Achtergrond Seksuele intimidatie in het OV

Seksuele intimidatie in het OV: de ‘treinrukker’ is overal

Georgia Oost: ‘Andere mensen vinden het komisch. Zij worden niet bang en liggen er ’s nachts niet wakker van. Toch?’ Beeld Isa Grutter

Het komt vaak voor: seksuele intimidatie in het OV. Verslaggever Georgia Oost trof zelfs vier keer zo’n ‘treinrukker’. Had ze meer kunnen doen? ‘Het is typisch om te denken: wat stel ik me toch aan.’

Toen ik op 12 maart 2018 op 18-jarige leeftijd de trein instapte was ik in eerste instantie opgelucht dat de coupé leeg was. Dan kon ik ongestoord mijn boek lezen of muziek luisteren. Treinreizen, wat ik dagelijks deed, vond ik toen nog leuk.

Liever luisteren dan lezen? Hieonder kun je dit verhaal van de Volkskrant beluisteren. Het is ingesproken en opgenomen door Blendle Audio.

Hij ging schuin tegenover mij zitten. Ik weet nog dat ik dat gek vond – er waren zo veel plekken vrij, waarom bij mij? Die vraag werd al snel beantwoord. Zodra hij ging zitten, merkte ik iets aan zijn blik. Die was indringend, bleef plakken. Het duurde niet lang voordat ik begreep wat hij van plan was. Zijn ogen waren op mij gericht, schoven langzaam van mijn benen omhoog naar mijn bovenlichaam, bleven op bepaalde plekken langer hangen en bewogen langzaam naar mijn gezicht. Er was genoeg ruimte tussen ons, toch kon ik hem overal op mij voelen. Terwijl zijn hand in zijn broek gleed, drong hij ook mijn hoofd binnen. Mijn lichaam ging op slot, mijn blik wendde ik af. Ik drukte mijn knieën tegen elkaar en schoof mijn ­handen voor mijn borst. Mijn bekkenbodem trok zich ­samen. Mijn keel werd steeds droger en ik ging steeds sneller ademhalen. Weglopen lukte niet. Toen ik naar hem keek, verscheen er een grote lach op zijn gezicht, toen ik wegkeek hoorde ik de geluiden die hij maakte. Met trillende handen pakte ik mijn telefoon en richtte die op hem. Terwijl de machinist door de intercom vermeldde dat we Amsterdam Bijlmer binnenreden, maakte ik een foto. Hij zag het, stond op, liep weg. Het was alsof ik was vastgezogen in de stoel en voeten had van beton. Het duurde even voordat mijn lichaam weer luisterde naar wat ik wilde doen, daarna stond ik op. Met een bleek weggetrokken gezicht en tranen in mijn ogen ging ik op zoek naar een conducteur.

Dit was voor mij de derde keer. En een jaar later gebeurde het weer. Ik merkte dat ik me anders ging gedragen in het openbaar vervoer. Ik ging liever aan het gangpad zitten, zodat ik makkelijk kon weglopen als dat nodig was. Ik legde mijn tas op de stoel naast me, iets wat ik vroeger altijd asociaal vond. Ik lachte niet terug als een man naast me kwam zitten, hield elke beweging nauwkeurig in de gaten en bedacht alvast wat ik kon doen als hij iets zou doen. Ik werd alerter. Schreef me in voor zelfverdedigingslessen, keek filmpjes van vrouwen die zich wél konden verdedigen en overwoog om pepperspray aan te schaffen.

Naast het feit dat ik steeds meer aspecten van mijn leven ging aanpassen, verweet ik mezelf dat ik hier zo heftig op reageerde. Verkrachting, dat is pas erg. Maar in je billen geknepen worden, nageroepen op straat of aangestaard worden? Dan stel je je aan. Toen ik op internet een filmpje voorbij zag komen waarin te zien was hoe een man masturbeerde in een bus, heb ik urenlang de reacties gelezen. Mensen reageerden lachend en tagden hun vrienden onder het bericht. Stelde ik me aan? Was dit grappig in plaats van eng? Andere mensen vinden het komisch. Zij worden niet bang en liggen er ’s nachts niet wakker van. Toch?

Iva Bicanic. ‘Mensen willen niet accepteren dat misbruik bestaat. Ze willen niet weten dat zijzelf, of hun dochter, hier ook slachtoffer van kunnen worden – en dat ze dan waarschijnlijk niks doen, omdat ze verlamd raken van angst.’ Beeld Isa Grutter

Ik wilde weten of ik werkelijk de enige was die dit anders had ervaren dan als iets grappigs. Ik tikte een kort berichtje, plaatste dat op Facebook en wachtte af. In dat berichtje schreef ik wat mij was overkomen en dat ik mensen zocht die hetzelfde hadden meegemaakt. Het duurde niet lang voordat mijn telefoon volstroomde met berichtjes. Sms’jes van vriendinnen die anderen kennen, verhalen van vrouwen die precies dat hadden meegemaakt – ‘Ik wist niet dat dit vaker gebeurde’ – en reacties onder mijn oproep, van vrouwen die ervaringen van twintig jaar geleden nog onmiddellijk voor de geest konden halen. Ook zij vonden dit niet grappig en deelden de angst dat ze zich aanstelden. Een paar van deze vrouwen sprak ik, onder wie Nydia van Voorthuizen (30), auteur en podcastmaker.

In een café in Amsterdam vertelt Nydia: ‘Het was in september 2017. Ik nam ’s middags de trein naar een zeilevenement. Ik zat in een tweezit, had een koptelefoon op en was een boek aan het lezen. Ergens halverwege de rit kwam er een man naast me zitten. Hij was dik, waardoor onze lichamen elkaar raakten. Ik vond dat niet gek: als een dun persoon tegen me was gaan aanleunen zou dat opvallen, maar deze man kon daar niks aan doen. Na enkele minuten zag ik dat hij zijn hand op mijn been had. Eerst dacht ik dat hij gewoon mijn been aanraakte, maar zijn hand was echt op mijn been geplaatst. Toen ik opkeek, zag ik dat hij zich met zijn andere hand aan het aftrekken was, door zijn joggingbroek heen. Het was zo’n absurde situatie dat ik meteen aan mezelf begon te twijfelen. Ik dacht: zie ik dit wel echt? Ik verlamde, deed en zei niks, ik was bevroren. Het duurde niet lang voor we bij het eindpunt waren, waarna hij snel opstond en wegliep. In paniek stuurde ik een vriendin een berichtje. Meteen zei ze dat ik had moeten schreeuwen, niet stil had moeten zitten. Toen ik het verhaal later aan anderen vertelde, kreeg ik meer van dat soort opmerkingen. Er was zelfs een collega die zei: ‘Dit zou mijn dochter nooit overkomen.’ Iemand anders zei dat ik niet zo veel bezig had moeten zijn met mijn telefoon. Die opmerkingen waren een onverwachte trap na: het was toch niet mijn schuld dat dit was gebeurd? Dat ik op een openbare plek plotseling betast word, is belachelijk. Hij heeft mij in mijn vrijheid beperkt; door hem duurde het lang voordat ik weer ontspannen een trein instapte.’

Klinisch psycholoog en hoofd van Centrum Seksueel Geweld Iva Bicanic zucht diep als ze deze opmerkingen hoort. ‘Klassieke voorbeelden van victim blaming: een slachtoffer de schuld geven van iets waar hij of zij niks aan kan doen. Een groot deel van mijn werk, het behandelen van slachtoffers van seksueel geweld, heeft te maken met psychisch vastlopen doordat zij uit hun omgeving niet de steun krijgen die ze nodig hebben om dit soort seksuele intimidatie te verwerken.’ Uit onderzoek van Centrum Seksueel Geweld blijkt dat het beschuldigen van het slachtoffer vaak schadelijker is dan de ervaring zelf. Het komt helaas vaak voor dat slachtoffers van seksuele intimidatie niet of niet helemaal worden geloofd, stelt Bicanic. ‘Mensen willen niet accepteren dat misbruik bestaat. Ze willen niet weten dat zijzelf, of hun dochter, hier ook slachtoffer van kunnen worden – en dat ze dan waarschijnlijk niks doen, omdat ze verlamd raken van angst. In plaats van die ongemakkelijke realiteit te accepteren, kaatsen mensen de bal meteen terug. En dan krijg je de opmerkingen die slachtoffers zoals Nydia te horen krijgen.’

Bevriezen tijdens seksueel geweld

Zelfs de mensen met een grote mond kunnen verlamd raken in een situatie als deze. Charlotte (22), ze wil niet met haar achternaam in de krant, ervoer dat. ‘Elke keer als ik terugdenk aan dat moment, kan ik er niet bij waarom ik niks deed. Normaal gesproken zeg ik er altijd iets van als ik word lastiggevallen, waarom nu niet? Ik baal dat ik hem niet gewoon een stomp heb gegeven.’ Het was zomer 2014 toen Charlotte de trein pakte van Alkmaar naar Amsterdam, onderweg naar een feestje. Ze zat met een andere man in de coupé, verder was er niemand. ‘Hij begon een gesprekje, wilde weten wat ik ging doen en waarom ik er zo leuk uitzag. Ik beantwoordde beleefd zijn vragen, maar al snel werden zijn opmerkingen seksueler. Of ik met jongens op stap ging die avond, dat ik lang moest wachten met seks, dat jongens voorzichtig met mij moesten doen. Ik dacht: waar heeft hij het nou over?’

De man vroeg Charlotte op een gegeven moment of ze dichter bij hem wilde gaan zitten. Ze stemde in en ging tegenover hem zitten. ‘Vaak heb ik me nog afgevraagd: waarom in hemelsnaam? Hij ging verder met het gesprek en hier en daar gaf hij me een compliment waarna hij kort een klopje op mijn knie gaf. Plotseling liet hij zijn hand op mijn knie liggen. Hij begon te praten over hoe mooi hij mijn benen vond, dat hij het goed vond dat ik ze liet zien. Hij boog voorover, schoof mijn rokje omhoog en begon mijn benen te kussen. Ik deed niks, staarde voor me uit. Mijn lichaam bevroor, het leek wel alsof mijn brein uitging.’ Voordat de man verder kon gaan, liepen er twee conducteurs binnen om te vertellen dat de trein ontkoppeld werd en dat ze moesten overstappen. De man stond op en liep weg. ‘Ik was doodsbang dat hij me zou achtervolgen, maar ik heb hem niet meer gezien. De rest van de reis naar Amsterdam heb ik emotieloos voor me uitgestaard, pas toen ik mijn vrienden zag barstte in ik huilen uit.’

Bevriezen tijdens seksueel geweld wordt tonic immobility genoemd: een automatische, biologische overlevingsreactie bij gevaar. Een volkomen normale reactie, aldus Bicanic. ‘Het voelt als verlamming. Je weet wel dat je iets moet zeggen, dat je snel weg moet, maar je lichaam reageert niet. Van de mensen die dit overkomt, doet 70 procent niks of werkt mee. In films en series zien we dat vrouwen gillen, van zich afslaan en wegrennen. De realiteit is dat een minderheid van de mensen zo reageert.’

Terug naar dat moment in 2018 in de trein. Nadat ik de conducteur had verteld wat er was gebeurd, liet ik hem de foto zien die ik had gemaakt. Na een rondje door de trein had de conducteur de man gevonden. Ik besloot aangifte te doen. Vanaf dat moment kwam iedereen in actie. We waren tien minuten verwijderd van Utrecht, dus was er niet genoeg tijd om de politie op tijd naar het juiste perron te begeleiden. Hij legde de situatie uit aan de machinist, die de trein even stopte. Eenmaal in Utrecht bleven alle deuren dicht, behalve die bij de coupé van de man. Nadat ze hem hadden opgepakt, mochten de andere reizigers naar buiten. Terwijl ik mijn verhaal vertelde aan een agent, hoorde ik haar collega bevestigen: ‘Het is dezelfde.’

‘Het is vrij typisch voor dit soort misbruik om als slachtoffer te denken: wat stel ik me toch aan.’ Beeld Isa Grutter

Deze vorm van seksuele intimidatie valt onder schennispleging of aanranding, beide strafbare feiten waar je aangifte van kunt doen. Een woordvoerder van NS zegt dat ze geen specifieke cijfers hebben van het aantal gevallen van schennispleging of aanranding in het openbaar vervoer. Ook de politie houdt niet bij hoeveel aangiften specifiek gaan over het openbaar vervoer. Het CBS constateerde in februari 2019 dat slachtoffers van zedenmisdrijven in de meeste gevallen niet naar de politie stappen. Maar vier op de tien slachtoffers maken er melding van. Dat verbaast Bicanic niet. ‘Het is vrij typisch voor dit soort misbruik om als slachtoffer te denken: wat stel ik me toch aan. Daarom zijn er ook weinig mensen die hulp zoeken of het melden. Ik denk dat er veel mensen rondlopen met een onverwerkt trauma.’

Na talloze soortgelijke verhalen van vrouwen gehoord te hebben, vraag ik mij af: wie zijn de mannen die dit doen? Forensisch psycholoog Wineke Smid, werkzaam bij de Van der Hoeven Kliniek, een centrum voor klinische forensische psychiatrie, doet onderzoek naar zedendelinquenten. ‘Dit is een vorm van exhibitionisme: de sterke neiging om je geslachtsdeel in het openbaar aan anderen te laten zien, omdat je dat als opwindend ervaart. Mannen die zo’n delict plegen, het zijn voornamelijk mannen, ervaren dit vaak als iets buitengewoon dwangmatigs en hebben een gebrek aan impulsbeheersing. Maar het is natuurlijk verboden, en traumatiserend voor het slachtoffer.’ Dat zij niet kunnen ontsnappen uit de situatie is misschien een extra element van opwinding voor de dader, denkt Smid. ‘Je kunt als slachtoffer niet de trein uit springen. Daarnaast is het een grote drempel om op te staan en weg te lopen. Ze vinden het leuk als iemand naar ze kijkt en vaak ook als diegene schrikt, en dat moment duurt langer als de vrouw geen kant op kan.’

Het probleem is moeilijk op te lossen, zegt Smid. ‘Als daders gepakt worden, krijgen ze maximaal drie maanden gevangenisstraf en vaak geen behandeling. Pas na een serie delicten komen ze in behandeling terecht. Dat zou ik graag anders zien: het is voor deze mensen uitermate moeilijk om hier uit zichzelf mee te stoppen. Ook na een gevangenisstraf gaan ze vaak weer door. Met behandeling lukt stoppen vaak wel.’ Daarnaast vermindert behandeling ook de kans op doorgroei. ‘Onder een kleine minderheid van de exhibitionisten komt doorgroei naar ernstige seksuele delicten voor, maar het percentage doorgroeiers is wel aanzienlijk groter dan bij mensen die bijvoorbeeld kinderporno kijken. Een aantal mensen die wij behandelen wegens aanranding of verkrachting, zijn eerder opgepakt voor dit soort delicten.’

Een paar weken na mijn aangifte zag ik de man weer rondlopen op het station. Vanuit mijn stoel op de bovenverdieping van de trein, zag ik hoe de deuren vlak voor hem sloten. Hij stapte een andere trein in.

Ook last van seksuele intimidatie of geweld?  

Als je te maken hebt gehad met seksuele intimidatie of geweld, kun je terecht bij Slachtofferhulp op 0900-0101.

Bij een aanranding of verkrachting kun je ook terecht bij Centrum Seksueel Geweld, bel dan gratis naar 0800-0188. Het centrum richt zich op seksueel geweld korter dan een week geleden, met het oog op verwerking en de gezondheid, en het veiligstellen van sporen. Het nummer is 24 uur per dag bereikbaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden