LAND VAN AFKOMSTSinan Çankaya

Sinan Çankaya is niet in een hosannastemming: ‘De slavernij en de Holocaust zitten nog in ons’

Sinan Çankaya.Beeld Ernst Coppejans

De politie twijfelde aan de neutraliteit van Sinan Çankaya (37), cultureel antropoloog van Turkse afkomst. Nu nog is er ongeloof: kan iemand als hij universitair docent zijn?

Het begon met de penalty van Clarence Seedorf. Turkije-Nederland, op 2 april 1997, was een belangrijke kwalificatiewedstrijd voor het het WK voetbal van 1998. Vijf minuten voor tijd miste Seedorf een penalty, bij een 1-0 achterstand voor Nederland. ‘Als migrantenkind voelde ik een soort identificatie met Seedorf en de andere zwarte spelers van het Nederlands elftal. In de periode ervoor, met de zogenaamde Kabel, werd in Nederland over ze gesproken op een negatieve manier waarvan ik dacht: dit klopt niet, wat gebeurt hier?’

Mijn ontelbare identiteiten, het boek van Sinan Çankaya dat deze week verschijnt, gaat over deze ingewikkelde mechanismen. ‘Identiteit is een narratief dat we over onszelf vertellen, maar het is ook wat óver ons wordt verteld door anderen. Ik was een jaar of 15, ik had nog helemaal niet nagedacht over vragen als: wie ben ik?

‘In Nijmegen was ik in een grotendeels witte vwo-klas terecht gekomen. Ik ging naar een andere school dan mijn vriendjes, of ze zaten in hetzelfde gebouw op een lager niveau. In de klas werd voor mij bepaald dat ik natuurlijk voor Turkije was en dus tegen Nederland, dáár werd dat etiket op mij geplakt. Ik moest dus juichen toen Seedorf miste, terwijl ik het ook heel erg vond voor hem.

‘Die identiteit had ik niet zelf bedacht, ze werd me toebedeeld. Ik ging me daarnaar gedragen, ik kreeg een enclavementaliteit: ik ben hier de Turk. In de achterstandswijk waar ik opgroeide, voetbalden we al met de Turken tegen de Marokkanen, maar daar was het een zelfgekozen identificatie, geen label dat door anderen werd bepaald. In de jaren negentig lootte Nederland toevallig twee keer achter elkaar tegen Turkije voor de WK-kwalificatie, die wedstrijd kwam steeds terug.’

Robert Vuijsje interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met comedian Najib Amhali (Marokkaans) en dichter Lamia Makaddam (Tunesisch).

Zou jouw leven anders zijn verlopen zonder die lotingen?

‘Dat denk ik wel. Ik ga uit van het sociale. Niet alles staat vast, allerlei paden en wegen zijn mogelijk.’

De tweede fase kwam in 2007, bij het Project Juxta van de politie Amsterdam-Amstelland, waarbij twaalf jonge academici tegenspraak mochten bieden op het functioneren van het korps. ‘Van die twaalf was ik de enige met een migratieachtergrond. Na drie maanden mochten we met eigen projecten komen. Als antropoloog koos ik voor interne discriminatie en uitsluiting bij de politie, daarover ging later mijn proefschrift. Daarna heb ik een onderzoek gedaan naar etnisch profileren door de politie.

‘In geen andere context is zo vaak aan mijn neutraliteit getwijfeld als bij de politie. Wat kwam ik daar doen, ik moest steeds mijn politiepas laten zien, ik werd aangezien voor de schoonmaker of de monteur van de frisdrankautomaat. 

‘Het verschuift. In de auto word ik niet meer aangehouden, kennelijk ben ik niet erg bedreigend meer. Ik kom nu in een ander statusconflict terecht: ongeloof dat ik een universitair docent zou zijn.

‘Identiteit is een rekkelijk begrip, het kan verschuiven als de context of de omstandigheden veranderen. Ik zat met twee agenten in de auto. We hadden een provocatief, maar leuk gesprek. Ze maakten harde grappen over Turken. We kregen een melding van een vrouw die een conflict had met haar buurman. Toen we daar aankwamen, zei die vrouw over mij: híj komt absoluut niet mijn huis in. Ik was stomverbaasd.

‘De agent die net in de auto de hardste grappen over mij had gemaakt, zei tegen haar: hij is ook van de politie, óf wij gaan nu met z’n drieën naar binnen, óf we gaan weg. Hij wachtte het antwoord niet af en liep haar huis in. In de auto, onder elkaar, was ik een Turk en nu, in het gezelschap van burgers, was ik zijn collega. Ik vond het prettig dat hij zo voor me opkwam. 

‘Die rekkelijkheid zie ik ook in mijn eigen leven. Thuis, in Amsterdam-West, ben ik een Turk. Als ik naar het centrum van Amsterdam ga, word ik aangezien voor een toerist. Een Spanjaard, een Italiaan of een Arabier.’

De derde fase kwam bij het presenteren van zijn onderzoek naar de politie. ‘Ik herinner me nog een gesprek met een redacteur van een belangrijk actualiteitenprogramma op tv. Dat ging vooral over de vraag: wat voor kennisproducent ben jij, hoe objectief is dit onderzoek, je bent Turks, stond de uitslag niet vantevoren al vast?

‘In mijn nieuwe boek probeer ik weg te blijven van het idee dat racisme een probleem is van de onderklasse, geconcentreerd onder PVV-stemmers die lager opgeleid zijn en niet beter weten. Ik wil laten zien hoe structureel en institutioneel het is, ook in progressieve kringen en zelfs bij mensen die een antiracistische positie innemen, zoals deze tv-redacteur.’

Je schrijft dat je weg wilt blijven van anekdotes, omdat het dan een persoonlijke ervaring lijkt in plaats van een wetenschappelijke vaststelling.

‘Je bent Turks, hoe objectief ben je dan? Dat idee. Terwijl objectiviteit bij niemand bestaat. Ik ben me ervan bewust dat het boek een aaneenrijging van anekdotes is. En dat dit tegenstrijdig is. Maar ik probeer het persoonlijke te ontstijgen en het in een bredere context te plaatsen.’

Het boek is heftig, er zit niet veel lucht in.

‘Ik probeer wel het speelse te benadrukken, het spel van de identiteit. Alleen moest het ook een stomp in de maag zijn. Ik wilde niet vervallen in een goedkope en holle benadering van dit onderwerp, een hosannastemming waarin het allemaal meevalt in Nederland. De slavernij, de Holocaust, die gebeurtenissen zitten nog in ons. Toch denk ik dat het alsnog een hoopvol boek is.’

Nederlands

‘In het buitenland. Verder heb ik er weinig aanleiding toe, net zoals bij Turks. Het is een van mijn identiteiten. Mijn stedelijke identiteit vind ik belangrijker.’

Turks

‘Als ik boos ben, schiet ik in de Turkse taal.’

Partner

‘Ze waren divers. Colombiaans, Iraans, Marokkaans, Dominicaans. Nederlands, als in: wit. O ja, en ook Turks.’

Wit of blank

‘Wit, omdat blank wil doorgaan voor neutraal. De term wit maakt het zichtbaar als kleur en dat doet pijn, daar reageren mensen boos op.’

Sinan Çankaya (Nederland, 1982) is, als cultureel antropoloog, universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ik geef nu geen livecolleges meer. Onderwijs gaat om interactie, ik mis de gesprekken en het contact. Ook met collega’s.’ Zijn nieuwe boek, Mijn ontelbare identiteiten, verschijnt 28/5 (De Bezige Bij, € 22,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden