Sigaren

Oud-staatssecretaris Elizabeth Schmitz is gereputeerd sigarenrookster en kenner van tuitknakjes, sweets, sprintjes en panatella. Over aroma, vorm, lengte, gezondheid en genieten....

1. Ruim 25 jaar geleden, in mijn tijd als wethouder, wilde ik van de sigaretten af. De eerste jaren nam ik er 's ochtends nog eentje, tot ik ten slotte helemaal over was op de sigaren. In mijn sigarenkoker zitten altijd verschillende modellen en merken, die ik rook al naar gelang de gelegenheid en het moment van de dag. Anders dan een sigaret, die toch meestal gedachteloos wordt weggerookt, is een sigaar iets om bewust van te genieten. Momenteel verblijf ik in een zomerhuisje in de bossen, en niets is heerlijker dan er na het eten buiten op het terras eentje op te steken. En ook op die mooie cederhouten kisten kan ik helemaal verlekkerd zijn.

2. Als je altijd sigaretten hebt gerookt zijn zogenaamde sweets, kleine filtersigaartjes waaraan een aroma is toegevoegd (vanille of cognac) wel iets om mee te beginnen. Sigarenzaken verkopen ze niet van harte omdat ze gemaakt zijn van tabakskruim en papier, maar als tussenstap op weg naar de echte sigaar zijn dit soort cigarillo's heel geschikt. Voor het ware werk raad ik sigarenrokers in spe aan om zich te laten adviseren in een goede tabakswinkel.

3. Tegenwoordig rook ik nog maar twee, drie sigaren per dag, maar wel van een goede kwaliteit. Als ik stukken lees of simpelweg wil nadenken, bevordert een sigaar de rust en de concentratie. Voor een lekkere sigaar moet je nu eenmaal even gaan zitten. Mensen die druk aan het werk zijn achter de computer of bezig met hun handen, zie je zelden met een sigaar tussen de lippen. Ik ben zelf heel gek op tuitknakjes, kleine, puntig toelopende sigaartjes waarvan je de dunne kant moet aansteken. Ze zijn (ook) te koop in prachtige kleine kistjes van tien stuks.

4. Het aansteken van de sigaar doe je met een lucifer of een gasaansteker. Nooit met een benzine-aansteker, want de benzinelucht kan in de sigaar trekken. Als je een lucifer aanstrijkt, laat dan eerst de zwavel verbranden. Sommige restaurants bieden hun klanten na het eten een sigaar aan. Volgens het ritueel steekt men een lang, plat cederhoutje aan waarmee vervolgens de sigaar wordt aangestoken. Overigens worden vrouwen in restaurants meestal overgeslagen bij het presenteren van een sigaar. Bij mijn vaste Chinees hoef ik gelukkig nooit te vragen of ik er ook een mag. Daar krijg ik er al een als ik binnenkom.

5. Tijdens mijn hectische baan op Justitie rookte ik wel twintig sigaartjes per dag. Veel 'sprintjes' (Panter Sprint). Die zijn vrij goedkoop en je kunt ze bij elke supermarkt en benzinepomp kopen. De betere merken hebben dit type sigaar echter ook. Hoewel ik in die tijd vaak naar een sigaar greep in spannende situaties of om even tot rust te komen, was het toch altijd nog anders dan 'even snel een sigaretje roken'. Ik rookte zelfs wel tijdens vergaderingen. Dat kon, omdat op het departement veel liefhebbers van sigaren werkten. Onder de ambtenaren had ik een paar 'sigarenmaatjes', die enthousiast naar me toekwamen als ze een mooi kistje op de kop hadden getikt. Met Hans Wijers wisselde ik ook regelmatig sigaren uit. Mensen die van sigaren houden hebben vaak een soort onderlinge kameraadschap. Ze delen behalve de liefde voor sigaren ook een levenshouding: het ontspannen kunnen genieten.

6. Sprietjes oftewel cigarillo's heb je in allerlei prijzen en kwaliteiten. Ze worden wel beschouwd als damessigaar, maar laat dat voor de heren geen belemmering zijn om ook eens zo'n dunnetje te proberen. Het bekende beeld van mannen met dikke sigaren zie (of misschien zag) je natuurlijk veel in de politiek. Wiegel, Churchill. Voor de ingang van de vergaderzaal van de Eerste Kamer, vroeger een herengezelschap bij uitstek, hangt een rek met allemaal kleine vakjes waarin de senatoren hun brandende sigaar deponeren voor ze naar binnen gaan. Na afloop steken ze hem weer aan. Een sigaar mag je nooit uitdrukken, je moet 'm vanzelf laten uitgaan. Nog een tip: het bandje - je ziet ze overigens niet veel meer tegenwoordig - haal je er van tevoren af.

7. af en toe heb ik trek in een lekkere lange sigaar. Dan neem ik een panatella. Bij sigaren is behalve het aroma vooral ook de vorm bepalend voor de rookervaring. Er is iets voor te zeggen dat sigarettenrokers die willen overstappen op sigaren een wat robuuster model nemen zodat ze minder in de verleiding komen om te inhaleren, iets wat uit den boze is bij het roken van sigaren: je moet de rook in je mond laten circuleren en dan uitblazen. Desondanks zijn sigaren natuurlijk niet echt gezond, maar als je maat houdt en zorgt dat anderen er geen last van hebben, kan er toch echt niet zoveel aan de hand zijn. Ik vind het prima dat mensen elkaar waarschuwen voor de risico's van roken, maar de anti-rooklobby is soms wel erg fanatiek en moralistisch en dat werkt averechts. Een van mijn vroegere collega's had in een interview gezegd dat ze gestopt was met roken, waarop ze een brief kreeg in de trant van: 'Hè hè, eindelijk bent u tot inzicht gekomen.' Prompt stak ze weer een sigaret op. Mijn boodschap is: als je rookt, doe het dan bewust en neem een kwalitatief goede sigaar. Dan rook je vanzelf ook minder.

8. Het genot van sigaren roken zit 'm voor mij in de eerste plaats in de geur. Mijn vader was tabaksmakelaar. Hij importeerde tabak, onder andere uit Indië, en verkocht die aan sigarenfabrikanten. In ons huis in Rotterdam werd na de oorlog een kamer ingericht als kantoor en in de kelder lagen op houten schappen de monsters opgeslagen, bundels van allerlei soorten tabaksbladeren. Van al die geuren genoot ik als kind. Wanneer mijn vader en de andere heren tabak keurden, deden ze dat door de sigaar langzaam voor hun gezicht te draaien en de rook in hun neus te laten kringelen. En ook zij letten vooral op de geur. Dikke sigaren zijn het meest aromatisch, omdat daar meer soorten tabak in verwerkt kunnen worden dan in dunnere. Eigenlijk niet iets voor beginners, maar als je ooit een dikke Cubaan krijgt aangeboden, versmaad hem dan niet. Rook 'm desnoods in etappes op. Dat heb ik ook gedaan toen ik destijds van Gerrit Zalm een kist havana's kreeg, die hij weer van de Cubaanse ambassadeur had gekregen.

9. Een sigaar smaakt het best na een rustig etentje. Dat hoeft beslist geen uitgebreid superdiner te zijn. Het gaat meer om het moment, het gezellige natafelen met je disgenoten. Het summum is een goede sigaar met een glas wijn, cognac of calvados erbij.

10. Voor wie zijn kennis over sigaren wil verdiepen, is er leeskost te over. Een fraaie uitgave met informatie over de geschiedenis van de sigaar en veel foto's van beroemde sigarenrokers is Cigar Aficionado's - de wereld van de sigaar (onder redactie van Marvin R. Shanke, uitgegeven in 1998 door Image Books Publishers). Verder zijn aan te bevelen Sigaren - alle informatie voor de liefhebber van Anwer Bati (Librero, 1999) en De Nederlandse sigaar van Wim Sanders, een gidsje met beschrijvingen en beoordelingen van meer dan tweehonderd modellen van bekende sigarenmerken (Image Books Publishers, 1998).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden