interview

Schrijver Stefan Hertmans: ‘Het activisme dat met deze culturele omslag gepaard gaat heeft ook een backlash, en die interesseert mij’

Stefan Hertmans Beeld Rebecca Fertinel
Stefan HertmansBeeld Rebecca Fertinel

De Vlaamse schrijver Stefan Hertmans (70) pleit er in zijn aankomende Van der Leeuwlezing Van wie is de verbeelding? voor wat filosofischer na te denken over de culturele omslag in de literatuur. Hoe gaat hij daar zelf mee om?

Het liefst zou Stefan Hertmans zich bemoeien met elke vertaling van De opgang, zijn recentste roman, over een Vlaamse SS’er die uiteindelijk werd begraven naast zijn eerste, joodse vrouw. Als we de auteur spreken via Zoom vanuit zijn werkkamer in zijn huis even buiten Brussel, wacht hij op een bericht van zijn uitgever, die op de Frankfurter boekenbeurs De opgang probeert te verkopen aan buitenlandse uitgevers. De verwachtingen zijn hooggespannen, want Hertmans bestseller Oorlog en terpentijn (2013) werd in 28 talen uitgebracht en De bekeerlinge (2016) in zeventien.

‘Je boek verandert’, zegt Hertmans over het vertaalproces. ‘Het komt in een andere logica terecht, in een andere cultuurbubbel. De gevoeligheden veranderen, en daarom probeer ik toe te zien op de vertaling waar het kan. De Duitse, Franse en Engelse vertalingen loop ik zelf helemaal na. Nu zitten we al een hele week te broeden op de Franse titel voor De opgang, terwijl die in het Duits en Engels zo was gepiept. Ascension betekent in het Frans immers ook Hemelvaart.’

Het was een andere vertaling die de Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans (70) inspireerde tot het schrijven van de tekst voor de 39ste Van der Leeuw-lezing. Want ook in Vlaanderen werd de felle discussie rondom de vertaling van The Hill We Climb van Amanda Gorman met veel interesse gevolgd.

Voor wie de literaire rel is ontgaan: begin dit jaar maakte de 22-jarige Amerikaanse spokenwordartiest Gorman wereldwijd een verpletterende indruk toen ze haar emancipatoire gedicht The Hill We Climb voordroeg tijdens de inauguratie van president Joe Biden.

In Nederland verwierf uitgeverij Meulenhoff de rechten om het gedicht uit te geven. Gekozen werd voor schrijver Marieke Lucas Rijneveld als vertaler, team Gorman ging akkoord. Rijneveld gaf een week later echter de opdracht weer terug, geschrokken als ze was van de kritiek op de keuze voor haar in kranten en op sociale media. Want was deze vertaling niet een uitstekende gelegenheid om podium te bieden aan een vergelijkbare schrijver als Gorman? ‘Niets ten nadele van de kwaliteiten van Rijneveld’, schreef activist, journalist en curator Janice Deul, ‘maar waarom niet gekozen voor een literator die – net als Gorman – spoken word artist is, jong, vrouw én: unapologetically Black?’ Er was ook veel bijval voor de keuze voor Marieke Lucas Rijneveld, die slachtoffer zou zijn van een doorgedraaide politieke correctheid.

‘Ik heb me gefrustreerd gevoeld door de polariserende toon waarop de discussie werd gevoerd over The Hill We Climb’, zegt Hertmans. ‘Het moet toch mogelijk zijn om over deze kwestie wat serener na te denken, filosofisch wat meer uit te diepen?

Hertmans’ lezing, die hij 19 november zal voordragen in de Groningse Martinikerk, heeft als titel: Van wie is de verbeelding? . Want de discussie rond The Hill We Climb staat niet op zichzelf. Al langer worden binnen de wereld van de literatuur, en dan met name in de Verenigde Staten, ongemakkelijke vragen opgeworpen over identiteit en privilege. Kunnen witte schrijvers zich eigenlijk wel inleven in een personage van kleur? Maken auteurs zich niet schuldig aan culturele toe-eigening als ze schrijven over culturen, of werk vertalen van minderheden waartoe ze niet behoren?

Hertmans: ‘Als motto voor mijn voordracht heb ik gekozen voor een tekst van David Bowie: ‘Where are we now/ Where are we now?’ We zitten midden in een culturele omslag, en dat is een goede zaak, ik vind het een heel spannende tijd. Maar het activisme dat met deze omslag gepaard gaat heeft ook een backlash, en die interesseert mij. Ik probeer te begrijpen wat de implicaties zijn voor mijn vakgebied.’

Stefan Hertmans Beeld Rebecca Fertinel
Stefan HertmansBeeld Rebecca Fertinel

Wat vond u ervan dat, onder druk van activisten, niet Marieke Lucas Rijneveld, maar Zaïre Krieger uiteindelijk het gedicht heeft vertaald?

‘Ik had daar mijn bedenkingen bij. Kijk, ik vind het prima dat Krieger het heeft vertaald, ook omdat ze van huis uit spokenwordartiest is. Maar daar begint tegelijkertijd het probleem: de spoken word van Amanda Gorman, die komt uit de black church van Amerika, net zoals het spreken van Barack en Michelle Obama. Dat is weer een heel andere spoken word dan die wij in Europa kennen. Uiteraard ben ik er voorstander van dat mensen uit minderheidsgroepen de stem vanuit andere mensen uit die minderheidsgroepen vertegenwoordigen. Maar het moet geen regel worden, want dan krijg je een situatie waarin mensen uit de zwarte gemeenschap zo getypcast worden dat ze alleen elkaar kunnen begrijpen, en alleen elkaar kunnen vertolken. Dan zijn we weer terug in een raciaal denken, dan sluiten we weer uit.’

U zegt: het is goed en nodig dat minderheden zich emanciperen door collectieve actie. Maar u vreest ook voor een inperking van de individuele vrijheid. Waar doelt u op?

‘Er is iets wonderlijks aan de hand. Nog geen tien jaar geleden zaten we te jeremiëren over het ik-tijdperk. Door het opkomend activisme is er plotseling weer een ‘wij’. Er is een nieuwe generatie die weer denkt langs lijnen van solidariteit, en dat zie ik als vooruitgang. Het is ook nodig om als een ‘wij’ te denken als je kijkt naar de grote uitdagingen van onze tijd: pandemie, migratie en klimaat. Waar ik me zorgen over maak, is dat we nu ook aan de linkerzijde van het politieke spectrum een identitair denken zien waarbij men zegt: je behoort in de eerste plaats tot een groep, en dat bepaalt jouw plek in het maatschappelijke debat. Door dit groepsdenken komt het individu onder druk te staan.

‘Neem mij. Ik ben alles wat een probleem is: ik ben een witte, cisgender boomer. Maar ik ben ook meer dan dat. Ik ben een man die een boek heeft geschreven over een geëmancipeerde vrouw, een schrijver die zijn vrouwelijke kant probeert aan te spreken, ik ben in een relatie met een sterke vrouw, ik ben een vader. Mijn identiteit is een patchwork van allerlei deelidentiteiten. Het linkse activisme moet uitkijken om van mensen geen karikaturen te maken.’

Daar zou je tegenover kunnen stellen dat het lastig is om je individualiteit te claimen als je wordt gereduceerd tot je huidskleur, gender of seksuele voorkeur. Zijn de nieuwe emancipatoire bewegingen niet een tegenreactie op een voor hen beperkend groepsdenken?

‘Daar heeft u gelijk in. Neem vrouwen, die zijn lange tijd getypecast door machomannen. Nu verzetten ze zich daartegen als een collectief, dat is goed en logisch. Maar wat ik wil zeggen: een vrouw van kleur is ook nooit alleen een vrouw van kleur. Mensen zijn allen individuen die hun eigen geschiedenis hebben, en ik waak voor te simplistische tegenstellingen. Als we gaan stellen: alleen mensen van kleur kunnen elkaars literaire werk begrijpen, en vertalen, dan zet je mijns inziens een stap terug in het emancipatieproces.’

U noemt in uw voordracht de Israëlische auteur David Grossman, die het heeft over het verlangen om de Ander helemaal en ten diepste te leren kennen via het schrijven van verhalen. Is dat ook wat u drijft als schrijver?

‘Ik ben ontzettend nieuwsgierig, ik kan in de tram zitten, naast iemand die zit te friemelen in zijn of haar tas, en dan probeer ik me diens hele leven voor te stellen. Het zal vast een kleine afwijking zijn. Ik vind het spannend om te denken: hoe is iemand? Ik zo uren naar mensen kijken.’

Ik kan me voorstellen dat het beklemmend is als die nieuwsgierigheid aan banden wordt gelegd doordat nieuwe groepen in de samenleving zeggen: het is niet aan u om over hem of haar te schrijven.

‘Nou, ik ben nooit bang geweest, en ik heb ook nooit een personage gemeden. Het verst ben ik gegaan met Antigone in Molenbeek, daar kruip ik in de huid van een jonge, intellectuele moslimvrouw die aan de Brusselse Universiteit studeert, en haar broer, die in een bodybag in een mortuarium ligt, terug wil. De actrice die de rol van Nouria speelde, zei in een interview verbaasd te zijn dat een oude witte man haar gevoelens zo treffend wist weer te geven.

‘Je moet met literatuur kunnen bewijzen dat empathie bestaat, dat is de opdracht. Het punt is daarnaast: je met iemand identificeren betekent nog niet dat je iemands identiteit overneemt. Ik kruip in die persoon, maar ik hack die persoon toch niet?’

Maar hoe waakt u als auteur voor blinde vlekken als u een hoofdpersonage beschrijft dat ver van u afstaat?

‘Dat gaat niet. Ik denk dat het goed is dat ik middels mijn schrijven mijn blinde vlekken laat zien, dat past in de literaire discussiecultuur. Mijn blinde vlekken zijn ook interessant, ze vertellen enerzijds over mijn wil om te begrijpen, en anderzijds over waar de grens ligt van mijn begrijpen. Ik heb een kleine roman geschreven, Het verborgen weefsel, over een vrouw die getrouwd is met een brave lieve Hans, en verlangt naar vrijheid. Het verhaal is geïnspireerd op een verhaal van de Duitse schrijver Ingeborg Bachmann, Undine geht. Ik heb voor dat boek veel vrouwelijke auteurs gelezen: Elfriede Jelinek, Marguerite Duras. Deze vrouwen hebben ook hun kijk op mannen, en ik zal me er af en toe niet door aangesproken voelen, en soms vinden: ik ben niet zo’n vent. Maar ze bieden me wel een interessant perspectief.’

Maar is zo’n blinde vlek niet alleen interessant bij de gratie van verscheidenheid aan perspectieven in de literatuur?

‘Uiteraard, we hebben dan ook nog meer diversiteit nodig in de literatuur. In Vlaanderen zijn er steeds meer auteurs met een Maghrebijnse achtergrond. Dat beïnvloedt onze literatuur, en dat vind ik verrijkend. Want ze durven retorisch meer, ze durven poëtische, gezwollen taal te gebruiken, die ze meebrengen vanuit het Tamazight en het Arabisch. Ook belangrijk: we hebben in de jury’s van de grote prijzen inmiddels meer mensen van kleur. Er moet telkens opnieuw een gesprek kunnen plaatsvinden op het hoogste niveau over wat de criteria zijn van literaire kwaliteit, dat is een interessant debat. Maar vervolgens mag een oude cisgender boomer de prijs krijgen.’

Welke somber toekomstbeeld ziet u voor zich, op het moment dat meer schrijvers en vertalers zich onthouden van een bepaald werk, of bepaald personage, omdat ze niet uit dezelfde minderheidsgroep komen?

‘Dan eindigt wat Goethe ‘Die Weltliteratur’ noemde. Ik ben me ervan bewust dat Goethe als een witte cisgender kon schrijven over een universalisme dat niet bestaat. Weltliteratur betekent eigenlijk dat literatuur zo is geschreven dat elk levend menselijk wezen op aarde het begrijpt. Met name de cultural studies in de jaren zestig, zeventig en tachtig hebben blootgelegd dat dit een leugen is, dat mensen op een heel andere manier lezen, en dat iemand uit Togo, die wordt uitgebuit door een of andere Chinese firma, er niet zoveel aan heeft om te lezen over de lotgevallen van Charlotte in Weimar. Toch zouden we tot een nieuw soort universalisme moeten komen in de literatuur, dat is gebaseerd op nieuwe clusters, dat loopt langs nieuwe geografische lijnen. Dan zitten we in een hoopvolle emancipatoir perspectief. We bereiken dat niet door een identitair denken, waardoor dat individu zichzelf voortdurend moet inpassen in een sjabloon van die groep. Want dan zitten we weer opgescheept met de kinderziekten van het communisme; binnen dat paradigma moest je ook behoren, en daar mocht je niet afwijken.’

Uw voordracht lees ik als een pleidooi voor het je verplaatsen in een ander. Met welk personage dat ver van uzelf staat, heeft u zelf het meest empathie gevoeld?

‘Dat is absoluut met het hoofdpersonage uit De bekeerlinge, een jonge vrouw van goede komaf die het zotte lef had om verliefd te worden op een joodse jongen en uiteindelijk in een pogrom haar man en twee van haar kinderen verliest. Ze woonde in de 11de eeuw precies in hetzelfde Zuid-Franse dorpje waar ik een tweede huis heb. Ik heb vier jaar studie in verband met haar lotgevallen gedaan, en heb haar spoor gevolgd naar Caïro, waar ze naartoe vluchtte. Zo ging ik steeds beter begrijpen wie ze geweest kon zijn, want zeker weten zal ik dat nooit. Terwijl ik ’s avonds naar beelden keek van vluchtelingen die de omgekeerde richting uitvluchten, richting Europa, werd ik een soort Pygmalion, ik wilde mijn schepping tot leven wekken, en haar omarmen. Haar lot verscheurde mij zo, dat ik er op een bepaald moment bijna ziek van werd. Die ervaring heeft me mij kwetsbaarder doen voelen in mijn identiteit.’

Van der Leeuwlezing

De 39ste editie van de Van der Leeuwlezing met schrijver Stefan Hertmans heeft als titel: Van wie is de verbeelding?. De lezing wordt gehouden op 19 november, vanaf 16.30 uur in de Martinikerk in Groningen. Coreferent is Emma Lesuis (33), documentairemaker, schrijver en performer. In haar werk combineert ze verschillende disciplines, wat onder meer resulteerde in de livedocumentaire Aardappelbloed, waarin ze in Suriname op zoek gaat naar het verleden van haar voorouders, en haar eigen positie in de discussie over identiteit en kolonialisme. Er is een (vanwege coronamaatregelen) beperkt aantal kaarten beschikbaar, via de organisatie. De lezing is tevens te volgen via een gratis livestream op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden