Schrijver Murat Isik: 'Op school noemden ze me Schoonmaker, dat werd mijn naam'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Schrijver Murat Isik (40): ‘Op school noemden ze me Schoonmaker, dat werd mijn naam.’

Murat Isik. Beeld Casper Kofi
Murat Isik.Beeld Casper Kofi

De vader van Murat Isik bleef er maar naar vragen: wat vertel je over die vader in je boek? ‘Ik zei steeds: jij bent die vader niet, het is een roman.’ En mijn vader vroeg dan weer: ja, maar wat vertel je over hem? Hij bleef er huiverig over.’

Voordat hij in 2015 op vakantie ging naar Amerika moest het klaar zijn: de eerste versie van de roman Wees onzichtbaar. Nu, drie jaar later, staat het op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs die op 7 mei wordt uitgereikt. ‘Één dag voor vertrek had ik het af. Drie weken later, ik was nog in Amerika, belde mijn moeder dat mijn vader was overleden. Hij heeft het boek nooit kunnen lezen.’

Uit Wees onzichtbaar:

Op een dag – ik was een jaar of negen – werd het mij allemaal duidelijk. ‘Ik had nooit kinderen moeten nemen’, zei mijn vader terwijl hij naar het tafelblad staarde alsof het pas op dat moment tot hem doordrong, en we medelijden met hem moesten hebben.

‘Harun, niet waar de kinderen bij zijn’, zei mijn moeder.

‘Ze mogen het weten’, zei hij. ‘Ze moeten weten dat ik anders ben.’ Hij zweeg even en keek toen ineens trots op: ‘Ik ben geen klassieke vader, ik ben een communist!’

Terwijl Murat Isik het boek schreef, begon zijn vader e-mails te sturen. ‘Hij wilde zijn rol als vader toelichten. Alleen de eerste mail heb ik gelezen, ik wilde me niet laten beïnvloeden. In die mail schreef hij dat ik begrip voor hem moest hebben, dat híj het juist moeilijk had als immigrant die een overlevingsstrijd voerde, terwijl ik hier alle mogelijkheden had. Hij had potentie, maar vond dat hij zich niet kon ontplooien doordat hij kinderen kreeg. Ik dacht weleens: jij had inderdaad geen kinderen moeten krijgen.’

Hoe kwamen jullie in Nederland terecht?

‘Mijn familie is Zaza, een volk met een eigen taal dat oorspronkelijk uit Perzië komt. Mijn vader was communist en atheïst. In Turkije was het politiek onrustig, linkse vrienden van hem verdwenen. Het werd te gevaarlijk en hij vluchtte naar Duitsland. Wij volgden later. Na drie jaar kwamen we naar Nederland. Ik was 5 en de Bijlmer werd mijn thuis.

‘Mijn vader zei altijd: ik ben geen gastarbeider, maar politiek vluchteling. Hij wilde niet in loondienst werken voor het kapitalistische systeem en keek neer op mensen die dat wel deden. Je liet je toch niet uitbuiten? Hij wilde eigen baas zijn, een restaurant runnen. En hij vond: met een uitkering ben ik in control, ik hou me bezig met iets hogers, met de toekomst van het communisme. Ik schaamde me dood voor die uitkering.

‘Het grootste deel van het geld dat we hadden hield hij voor zichzelf, daar ging hij mee de stad in. Hij had er bewust voor gekozen om in de Bijlmer te wonen, weg van de sociale controle van de Turkse gemeenschap, van de gelovige Turken waar hij niet mee kon drinken of kaarten. Na een paar jaar besefte mijn moeder: ik moet mijn eigen geld hebben, ik moet de taal leren en me ontwikkelen. Ze werd voedingsassistente in het AMC en is daar enorm opgeklommen, ze werkt er nog steeds. Ik ben heel trots op haar. Mijn vader heeft haar nooit gesteund, zelfs tegengewerkt, maar ze heeft veel bereikt: op latere leeftijd een huis gekocht, haar pensioen zeker gesteld en een groot sociaal netwerk opgebouwd.

‘Op belangrijke momenten stapte mijn vader toch naar voren. Op de basisschool kreeg ik een mavo-havo advies. Met mijn moeder kwam hij naar een ouderavond en riep: mijn zoon hoort op het vwo. Dat advies kreeg ik uiteindelijk, maar op de middelbare school hadden ze me toch ingedeeld bij mavo-havo. Toen heeft hij voor de tweede keer stennis geschopt. Anders had ik misschien nooit gestudeerd en was ik geen schrijver geworden. Na het vwo zei hij: waarom studeer je geen rechten, want een advocaat heeft status en geld. Dat was het advies van een communist aan zijn introverte zoon die nauwelijks een woord zei.’

Waar hoorde je bij in de Bijlmer?

‘Ik had een Pakistaans vriendje, wij waren net broers. In die tijd was de Bijlmer een Surinaamse buurt, het was totaal niet cool om een Turk te zijn. Ik zei nog wel: nee, ik ben Zaza. Daar had niemand van gehoord, dus ze vroegen waar ik was geboren. In Turkije. Dan was het: zie je wel, je bent gewoon een Turk. Ik ben overal een buitenstaander, dat is mijn rol in het leven. Als schrijver is het prettig, als kind was het vaak zwaar.

‘De middelbare school was in Reigersbos, een betere wijk in Amsterdam-Zuidoost, met laagbouw. Een toen overwegend witte school. Ik droeg afgetrapte O’Hara’s van de Bristol, 2 paar voor 19,95. In mijn nieuwe klas droeg iedereen Nikes. Mij noemden ze Schoonmaker, dat werd mijn naam. Op de metrohalte zag ik een keer een meisje uit mijn klas, ze had rood haar, een bril en een beugel. Zij begroette me met: hé Schoonmaker. Dat was wel het dieptepunt. Een meisje van wie je zou verwachten dat ze werd gepest, had toch het zelfvertrouwen om mij zonder enige aarzeling zo te noemen.

Heeft de shortlist van de Libris Literatuur Prijs voor jou een andere betekenis dan voor de overige genomineerden?

‘Iedereen heeft een eigen verhaal. Ik kom van ver. Het had weinig gescheeld of ik was in Izmir gebleven. Niemand van mijn familieleden daar heeft gestudeerd. Mijn vader was als kind schaapherder in het dorp. Als kind durfde ik niet eens te dromen. Ik dacht alleen: als ik het vwo maar afmaak, dan stopt dat dagelijkse strafkamp. In de Bijlmer groeide ik op in de marge, in een opgegeven wijk. Taxichauffeurs kwamen niet naar onze buurt, mensen durfden niet op bezoek te komen uit angst dat hun auto zou worden opengebroken – wat ook gebeurde. Ik was heel bescheiden in wat mijn potentie kon zijn. En nu voel ik dat ik ben doorgebroken naar de Champions League van de literatuur.’

Lees meer:

Nederlands

‘Altijd. Dit is mijn land, hier ben ik geworteld.’

Turks

‘Ik ben geboren in Izmir. Mijn familie is Zaza. Toen ik 2 was, verlieten we Turkije.’

Eten

‘De pittige linzensoep van mijn moeder.’

Partner

‘Ze is Nederlands, maar afkomst speelt geen rol bij mijn partnerkeuze.’

De Nederlandse joods-christelijke cultuur

‘Dat klinkt niet inclusief. Maar belangrijker: in de jaren veertig van de vorige eeuw was die Joodse traditie ver te zoeken.’

CV Murat Isik

Murat Isik (Turkije, 1977) debuteerde in 2012 met de roman Verloren grond, waarvoor hij de Bronzen Uil Publieksprijs won. In 2017 verscheen Wees onzichtbaar, dat Boek van het Jaar werd bij NRC Handelsblad en de Boekhandelsprijs won. Het boek staat op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs die op 7/5 wordt uitgereikt.

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette ­mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog Tweede Kamerlid Farid Azarkan (Marokkaans) en ondernemer Marina Diboma (Kameroens).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden