Slaapvlucht

Vliegtuigbouwer Airbus kondigde onlangs voorzichtige plannen aan voor de bouw van vliegtuigen met slaapplaatsen. De luchtvaartmaatschappijen willen er nog niet aan, maar dat zal veranderen, denkt Airbus, als ze merken dat per saldo meer passagiers passen in zo'n slaapvliegtuig....

Waarom niet liggend door het luchtruim, hoor ik de voorstanders zeggen, we laten ons immers graag in slaap wiegen in een couchette naar Barcelona, we zetten uitgeslapen voet aan wal in Harwich en reizen liefst liggend in de nachtbus naar Oostenrijk. Lange intercontinentale vluchten zijn een voortdurende bron van ergernis als ik de geluiden om me heen beluister: je stapt uitgerust in, krijgt hoegenaamd geen minuut de gelegenheid iets te ondernemen waarvan je moe zou kunnen worden, en bent desondanks geradbraakt tegen de tijd dat je je riem mag losmaken; de reis onvergetelijk, de vlucht een crime.

Doorgaans is het inderdaad alleen de cabin crew die na een non-stop vlucht dauwfris arriveert in Kuala Lumpur. Ooit ben ik in het donker naar de pantry geslopen na uren vliegen. Twee daar aanwezige stewardessen lieten zich wel betrappen op het roken van een sigaret, maar niet op piekharen of lodderige slaapogen met uitgelopen make-up. Maar daar hebben ze dan ook een opleiding voor gehad.

Natuurlijk is het geen onverdeeld genoegen om urenlang door te brengen op de halve vierkante meter die de economy class-passagier is toebedeeld. 'Slapen is onder deze omstandigheden onmogelijk. Zitten ook. Alles is hard, alles is te nauw, overal zijn de ledematen van andere mensen, nergens is een uitweg', zo beschreef H.J.A. Hofland zijn marteling vorig jaar in NRC Handelsblad, om vervolgens een pleidooi te houden voor het vertimmeren van de klassieke vliegtuiginrichting tot een horizontaal interieur. Mij zouden ze daarmee geen plezier doen. De Japanse architect Kurokawa Kisho bracht in de jaren zeventig een stel slaapcabines van 2x1x1 meter aan in een container en ging aldus de geschiedenis in als de uitvinder van het doodskisthotel. Al bij het zien van een tv-programma over dit verschijnsel overviel me een angst die ik voordien nooit had gekend: claustrofobie.

Hofland gebruikt de Amerikaanse uitdrukking doing time - achter de tralies zitten. Doing time is precies datgene waarmee een vliegtuigpassagier bezig is, schrijft hij. Ik behoor echter tot de gelukkigen die kunnen genieten van wat anderen verloren tijd noemen. Mijn doing time breng ik door met bijvoorbeeld aandachtige studies van de kapsels van mijn mede-passagiers, het gedrag van de cabin crew, de digitale vluchtinformatie, of het lezen van boeken en tijdschriften waaraan ik anders wegens tijd- of rustgebrek nooit toekom, zoals damesbladen of verzamelde werken van uiteenlopende dichters. Ik zag eens een man schuin voor me een prachtige tekening maken van een gebouw op een foto. 'U bent tekenaar', vroeg ik. 'Landbouwdeskundige', antwoordde hij. Tekenen deed hij alleen in het vliegtuig.

Als ik slapen wil, laat ik me onderuit zakken en trek mijn benen op: wanneer mijn knieën zich op neushoogte bevinden, sukkel ik weg. Ik baal dan ook steevast van een 'stoel bij de nooddeur met beenruimte zodat u meer plaats hebt voor uw lange stelten'. Slapen is namelijk alleen mogelijk als de ruimte heel beperkt is: de stoel voor me moet dichtbij staan om mijn opgetrokken benen te steunen - een klein treeplankje aan de achterkant van elke vliegtuigstoel zou een simpele maar comfortabele aanpassing zijn. Wie deze slaaptruc niet beheerst, kan ik één advies geven zolang de plannen van Airbus nog niet zijn gerealiseerd: volg een cursus zalig nietsdoen.

Nell Westerlaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden