Seks en aids in Afrika

OP 1 JANUARI 1996 werd het aantal hiv-geïnfecteerden in Afrika bezuiden de Sahara geschat op bijna twintig miljoen; ongeveer acht miljoen mannen, ruim 8,5 miljoen vrouwen en ruim 2,5 miljoen kinderen....

Daniel Vangroenweghe heeft een soort encyclopedie van aids in Afrika geschreven, een heidens en ondankbaar karwei. Dat laatste omdat zo'n encyclopedie na een paar jaar waarschijnlijk drastisch moet worden herzien. De situatie rond aids verandert immers met de dag, zeker in Afrika. Het boek toont - begrijpelijk - sporen van haast, maar het toont ook de bevlogenheid van de schrijver.

Zijn betoog is gebaseerd op zeventienhonderd wetenschappelijke artikelen en driehonderd boeken (over aids wordt veel geschreven), op archiefmateriaal en talloze gesprekken met gezondheidswerkers en sociale wetenschappers. Het boek bevat een uitvoerig notenapparaat en 75 dichtbedrukte pagina's met geraadpleegde literatuur, maar het register stelt teleur, zoals gewoonlijk in Nederlandstalige boeken. Voor een 'encyclopedie' is dat echter een ernstige tekortkoming.

Vangroenweghe is een Belgische antropoloog met ruime onderzoekservaring in Afrika. In 1985 publiceerde hij Rood rubber over de wreedheden van het regime van Leopold II in het toenmalige Belgische Kongo. Dat boek kwam hem op een proces te staan dat 'vaderlandslievende' groepen tegen hem hadden aangespannen wegens laster en 'oude koeien'. Hij overleefde het.

Het is onwaarschijnlijk dat ooit het begin van de aids-epidemie zal worden getraceerd, zeker als dat begin, zoals Vangroenweghe stelt, in Afrika lag. Medische rapporten en statistieken zijn en waren in de meeste Afrikaanse landen onbetrouwbaar. Medisch-historisch onderzoek is derhalve uiterst moeilijk. Daar komt nog bij dat veel aids-literatuur politiek gekleurd is en ook om die reden niet te vertrouwen. Er is immers nauwelijks een onderwerp dat zich zo goed leent voor politieke (en racistische) retoriek als deze mysterieuze en verwoestende ziekte.

Volgens Vangroenweghe is aids ontstaan in het Grote-Merengebied in oostelijk Afrika en niet in Haïti of de Verenigde Staten zoals sommigen beweren. Vanuit Afrika zou het in Haïti en de VS terecht zijn gekomen. Er waren destijds veel Haïtianen in Centraal- en Oost-Afrika werkzaam. Zij waren gewild, omdat zij zwart waren en Frans spraken. Bovendien was Haïti nooit een koloniserende mogendheid geweest, een ander punt in hun voordeel.

Vangroenweghe maakt korte metten met de beschuldiging van de Russische geheime dienst KGB dat het Pentagon het aids-virus als biologisch oorlogswapen heeft geproduceerd. Een andere theorie, dat het aids-virus via apen bij mensen is gekomen, neemt hij echter wel serieus. Hij denkt daarbij niet aan het eens populaire gerucht van seks tussen mensen en apen (een verhaal dat paste in het Afrika-beeld van sommigen) en ook niet aan de verhalen over transplantatie van testikels van Afrikaanse apen op Amerikaanse mannen als verjongingskuur. Dergelijke operaties werden inderdaad rond 1930 in de VS uitgevoerd.

Vangroenweghe gaat wel in op de hypothese dat aids is ontstaan door een experimentele poliovaccinatie met een levend virus dat op apennieren was aangemaakt. Deze vaccinatie werd in 1958 aan driehonderdduizend mensen in het Grote-Merengebied toegediend. Zijn hypothese, waar hij een heel hoofdstuk aan wijdt, krijgt een spannend slot als hij onthult dat het bewijs voor deze hypothese gevonden kan worden in het laatste flesje met deze vaccinatiestof, dat zich in een Amerikaans laboratorium zou bevinden. De weigering het te laten testen heeft volgens hem alles te maken met de belangen van de industrie die bevreesd is voor schadeclaims van ongekende omvang. De eenvoudige lezer wordt hier voor een raadsel geplaatst. Overigens zou het jaartal 1958 redelijk kloppen met dat van de vroegste vermoedelijke aids-gevallen (1959).

Na 130 pagina's aids volgen er nog 230 over seks, want het verhaal van de verspreiding van aids is het verhaal van seks. Op zich is seks een vrolijk onderwerp, maar in het licht van het onderwerp van dit boek wordt de vreugde vaak vermengd met droefenis. Vangroenweghe is hier enigszins tweeslachtig. Enerzijds verzet hij zich tegen het beeld van het exotische Afrika als het continent van ongetemde driften, anderzijds levert hij een bijdrage aan dat stereotiepe beeld door zijn kleurrijke opsomming van seksuele praktijken. Aids lijkt een excuus om eens flink uit te pakken over seks in Afrika.

Ook zijn waarschuwing dat veel informatie impressionistisch en anekdotisch en dus onbetrouwbaar is, weerhoudt hem er niet van uitgebreid uit verdachte bronnen te citeren. Het langste hoofdstuk gaat over homo- en biseksualiteit in Afrika, van de zestiende eeuw tot heden, wat merkwaardig is omdat hiv/aids in Afrika volgens de auteur juist geen homo-verschijnsel is.

Vangroenweghe is op zijn best waar hij informatie bij elkaar brengt dat op degelijk onderzoek is gebaseerd. In de context van extreme armoede, migratie, onderdrukking van vrouwen en werkloosheid krijgt seks een omineus karakter, waarin vooral mannen een negatieve rol spelen als roekeloze verspreiders van het virus. Zijn verhalen over vrachtwagenchauffeurs, mijnwerkers, straatverkoopsters, prostituees en straatkinderen tonen de dynamiek, tragiek en onoplosbaarheid van het aids-probleem in Afrika.

De grootste tragiek ligt echter in het nog te weinig vertelde verhaal van gewone vrouwen, echtgenotes en moeders van kinderen. Het motto van de antropologe Reid waarmee het boek begint, zegt het heel eenvoudig: 'Naar schatting heeft 50 tot 80 procent van alle seropositieve vrouwen in Afrika geen andere seksuele partner dan hun echtgenoot.'

Sjaak van der Geest

Daniel Vangroenweghe: Aids in Afrika - Oorsprong, verspreiding en seksuele netwerken in historisch en socio-cultureel perspectief.

EPO; 501 pagina's; ¿ 71,-.

ISBN 90 6445 039 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden