Column Aaf Brandt Corstius

Schrijvers in hun natuurlijke habitat, echt waar: dat zie je zelden op tv

Er wordt vaak geklaagd dat er op tv te veel aandacht is voor mensen die in de mediawereld werken en in de Randstad wonen, maar ik leefde helemaal op toen ik deze week op Nieuwsuur zag hoe een aantal schrijvers thuis overvallen werd met de mededeling dat ze op de shortlist stonden voor de Libris Literatuur Prijs.

Schrijvers in hun natuurlijke habitat, echt waar: dat zie je zelden op tv. En als je zelf zo iemand bent, is het prettig om je eens ergens in te herkennen.

Je ziet bijvoorbeeld vaak gejaagde forensen op tv. Of klimaatdemonstranten. Of overbezette leraren. Maar zelden zie je een schrijver, schrijvend in zijn eigen huisje.

Want een huisje, dat hebben al die schrijvers dus. Ook de beroemde. Dat was mijn eerste opgeluchte ademhaling. Ik zou beter moeten weten, want ik ben schrijver, dus ik weet wel dat je dan meestal op driehoog-achter woont met een rommelig trappenhuis. Maar op de een of andere manier denk je toch dat al je collega’s vast op een soort Harry Mulisch-achtige stand wonen. Nee hoor. Ook Ilja Leonard Pfeijffer moet gewoon allemaal trappen op zwoegen om in zijn woninkje te belanden.

Ten tweede dragen schrijvers heel slechte kleren. Dat komt doordat ze de hele dag thuis zitten te werken. Jan van Aken, een van de genomineerde auteurs die thuis werd verrast, en die trouwens in een triplex tuinhuisje bleek te wonen (de overtreffende trap van de bovenwoning), zat in een zwarte onderbroek met bevlekt fleecevest achter een heel grote computer. Het zag er niet uit. Het is exact hoe ik er vaak bij zit. Opluchting.

En die schrijvers, dat snap je ook wel als je hun woonsituatie en kledingstijl ziet, zijn weinig geneigd om mensen hun huis binnen te laten. Als ze de deur opendeden en Tonko Dop van Nieuwsuur zagen staan, wisten ze natuurlijk wel hoe laat het was, maar begonnen ze onmiddellijk smoezen te verzinnen – ze waren nét midden in een verhuizing, het gas lag er helaas af dus ze konden geen koffie zetten, de elektriciteit deed het ook ineens niet meer, ze hadden geen broek aan – alles om de mensen van de tv maar buiten de deur te houden.

De mensen van de tv hadden daarop iets slims bedacht: ze riepen bij het aanbellen door de intercom dat ze ‘een pakketje’ kwamen afgeven.

Ook dit was een feest der herkenning. Als thuis in je zwarte onderbroek werkende schrijver ben je namelijk de hele dag bol.com-pakketten aan het aannemen voor buren die gewoon een baan hebben. Je bent het postkantoor voor de hele straat. Onbezoldigd.

‘Zet het pakketje maar op de trap’, riep Ilja Leonard Pfeijffer geroutineerd door de intercom.

En zo zie je maar weer wat een onmisbare kracht in de samenleving deze beroepsgroep is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden