LAND VAN AFKOMSTDido Michielsen

Schrijver Dido Michielsen: ‘Haasse, Couperus en Multatuli schreven prachtige romans, maar nooit met de ogen van de gekoloniseerde’

Dido Michielsen.Beeld Ernst Coppejans

Schrijver Dido Michielsen (62) stamt af van een njai, de bijvrouw van een Hollandse man. Om juist die in haar werk een stem te geven, was voor haar een belangrijke keuze.

Eind februari won Lichter dan ik, de debuutroman van Dido Michielsen, de Boekhandelsprijs. ‘Als mensen in de boekwinkel kwamen, zagen ze het mooi liggen, een gebonden editie.’

En toen moest iedereen binnen blijven.

‘Het boek ligt nog net zo mooi in de winkel.’

Bereik je in deze tijd meer of minder lezers?

‘Ik denk meer. Uit een soort escapisme. Volgens mijn uitgever gaat de onlineverkoop erg goed, kennelijk krijgen mensen het toch onder ogen. Al mijn lezingen zijn afgezegd, dat vind ik wel jammer.’

Acht jaar geleden begon Dido Michielsen aan het onderzoek voor wat uiteindelijk Lichter dan ik zou worden, een boek gebaseerd op het leven van haar betovergrootmoeder in Nederlands-Indië. De verteller heet Isah, een zogeheten njai, de bijvrouw van een Hollandse man. ‘Al acht jaar was ik ermee bezig en nu blijkt het goed in de huidige tijd te passen.

‘Het was de belangrijkste keuze die ik heb gemaakt bij dit boek. Misschien bestaat het, maar ik heb het niet gevonden: een Nederlandse roman waarin het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw zoals Isah. Ik wilde dat de lezer met haar zou meeleven. Hella Haasse, Couperus, Multatuli – ze schreven prachtige Indische romans, maar hoofdzakelijk met de ogen van de kolonisator, nooit van de gekoloniseerde. Dat veranderde pas bij de na-oorlogse generatie Indische schrijvers zoals Van Dis, Bloem, Baay en Birney.’

Hoe komt dat?

‘Door de geschiedenis heen zie je dat de kolonisator in eerste instantie neerkijkt op het volk dat hij koloniseert, de genuanceerde blik volgt later. Ik wilde nadrukkelijk een ander perspectief bieden. Nederlanders deden neerbuigend over de njais. De vrouwen die je weleens op straat zag, of bij school – terwijl dat iemands moeder was. De njais werden weggemoffeld, ze vormden geen gevaar voor de echtgenotes. Ze waren lijfeigenen, een soort voorwerpen. Dat is lang doorgegaan, tot aan de Tweede Wereldoorlog.

‘In de tijd van mijn betovergrootmoeder begonnen Nederlandse mannen langzaam te beseffen dat de kinderen die ze verwekten bij hun njai niet alleen bijhulpjes waren of lastige extra monden om te voeden. Het waren ook hun biologische kinderen. Net zoals ik zijn veel Indische mensen in Nederland afstammelingen van een njai. Dat was de oermoeder. Daar begon het gemengde bloed, de eerste generatie waarbij de kinderen een hogere status hadden dan hun eigen moeder, omdat ze lichter waren. Over die naamloze vrouwen bestond veel schaamte, dat vind ik ontzettend triest. Door de schaamte van de oudere generaties weet de huidige generatie er niets van.’

Hoe kwam je bij het verhaal over je betovergrootmoeder?

‘Van mijn moeder kreeg ik haar levensverhaal, een album met handgeschreven teksten en foto’s. Alleen stond de naam van mijn betovergrootmoeder er niet bij. Dat ik die naam niet wist, maakte me kwaad. Dat zie je vaker, de namen van deze familieleden zijn niet bekend.

‘Mijn ouders zijn allebei Indisch, geboren in Indonesië. Ze scheidden toen ik 7 was. Mijn vader had in een jappenkamp gezeten en voor Nederland gevochten in de onafhankelijkheidsoorlog. Een moeilijke man, later begreep ik pas dat hij getraumatiseerd was. Ik zag hem twee keer per jaar, dat waren moeizame weekenden. Hij begreep niet wat een kind leuk vond, nam me mee naar een atelier waar ze dieren opzetten.

‘Ik was alleen met mijn moeder en ook nog enig kind, het enige kleinkind zelfs. Mijn moeder en haar ouders gingen met iedereen om, net zo makkelijk met Hollanders als met Indische mensen. Als kind zag ik het Indische niet. Ik zag wel hoe mijn moeder omging met gasten, dat die gastvrijheid anders was dan in andere huizen, maar ik dacht dat het kwam doordat we alleen waren.

‘In Amersfoort was mijn beste vriendinnetje half Chinees. Op school werd ons uiterlijk besproken. Ik weet nog dat een leraar aan haar vroeg: en waarom ben jij zo donker? Ze antwoordde dat het kwam doordat haar vader in de zon had gezeten. Het drong niet tot ons door dat haar vader Chinees was.

‘We gingen naar grote Indische familiefeesten, ik was altijd ontzettend verlegen. Daar was voor dagen gekookt, mensen zaten tot op de trap met hun bord. Later keek ik erop terug en zag ik het pas: de gebruiken, het bijgeloof, de voorwerpen, de boeken die mij werden aangeboden. In mijn jeugd was het niet duidelijk. Mijn moeder switchte met groot gemak van afgeven op die Hollanders naar een koningshuisgezinde Nederlander zijn.’

Onderscheidt dat makkelijke switchen de Indo’s van andere immigrantengroepen?

‘Veel Indische mensen vinden het vervelend als wordt gezegd: jij bent Indonesisch. Het betekent dat het verschil niet wordt begrepen. Indisch betekent: gemengdbloedig. Inheems gemengd met Hollands.

‘In Indonesië hoorden de Indo’s die later naar Nederland kwamen al tot de koloniale middenlaag. Ze werden Nederlands opgevoed, wisten meer over de Nederlandse geschiedenis dan de Hollanders zelf. Waarom vinden zij het zo belangrijk om als gemengd te worden beschouwd? Ik denk omdat ze voor hun gevoel dichter bij de Hollanders staan dan die Hollanders zien.’

Nederlands

‘In het dagelijks leven. Als iemand vraagt wat ik ben, zal ik altijd zeggen: een Nederlander.’

Indisch

‘Bij mijn familie of andere Indische mensen. Sinds ik dit boek schreef meer dan ooit.’

Partner

‘Een Hollander. Je bent meer dan alleen het bloed door je aderen. Wij delen weer andere dingen.’

Wit of blank

‘Ik probeer politiek correct te zijn en wit te zeggen, maar het lukt me niet. Blank is voor mij natuurlijker.’

Dido Michielsen (Nederland, 1957) won met Lichter dan ik de Boekhandelsprijs 2020 en haalde de longlist van de Libris Literatuur Prijs. Inmiddels zijn er 40 duizend exemplaren verkocht. Eerder schreef ze onder meer de boeken Dochters van ver en, met haar echtgenoot Auke Kok, Lisa & Lin, Vijf weken terug in China, beide over hun adoptiedochters. ‘In China herkende ik veel: de keukens, de spullen in het huis. Door mijn laatste boek voel ik me sterk verbonden met mijn familie. Ik ben benieuwd hoe mijn kinderen het zullen lezen, het is niet hun bloed.’

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met influencer Oumayma Elboumeshouli (Marokkaans) en presentator Ta Joela (Angolees).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden