Seks wordt een beetje eenzaam

Meer porno, internetseks en zelfbevrediging. En minder seks met elkaar. Wat is er gebeurd met seks in Nederland? En hoe komt dat?...

De Nederlander is meer met seks bezig dan ooit. Volgens een groot bevolkingsonderzoek van de Rutgers Nisso Groep wordt meer gefantaseerd en gemasturbeerd, veel porno gebruikt – ook vrouwen doen dat verrassend veel – en internet wordt op creatieve wijze ingezet.

Maar de ouderwetse seks, zeg maar het echte werk, al dan niet in bed maar in ieder geval met elkaar? Dat schiet erbij in. In 1991 deden vier van de tien stellen het nooit tot hooguit één keer per week. Nu is dat aandeel gestegen tot maar liefst zes van de tien.

Het contrast tussen veel gedoe en weinig gevrij is een van de opvallende uitkomsten die Rutgers Nisso Groep donderdag presenteert op een congres in Utrecht en in het boek Seksuele Gezondheid in Nederland 2006 (www.rng.nl).

‘Meer seks achter de computer, minder in relaties; ik had wel even de gedachte “waar gaat dat naar toe?”, zegt dr. Ine Vanwesenbeeck, hoofd onderzoek van de Rutgers Nisso Groep. In dit kenniscentrum over seksualiteit, op loopafstand van het Utrechtse Hoog Catherijne, bladert ze door de tabellen, cijfers en correlaties die weer moeten weergeven hoe de de Nederlander sekst, met wie, waar, hoe vaak en of dat naar wens gaat of juist kopzorgen oplevert.

‘Uit de klinische praktijk wisten we wel welke kwesties er allemaal spelen, maar nu hebben we er eindelijk cijfers bij.’ Een deel van de cijfers kan bovendien worden vergeleken met die van vijftien jaar geleden, toen het onderzoek overigens vooral in het teken stond van de dreigende hiv-epidemie.

In de tussenliggende periode wordt seks steeds opener en bloter van de daken, billboards en tv- en computerschermen geschreeuwd. Maar nog steeds is het een kleine minderheid die de daad bij het woord voegt en zich te buiten gaat aan veel verschillende partners of uitzonderlijke vormen van seks, volgens het rapport. ‘Anders dan het straatbeeld doet vermoeden, houdt het overgrote deel van de volwassen Nederlanders het redelijk rustig wat seksualiteit betreft.’ Rustiger dan 15 jaar geleden dus.

Men víndt het ook weinig, zegt Vanwesenbeeck. ‘We doen het te weinig of veel te weinig, vindt een dikke helft van de mannen en een kleine helft van de vrouwen.’ Maar in plaats van bij elkaar onder de lakens, kruipen mensen achter de computer op zoek naar erotiek.

Die pornocijfers zijn nu voor het eerst in kaart gebracht en liggen hoog, vooral als het gaat om websites en films. Het ouderwetse seksblaadje is nog redelijk populair, maar de dure sekslijnen delven het onderspit; die worden amper meer gebeld door het grote en goedkope of gratis aanbod elders.

Van de mannen gebruikt 80 procent porno, 66 procent minstens één keer per maand, ongeacht leeftijd of achtergrond. Vrouwen maken een inhaalslag: 40 procent bekijkt weleens erotisch materiaal. Minder vrouwen doen dat regelmatig, maar toch altijd nog 18 procent, dus één op de vijf à zes vrouwen. Hoger opgeleide vrouwen meer, oudere vrouwen minder.

Internet

Op de vraag of men weleens seks heeft met iemand op het internet (al chattend of via de webcam) antwoordt 10 procent van de mannen en 6 procent van de vrouwen bevestigend. Daarnaast heeft 8 procent van de mannen en 4 procent van de vrouwen weleens seks met iemand die ze via het internet hebben ontmoet. Maar de seks is dan wel gewoon lijf aan lijf. We ontmoeten elkaar nu eenmaal niet meer alleen op het werk en in het café, maar ook via het web.

Op dit punt moeten we overigens kritisch zijn, zegt Vanwesenbeeck. Het onderzoek is gehouden via internetpanels; ruim vierduizend Nederlanders van 19 tot 69 jaar vulden een vragenlijst in. De groep is keurig representatief qua leeftijdopbouw, opleidingsniveaus, woonplaatsen, etniciteit en andere factoren die invloed zouden kunnen hebben op de seksualiteit. ‘Maar het zou kunnen dat leden van internetpanels ook eerder geneigd zijn tot internetseks.’

Erotisch materiaal is onder vrouwen tamelijk gewoon geworden, mannen worden zelfs een uitzondering als ze het níet gebruiken. Is dat ernstig of juist positief? In de net geluwde discussie over het verbieden van porno op marine-fregatten kwam de meningenparade weer langs. De een is het een doorn in het oog omdat mannen niet gevoed moeten worden met seksueel expliciet materiaal dat doorgaans een vrouwbeeld schetst dat, nou ja, op zijn minst erg beperkt is. De actrices kunnen er geen genoeg van krijgen en als ze niet willen, worden ze evengoed genomen, desnoods met geweld.

Anderen menen juist dat het een gezonde uitlaatklep is voor de overvloedige (mannelijke) lust. En vrouwenbladen prijzen al jaren erotische films en verhalen aan om de sleur uit bed te verjagen, ze voegen zelfs boekjes toe om hun lezeressen daarbij te helpen.

Geven de cijfers eindelijk het langverwachte uitsluitsel over de brandende kwestie? Is porno nu goed of slecht, voor de seksuele gezondheid althans?

Bij de mannen valt dat lastig te zeggen. Die gebruiken zó massaal porno, dat er over de groep weinig bijzonders valt te vertellen. Bijna iedereen valt in die groep, dus die groep wijkt niet af. Vanwesenbeeck: ‘Arm of rijk, jong of oud, etnische groepering, stad of platteland, maakt niet uit. Ook het seksueel gedrag is niet anders.’

Op één punt na. Mannelijke pornogebruikers doen veel meer aan zelfbevrediging. Van de mannen doet 88 procent dat; 47 procent minstens eens per week. Strikt genomen zeggen de cijfers niet of porno daarbij een hulpmiddel is, maar dat ligt uiteraard voor de hand.

Dat verband tussen gebruik van erotisch materiaal en zelfbevrediging kan ook voor vrouwen gelden. Van hen masturbeert driekwart; 18 procent minstens eenmaal per week; veel meer dan in 1991. Bijna vier op de tien gebruikt (daarbij) een seksspeeltje. Overigens zijn mannen die aan zelfbevrediging doen, negatiever over hun seksleven, vrouwen positiever.

Omdat die vrouwen een specifiekere groep zijn, valt er over hen ook meer te zeggen. ‘Ze zijn jonger, hebben een hogere opleiding, vaker een LAT-relatie en geen geloof.’ Zeg maar de Sex and the City -vrouwen. Ook zijn ze seksueel ondernemender. Meer partners en meer orale, anale en cyberseks.

Maar ook voor hen geldt dat ze, behalve meer met zichzelf, niet méér gaan vrijen. De individualisering lijkt zich uit te strekken tot in bed. Hebben we elkaars lijf niet meer nodig nu internet en dvd’s zo ruimschoots in onze behoeften voorzien? ‘Ik ben wel geneigd om te denken dat dat een rol speelt’, zegt Vanwesenbeeck. ‘De seksindustrie klaagt ook steen en been: waar blijven onze klanten? Die zitten achter het internet.’

Waakvlammetje

Maar hoe zit het dan met al die onderzoeken, zoals die van Ellen Laan en Stephanie Both van de Universiteit van Amsterdam, die aantonen dat het vrouwelijk verlangen groter wordt naarmate ze meer (voor hen prettige) erotische prikkels krijgen? En hoe zit het met al die damesblad-adviezen om het waakvlammetje aan te wakkeren met spannend materiaal?

Dat gaat voor een deel van de gebruik(st)ers wel op, denkt Vanwesenbeeck. ‘Ik denk dat porno soms inderdaad leidt tot meer seks met een partner. Maar als anderen door het materiaal juist mínder gaan vrijen, dan valt dat in de cijfers tegen elkaar weg.

‘Uit dit kwantitatieve bevolkingsonderzoek blijkt evenmin of pornografie leidt tot bijvoorbeeld seksuele agressie. Internationale onderzoeken geven hoogst tegenstrijdige resultaten op dit punt. Dat komt doordat porno negatieve effecten heeft op bepaalde groepen. Bijvoorbeeld op mannen die al een sterk vrouwonvriendelijke attitude hebben. In dat geval kan porno die negatieve attituden nog versterken en daarmee ook seksuele agressie stimuleren. ’

Voor vrouwen geldt iets vergelijkbaars, volgens Vanwesenbeeck. ‘In een studie die ik enkele jaren geleden onder Nederlandse vrouwen deed, bleek dat seksueel actieve vrouwen die positief zijn over seks, over hun eigen seksualiteit en hun eigen lichaam’ – vrouwen kortom die goed in hun vel zitten – ‘er iets leuk mee doen. En zij worden daardoor nog positiever over hun seksleven.’ Zelfs als het ‘mannelijke’ porno is die hen niet bevalt. ‘Dan concluderen ze dat hun eigen seksleven leuker is.’

Bij vrouwen die niet goed in hun vel zitten, werkt erotisch materiaal echter vaak averechts. Het zijn vaak vrouwen die angstig of onzeker zijn over zichzelf, hun lichaam en over seks, al dan niet door seksueel-geweldervaringen. ‘Expliciete beelden halen hun zelfbeeld juist nog verder omlaag.’

Het zijn vrouwen die seksuologe en psychologe Sanderijn van der Doef veel tegenkomt in haar praktijk. ‘Leuke vlotte vrouwen, maar met klachten. Pijn bij het vrijen, vaginisme, geen zin, geen orgasme. Als ze een verleden hebben van seksueel geweld, moet dat vaak eerst verwerkt worden. Maar anders zijn ze vaak gebaat bij erotische prikkels. Een kenmerk van deze vrouwen is juist dat ze te weinig seksuele prikkels krijgen, dus daar moeten ze naar op zoek.’

Maar dat moet dan wel aardige erotiek zijn, geen harde porno waarin vrouwen het slachtoffer of lijdend voorwerp zijn, benadrukt Van der Doef. ‘Daarvan voelen ze zich juist heel ongemakkelijk, zeker als dat samen met de partner wordt bekeken.’ Vrouwen die bijzonder veel moeite hebben met hun eigen lijf, kunnen volgens Van der Doef overigens beter beginnen met een licht erotisch boek.

Muziekje aan

‘Erotische beelden en verhalen stimuleren het verlangen van vrouwen, net als huidcontact en het stimuleren van de genitaliën. En sfeerprikkels. Voor mannen doen die er minder toe, maar ik adviseer hun om toch maar het bad vol te laten lopen en die kaarsjes aan te steken, muziekje aan. Des te groter is de kans dat ze zin krijgt.’

Dat pornoconsumptie gebruikelijker wordt onder vrouwen, ziet Van der Doef ook in haar seksuologische praktijk. ‘Met name jongere vrouwen zijn veel meer bereid mee te kijken met hun vriend. Die huren dan voor het weekend vier dvds, en in plaats uit te gaan kijken ze gezellig samen eerst een thriller en daarna nog een erotische film. Vaak als opmaat om daarna lekker naar bed te gaan natuurlijk. Sommige vrouwen vinden het ook leuk om alleen te kijken, vooral op internet. Dan gaat het wel om ‘zachtere’ erotiek, zoals op vrouwensites als shespot.nl.’

En dat er desondanks minder gevreeën wordt in de Nederlandse slaapkamers? Sanderijn van der Doef heeft een totaal andere verklaring. ‘Volgens mij durft men eindelijk toe te geven dat ze het niet zo vaak doen. Die ‘twee keer per week’ is een gouden norm geworden. In mijn praktijk krijg ik allemaal mensen die denken dat ze een slecht seksleven hebben: “wij doen het veel minder dan twee keer per week”, zeggen ze dan. Maar als je het aan je vrienden vraagt hoe vaak ze het nu écht doen, dan zal bijna niemand antwoorden dat ze het twee keer per week doen.’

Vanwesenbeeck van Rutgers Nisso Groep denkt dat de afname wel degelijk reëel is. ‘Je weet natuurlijk nooit zeker in hoeverre men sociaal wenselijke antwoorden geeft. Maar zowel de mannen als de vrouwen rapporteren lagere frequenties. Van oudsher rapporteren mannen meer seks dan ze werkelijk hebben en vrouwen minder. Dat heeft mede te maken met sociale wenselijkheid. Maar als die druk weg zou vallen en respondenten eerlijker durven zijn, waarom zouden de vrouwen dan nóg minder seks rapporteren? Terwijl ze wel aangeven meer partners te hebben, en daarover kennelijk wel eerlijk durven te zijn? Bovendien is het een internationaal verschijnsel. In ieder geval in de westerse wereld is die ontwikkeling al tien jaar aan de gang.’

Hoe dat komt? ‘Daarover kunnen we slechts speculeren. In het begin werd gezegd dat mannen niet goed raad weten met vrouwen die weten wat ze willen. Of dat vrouwen vaker nee durven zeggen. En ongetwijfeld heeft de hiv-epidemie een rol gespeeld; die gaf een negatieve klank aan seks, net als cijfers over seksueel geweld. Nu wordt het vaker geweten aan de drukke professionele levens.’

Wat de werkelijke redenen ook zijn, de minder vrijende Nederlander zal wellicht opgelucht zijn door de resultaten, zegt Vanwesenbeeck. ‘In de jaren vijftig betekenden de onderzoeken van McKinsey een opluchting voor veel mensen; anderen deden kennelijk dezelfde dingen in bed als zij. Nu zijn mensen misschien opgelucht als ze zien dat ze niet de enigen zijn die het weinig doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden