Sint moet niet te lief worden

De Sint die zijn morele gezag gaat relativeren, loopt het risico dezelfde weg te gaan als zijn grote voorganger, de God van Nederland, meent Herman Vuijsje....

Vorige week werd in Haïti het dode lichaam van een 7-jarige jongen gevonden; zijn familie had het losgeld van 680 dollar niet kunnen opbrengen. 680 dollar? Ja, dat was het bedrag dat zijn ontvoerders hadden geëist. De Haïtiaanse politie waarschuwde dat het aantal ontvoeringen de komende weken zal toenemen doordat benden proberen geld te vergaren om kerstcadeaus te kopen.

Het is al langer bekend dat de Kerstman niet altijd even succesvol is in zijn oproep om het goede te doen. Veelzeggend was de ongebroken populariteit van Kerstmis tijdens het Derde Rijk. Zo stelde commandant Gemmeker van doorgangskamp Westerbork rond de Kerst in de mensen een welbehagen. In 1942, een half jaar nadat de deportatietreinen begonnen te rijden, organiseerde hij een groots Joelfeest waarvoor hij de hele nazi-top in Nederland uitnodigde naar de romantische Drentse hei.

Simon Wiesenthal heeft verteld hoe hij in de Poolse stad Lvov met andere Joden werd opgepakt. Ze werden een voor een doodgeschoten, maar juist toen Wiesenthal aan de beurt was, begonnen de kerkklokken te luiden en borgen de katholieke Oekraïners hun geweren op om naar de kerstmis te gaan.

Ook Hitler was gevoelig voor de kerstgedachte. Een paar jaar geleden bracht een Canadees veilinghuis een kerstkaart onder de hamer. Herzliche Glückwünsche zum Weihnachtsfest wenste Hitler daarin zijn vriend Albert Speer. De kaart dateert uit 1938, twee maanden na de Kristallnacht. Verbijsterend? Op de een of andere manier ook weer niet. De nazi’s hielden nu eenmaal van mystiek gedoe tussen dennenbomen.

Verbijsterend zou het pas zijn geweest als Hitler Speer een sinterklaasgedicht had gestuurd. Sinterklaas doet immers niet aan voorgebakken ontroering en vrijblijvende zwijmelarij. Hij verliest zich niet zoals de Kerstman in de ‘banaliteit van het goede’ maar is erop uit dat je ‘niet stout bent’, en hij zegt in zijn berijmde boodschappen precies wat hij daarmee bedoelt. Sints liefde is groot, maar niet onvoorwaardelijk.

Wel heeft het ‘sinterklaasbeeld’ sinds de 19de eeuw ingrijpende veranderingen ondergaan. De Kerstman mag in Nederlandse ogen een ‘rood-groene lul met walgelijke geinponum’ zijn (Nicolaas Matsier), een ‘mongoloïde tuinkabouter’ (Midas Dekkers) of een ‘ordinaire dikzak met cholesterol en een hoge bloeddruk’ (Tracy Metz) – de Sint is toch maar stilletjes een behoorlijk stuk in zijn richting opgeschoven. Ook hij ging zich meer toeleggen op leuke dingen voor de mensen en laat de parafernalia van tucht en dwang tegenwoordig achter in Spanje.

Verschillende deskundigen hebben al voorspeld dat hij het op den duur tegen de Kerstman zal afleggen. Sint zal het hoogstens nog ‘via de Amerikaanse route’ redden, aldus vrijetijdsocioloog Wim Knulst drie jaar geleden, als ‘een afgevlakt feest dat voor iedereen verteerbaar is’. Ook Herman Pleij signaleerde in 1998 dat het sinterklaasfeest ‘onherroepelijk’ zou verdwijnen: ‘De toenemende internationalisering zal steeds dwingender het kerstfeest opleggen.’

Is de globalisering inderdaad schadelijk voor het voortbestaan van nationale en regionale cultuuruitingen? Het effect lijkt eerder omgekeerd: er komt weer meer aandacht voor al wat ‘eigen’ is. Ook de Sint lijkt van die ontwikkeling te profiteren: de laatste jaren zit hij weer stevig in het zadel.

Vraag is wel wat voor sint het eigenlijk is die we op het scherm zien aankomen en in tal van programma’s zien optreden. ‘Ouders proberen hun kinderen wel eens wijs te maken dat ze braaf moeten zijn, omdat ze anders geen cadeautjes krijgen’, snuift tv-sint Bram van der Vlugt verontwaardigd. ‘Chantage noem ik dat!’ Eigenlijk houdt deze sint-light helemaal niet van brave kinderen. ‘Braaf is het meest weerzinwekkende woord dat ik ken’, verklaarde hij. En: ‘Ik houd wel van een beetje ondeugend op zijn tijd.’ En: ‘Kinderen stout? Goed zo. Sinterklaas ook.’

‘De Annie M.G. Schmidt-benadering’ heeft Dick Ernst Claassen, tien jaar lang de officiële Amsterdamse Sinterklaas, deze opstelling genoemd. Maar er klinken ook tegengeluiden. ‘Ik zelf wil als Sinterklaas nog wel even streng zijn’, zegt John Helsloot, volkskundige aan het Meertens Instituut. ‘Maar dat mag niet. Sinterklaas is een hulpbehoevende oude sukkel geworden.’

Bram van der Vlugt is al meer dan twintig jaar de nationale televisiesint. Ook zijn voorganger, Adri van Oorschot, bleef bijna een kwart eeuw in functie. Alleen koninginnen zijn in ons land langer aan het bewind. Dat heeft wel als consequentie dat sociaal-culturele veranderingen vertraagd doorklinken in de manier waarop Sinterklaas zijn ambt uitoefent. Toen Van der Vlugt Van Oorschot opvolgde, en een minder strenge en formele Sinterklaas neerzette, was het 1986 – rijkelijk laat om de ideeën van de jaren zestig en zeventig een plaats te geven. Sinterklaas was in Nederland de laatste bisschop die door de bocht ging.

Maar beantwoordt die informele, licht anarchistische en soms ronduit populaire manier van doen nog aan tegenwoordige wensen en verwachtingen? De Sint van Nederland had altijd een anti-autoritair tintje – hij fungeert immers als excuus om iedereen, gezagdragers incluis, eens ongezouten de waarheid te zeggen. Maar een sint die ook zijn eigen morele gezag gaat relativeren, is zichzelf niet meer. Om te weten waar dat toe kan leiden, hoeft hij alleen maar een blik te werpen op de lotgevallen van zijn grote voorganger: de God van Nederland.

God en Sint beschikken allebei over het ‘Alziend Oog’, ze houden een grootboek bij – in Sints geval zelfs letterlijk – van onze morele levenswandel. Allebei zijn ze bij het uitoefenen van die kennis steeds minder streng geworden. Beiden gingen van start met strenge, bedreigende symbolen en rituelen, die ze uiteindelijk achterwege lieten of van een nieuwe, positieve inhoud voorzagen.

Voor de meeste Nederlanders zijn God en zijn hemelingen niet meer de poortwachters van hemel en hel. God is lief geworden, en is daarbij niet alleen zijn macht, maar ook zijn gezicht en persoonlijkheid kwijtgeraakt, om plaats te maken voor een onbestemd ‘iets’. Volgens wijlen Frans Kellendonk is het geloof in God voor veel Nederlanders een kwestie van ‘oprecht veinzen’ geworden. Samen doen ze net of God nog bestaat omdat het zo’n ‘nuttige fictie’ is.

Het helpt daarbij als je zelf nog een kerkelijke jeugd hebt gehad. Zo heeft schrijver Herman Franke, katholiek opgevoed, zich nooit helemaal kunnen onttrekken aan ‘de gedachte dat er altijd iets op me let dat me ook nog eens feilloos doorheeft’, ook al vindt hij dat ‘grote onzin’. Voor nieuwe generaties, die nooit geloofd hebben, lijkt het een stuk moeilijker te blijven veinzen dat God bestaat. De ‘nuttige fictie’-formule zal daardoor niet veel meer inhouden dan een kortstondige afbouwfase.

Ook op dit punt lijkt er een parallel te bestaan tussen de lotgevallen van God en die van Sinterklaas. Psycholoog en sinterklaaskenner A.D. de Groot heeft erop gewezen dat kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven, later toch nog altijd die spanning en dat ontzag ervaren wanneer ze tegenover de goedheiligman staan. Net als het verhaal van Franke dus – maar met één kardinaal verschil: ook in de toekomst zullen Nederlandse kinderen in Sinterklaas geloven, en hun hele verdere leven iets van eerbied en ontzag voor hem voelen.

Dat dat zo blijft, daar zorgen wij met ons allen voor. Sinterklaas is een groot spel, een nationale komedie waarbij volwassenen oprecht veinzen dat zij in de Sint geloven, terwijl ze heel goed weten dat hij in feite tussen de oren zit. Het sinterklaasfeest is iets moois dat zich tussen de mensen afspeelt, een voertuig voor gevoelens van gemeenschapszin, binding en liefde. Dichter bij het moderne godsbeeld zoals het op dit moment in Nederlandse kerken wordt gekoesterd, kun je niet komen.

De God van Nederland heeft alle reden jaloers te zijn op Sinterklaas. Terwijl hij steeds moederlijker wordt en uiteindelijk in lucht opgaat, blijft de Sint van Nederland een eerbiedwaardige en imposante vaderfiguur. Als een dominee roept dat God niet bestaat, zegt de goegemeente: mmm, interessant, vertel eens verder. Maar wie van de daken zou roepen dat de Sint niet bestaat, gaat subiet de zak in en wordt linea recta afgevoerd naar Spanje.

Maar de geschiedenis van God houdt voor Sinterklaas wel een waarschuwing in. Afdalen van je hoge troon, dicht bij de mensen willen staan, een stukje met ze meelopen en lief zijn voor iedereen is een kunst. Houd je daarbij geen maat, dan kan het je de kop kosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden