescheiden van de andere dorpelingen. Ze liggen in een hoekje van de begraafplaats, onder ruwhouten kruisen zonder naam. 'God herkent ons wel', zegt Perepetsjonnych.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.