Socialistische snack met 'n missie

De Venezolaanse president Hugo Chávez zet een nieuw middel in tegen het ‘uitbuitende kapitalisme’: de socialistische snackbar. De Venezolanen reageren zoals altijd verdeeld....

CARACAS Het noorden van Caracas, de hoofdstad van Venezuela, wordt gedomineerd door een hoge, diepgroene berg. Hoe deze berg te noemen, is onderwerp van permanente twist. De oppositie van de Venezolaanse president Hugo Chávez blijft koppig de Spaanse benaming Ávila’ hanteren. De adepten van Chávez gebruiken de inheemse naam Waraira Repano, omdat de commandant dat nu eenmaal per decreet heeft besloten.

Een moderne kabelbaan – niet zo lang geleden genationaliseerd door de regering – brengt je in een kwartier naar boven. Vandaag veroorzaakt een uitbundige tropische regenbui een stroomstoring, waardoor de cabine behoorlijk lang stil in de leegte blijft hangen. Het wordt duidelijk dat de inzittenden verdeeld zijn: de ene helft blijkt ‘chavistisch’, de andere helft ‘anti-chavistisch’.

Julio Amado, een leraar die van zijn vrije dag wil genieten, zegt geërgerd: ‘Zie je wel? Alles wat deze vervloekte regering onteigent, gaat in een mum van tijd kapot.’ Er volgt een heftige discussie die de cabine doet schudden.

Eenmaal aan de top gekomen, wachten een verbluffend uitzicht en een curieus restaurant. Op de gevel staat in scharlakenrode letters Arepera Socialista’ (Socialistische Snackbar). De uniformen van het personeel, de dienbladen en zelfs de wc-deuren hebben dezelfde revolutionaire kleur. De wanden dragen spreuken van de grote bevrijder Simón Bolívar en van Karl Marx. Op de toonbank staan talloze varianten uitgestald van ’s lands gastronomische trots, de ‘arepa’: gebakken maïsbolletjes gevuld met witte kaas, gele kaas, ham, salade, roerei, gestoofde sardines, kip, gehakt, noem maar op.

‘Het tijdperk van de socialistische snack is begonnen’, zegt Freddy Paredes, die de zaak runt namens het regeringsconsortium Comerso. ‘Het doel is het volk en de minder bedeelden te helpen, zodat ze tegen solidaire prijzen kunnen eten.’

Een klant met een prominente buik heeft een weloverwogen mening over de hier geserveerde arepas: ‘Je moet er minstens drie van eten om je maag te vullen. Maar dan betaal ik nog altijd minder dan wanneer ik er eentje koop bij een particulier op straat, al zijn ze daar wel veel groter en dikker.’

Geïnspireerd door het succes van de socialistische snackbarketen, is de regering van president Chávez ook begonnen met het verkopen van goedkope huishoudelijke apparaten, kleding, banden en zelfs auto’s. Al deze staatswinkels vormen Chávez’ antwoord op de ‘uitbuitende kapitalistische markt’, die via ‘speculatie en woekerwinst’ een galopperende inflatie heeft veroorzaakt in Venezuela. Dat zei het staatshoofd een paar maanden geleden bij de opening van het eetetablissement boven op Caracas’ hoogste berg.

Bedrijfsleider Paredes vertelt trots dat de minister van Handel, Eduardo Samán, na de inauguratie een tijdje in de zaak heeft meegeholpen als vrijwilliger. Een van de barmeisjes zegt, nadat Paredes uit het zicht is verdwenen: ‘De minister had beloofd dat hij vier uur per week hier zou werken. Hij heeft een halve dag wat arepas gevuld en vooral veel gekletst. Daarna hebben we hem nooit meer gezien.’

Op de begane grond van het kantorencomplex Parque Central in hartje Caracas verzucht de eigenaar van de arepazaak Caruata dat het weer een slome dag is. Onlangs werd aan de overkant het zoveelste filiaal van Arepera Socialista geopend. ‘Het is puur oneerlijke mededinging’, zegt hij. ‘Wij moeten onze ingrediënten met dure, nauwelijks verkrijgbare dollars uit het buitenland importeren, terwijl de staatsconcurrent dankzij de regering producten onder de kostprijs kan kopen. Bovendien hoeven ze geen huur, gas, water en licht te betalen. Over solidariteit gesproken.’

Hij voegt eraan toe dat hij het hoofd boven water weet te houden met steun van een trouw groepje klanten, ‘van wie geen een met het regime sympathiseert’. Zondag zijn er parlementsverkiezingen in Venezuela.

Nog geen twee weken geleden opende het zogenoemde Café Venezuela zijn deuren aan de Plaza Bolívar, Caracas’ belangrijkste plein. De toeloop in het eveneens door regeringsconsortium Comerso beheerde koffiehuis is indrukwekkend. ‘Zo is het de hele dag door’, zegt de kassadame met een vermoeide glimlach. Binnen consumeren studenten, arbeiders en moeders met kinderen en boodschappentassen een ‘socialistisch kopje koffie’ met een groot stuk taart.

Buiten brengen oude mannen met baretten, al bladerend door de gratis gedistribueerde regeringskranten, hun tijd door onder de parasols. Student Carlos Montero eet een bord soep dat op de menukaart wordt aangeprezen als ‘krachtig’, tegen een ‘sociaal rechtvaardige’ prijs. Hij kijkt om zich heen en fluistert: ‘Ik ben tegen Chávez, omdat zijn regering de sfeer in het land heeft verziekt. Maar in dit geval ben ik pragmatisch. De prijzen zijn laag, de soep is goed en het lokaal is gemoedelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden