ColumnAaf Brandt Corstius

Soms valt alles samen. Mijn zoon zijn korte broeken, ik mijn Hemamoment

null Beeld

You don’t know what you’ve got till it’s gone, of zoals De Dijk zong: ‘Oooh, een man weet niet wat ie mist, maar als ze er niet is, ja als ze er niet is, weet een man pas wat ie mist’. Dat gevoel had ik de afgelopen maanden over winkelen.

Winkelen, ik durf het haast niet toe te geven, is een hobby van me. Of nee, hobby klinkt creatief, alsof je zelf iets maakt met een hamer of een kwast of een piano. En creatief, dat is winkelen niet. Al doe ik graag alsof er talent en kunstzinnigheid aan te pas komt: ‘Ik ga naar vintagewinkels en daar kan ik uit een heleboel rekken een prachtig vest opduiken.’ Goh, Picasso, wat bijzonder.

In de maanden dat de winkels dicht waren, had ik tijd voor vergaande, diepe gedachten over winkelen. Wat was winkelen nou eigenlijk voor mij? Wat deed ik als ik winkelde? Had ik spullen nodig? Het antwoord op de laatste vraag was alvast nee.

Het antwoord op alle andere vragen was: mediteren, schuilen en mezelf bezighouden. Ik zie nu pas dat ik dat deed, in winkels. Natuurlijk, heel soms is er sprake van een noodzaak. Mijn zoon zei deze week: ‘Ik heb twee korte broeken nodig.’ Ik ging naar de Hema en kocht twee korte broeken. In zo’n geval valt alles samen. Hij zijn broeken, ik mijn Hemamoment.

Maar meestal is het dit: het regent, ik heb een half uur over, ik fiets langs een kledingwinkel die ik leuk vind, zet mijn fiets voor de deur en dan ga ik daar een beetje kledingstukken heen en weer schuiven aan de rekjes.

Meestal pas ik niet eens iets. Ik vind het bijvoorbeeld een bijna onoverkomelijk karwei om mijn broek uit te trekken en een andere broek aan te trekken, bovendien passen broeken nooit, en dan is er nog dat andere onoverkomelijke moment, dat je je pashok uit moet omdat er geen spiegel blijkt te hangen, en middenin de winkel op je sokken een welwillend gesprek met de verkoopster moet voeren, waarbij je allebei al voelt dat die broek het niet gaat worden, maar er toch heel lang over moet praten.

Dus ik schoof meestal kledingstukken heen en weer. Het was meditatie, een overbrugging tussen twee afspraken, een schuilplaats voor de regen, even tussen mooie spullen bivakkeren en onder de mensen zijn. Bezigheidstherapie.

Het gekke was dat ik dat nooit besefte. Ik dacht dat ik dingen aan het kopen was. Misschien hadden de winkeliers me al die tijd al door.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden