StamgastenJan

‘Schrik niet, maar ik sta bijna elke dag om vier uur op’

Jan (74) kwam al in het Amsterdamse café Hans toen het nog van Hans en Bep was. Hij is de oudste stamgast, eentje die zich liefdevol ergert als de nog altijd boven het café wonende Bep kroegkat Cockie kabeljauw geeft.

StamgastBeeld Chris Rovroy

Jan: ‘Ik heb ooit een boekje gemaakt dat Een blije Roomse jeugd heette. Zo’n jeugd had ik ook. Als kind sliep ik op zolder. ’s Nachts kon ik wakker liggen van het idee dat mijn ouders er niet meer zouden zijn. Toen ik wat ouder was, luisterde ik ’s avonds laat altijd aan hun slaapkamerdeur of ik ze hoorde ademhalen.

‘Elke maandagavond ging ik bridgen met een vriend van de lagere school en zijn ouders. Na het bridgen speelden mijn vriend en ik nog een potje biljart in het café van de ouders van Bep boven. De volgende ochtend moesten we naar school, het gymnasium, maar uit bed komen was nooit een probleem. Schrik niet, maar ik sta bijna elke dag om vier uur op.

‘De kerk waar ik sinds mijn pensioen de bejaardensoos leidde, is opgeheven. Ik ga naar de postzegelmarkt, doe boodschappen, moet één keer in de week naar de wasserette – ik heb nooit een wasmachine gehad – en ga voor het koken even kletsen in het café. Dankzij de huidige eigenaren René en Ellen is Hans nog steeds de vrolijke plek waar ik me thuis voel.

‘Eind van de maand ga ik op vakantie naar Corfu met mijn partner Trudy. We hebben al 23 jaar een latrelatie. Zij woont in Zoetermeer, heeft kinderen, kleinkinderen, tennist en zegt terecht: ‘Wat moet ik in Amsterdam?’ Ik zeg terecht: ‘Wat moet ik in Zoetermeer?’ Als het meisje komt, liggen er broodjes in de oven en heb ik vaak zalm gekocht.

‘Toen ik nog als beleidsmedewerker werkte in Den Haag at ik op maandag bij mijn vader. Dan had hij, net als mijn moeder vroeger, een vers geperst sinaasappeltje voor me klaarstaan. Hij is 91 geworden, zó’n peer. Kien tot het laatste moment. Maar ja, kanker. Mijn moeder overleed op haar 69ste aan verwaarloosde suikerziekte.

‘Op een zondagavond raakte ze in coma. De huisarts kon niet komen en stuurde zijn dochter, de vervanger. Wij gokten thuis: oh, die zit Koot en Bie te kijken, als het afgelopen is komt ze pas. En ja hoor! In het ziekenhuis kreeg mijn moeder een infuus en haar normale omvang terug. Dat gaat goed, dachten we. Maar twee dagen ­later overleed ze zonder uit haar coma te zijn ontwaakt. We namen afscheid en werden weggeleid, maar ik bleef en ben nog heel eventjes bij haar gaan liggen.’

StamgastBeeld Chris Rovroy
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden