Snel verdwenen vakantiegevoel

Bij The French Cafe Bistrot in Amsterdam kun je aardig eten, maar niet meer dan dat...

tekst Mac van Dinther en  fotografie Martijn Hol

Waarom The French Cafe Bistrot? Zie het als een poging het vakantiegevoel vast te houden. Pastis, Paris, tournedos, French bistrot, zoiets. De bistro (bistrot en bistro mag allebei) is de piepjonge nakomeling van het twee deuren verderop gelegen The French Cafe. Dat is ook nog een jong ding, vier jaar oud pas, maar blijkbaar al volwassen genoeg om een kindje te baren.

Hoe zitten we erbij? Het Gerard Douplein, hartje Pijp, op een net nog zonnige nazomeravond. Op de stoep staan tafeltjes met geblokt zeil onder een vuurrode luifel. Wij eten binnen in een smalle pijpenla met een grijze betonvloer en vierkante houten tafeltjes. De bar is in het midden, van het open keukentje in de hoek slaan de knoflookwalmen af. Op de toog staan de artisjokken klaar. Heel erg des bistro’s.

Wat eten we? The French Cafe Bristrot doet het helemaal op zijn Frans, met ‘escargots en persillade’ tot aan de ‘croquettes de crevettes Hollandaises’ van banketbakker Holtkamp. Ooit waren die exclusief, maar zo langzamerhand word je ermee doodgegooid. Wij kiezen een stel gerechten die tot het ijzeren repertoire van de bistro worden gerekend: vooraf vissoep en artisjok met vinaigrette. Gevolgd door entrecote met kruidenboter en een halve geroosterde kip als hoofdgerechten. Chocoladetaartje toe.

Smaakt het? Het is eten om weinig woorden aan vuil te maken. De soep is een dik okerkleurig brouwsel, dat het bitterzoete heeft van gemalen schaaldieren. Best lekker, maar niet zelfgemaakt, schatten wij in, anders doe je er als kok nog wel een garnaaltje of een stukje vis in. Dat missen we.

‘Ceci n’est pas un artichaut’, had Magritte kunnen schrijven over de artisjok. Maar dat is het dus wel, met een te klein schaaltje mosterdmayonaise.

Kip en koe worden opgediend met haricots verts en aardappelen. De entrecote komt van het Simmentaler rund, een echte vleeskoe die sappig, mals en toch stevig vlees levert. Het is prima gegrild: rosé, maar niet bloederig.

De kip bestelden we omdat we de goudgele vogels aan het spit zagen ronddraaien. Het hoen stelt ons niet teleur. Het vel is knapperig, het blanke vlees zacht en niet droog. De kok doet aan culinaire genetische manipulatie: de kip baddert in kalfsjus. Waarom niet druipvocht van het spit gebruiken? En als we toch bezig zijn: waarom niet meteen de aardappels erin gebakken?

Het taartje van zachte chocolademousse is ook lekker en ook ingekocht bij een goede banketbakker.

Hoe is de bediening? Redelijk, maar ze lijken er niet steeds helemaal bij met hun hoofd. Pas bij het afrekenen zien we dat de dagvis heilbot met beurre noisette is. Die hadden we best willen hebben, als we het eerder hadden geweten.

Wat kost het? De bistrot werkt met drie formules: alleen een voor- en een hoofdgerecht of een hoofdgerecht en dessert kosten 24 euro. De drie samen kosten 28 euro. Dat is goedkoop, zeker voor Amsterdamse begrippen. Maar met wijn erbij (6 euro per glas) kan het toch oplopen.

Komen we terug? In Frankrijk zou je met dit soort eten best blij kunnen zijn. Want ondanks de gastronomische reputatie van het land kun je er ongelooflijk beroerd eten. We zitten echter niet op het Franse platteland, maar in hartje Amsterdam. Dan is het wel erg basic. De titel ‘gastronomique’ op het uithangbord is te veel eer. Het is aardig, maar ook echt niet meer dan dat. Natafelend op het terras proberen we te doen of we in Parijs zitten. Glaasje wijn op tafel, de ogen half toegeknepen, turend door onze oogwimpers. Het lukt niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden