Interview A.L. Snijders

Schrijver A.L. Snijders: ‘Het leven heeft absoluut geen zin, daar ben ik zeker van’

A.L. Snijders Beeld Jitske Schols

‘Ik wil leven zonder ambitie en zonder gezeik over van alles.’ Het is schrijver A.L.Snijders gegeven om met weinig woorden veel te zeggen. Met Fokke Obbema heeft hij het over zijn liefde voor het onbenullige.

‘Ik weet niet of ik op al die moeilijke vragen van je wel een antwoord heb, hoor.’ Bij de begroeting laat Peter Muller, beter bekend onder zijn schrijverspseudoniem A.L. Snijders, zich van de bescheiden kant zien die hij in zijn columns vaak toont. Maar hij is ook een man met uitgesproken opvattingen die hij graag anderen voorhoudt: ‘Er zit een superschoolmeester in mij.’

Snijders (een uit het telefoonboek geplukte naam, gevonden toen hij een onopvallend pseudoniem zocht) staat voor zijn tot landhuis verbouwde boerderij in het Gelderse Klein Dochteren. Sinds kort woont hij er alleen. Zijn vrouw is na een lang ziekbed onlangs overleden, aan hun huwelijk van ruim een halve eeuw is een einde gekomen. ‘Haar dood wil ik graag buiten dit gesprek houden’, zegt hij bij aanvang. Achter zijn woest naar voren gegroeide wenkbrauwen vallen helderblauwe ogen te ontwaren. Hun uitstraling is er een van levenslust, ondanks de rouw waarin hij verkeert.

Zin van het leven

Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks interviews op zoek naar de zin van ons leven. Wilt u uw eigen verhaal hierover met de Volkskrant delen: zinvanhetleven@volkskrant.nl

Voor alle andere verhalen: volkskrant.nl/zinvanhetleven

De geboren Amsterdammer is inmiddels 80 jaar; een tijdperk waarin hem twee huwelijken, vijf kinderen en een carrière als leraar Nederlands op middelbare scholen en een politieschool overkwamen. Hij debuteerde als gevorderde vijftiger en creëerde zijn eigen literaire genre: het ZKV (Zeer Korte Verhaal). Op 72-jarige leeftijd kreeg hij daarvoor de Constantijn Huygensprijs en zo belandde hij in een illuster rijtje met zijn held Willem Elsschot en schrijvers als Mulisch en Claus. Nog altijd schrijft hij drie columns per week. Op het moment van het interview zegt hij in ‘een staat van verwarring’ te verkeren, maar daar is bij de ‘moeilijke vragen’ weinig van te merken. Zijn antwoorden geeft hij geregeld met stelligheid.

Wat is de zin van ons leven?

‘Het leven heeft absoluut geen zin, daar ben ik zeker van. Bij ‘zin’ denk ik aan voortgang, dus iets na het leven. Maar dan is er niets. Het leven is, zoals Nabokov zei, ‘een klein spleetje licht tussen twee eeuwige perioden van duisternis’. De overweldigende aanwezigheid van religies geeft aan dat de meeste mensen dat niet kunnen accepteren. Zij hopen dat er na hun moeilijke leven een hogere macht is die voor ze zorgt. Mensen hebben behoefte aan troost. Maar die hogere macht bestaat niet. Na de dood is er niets.’

In uw ZKV’s toont u vaak twijfels. Bent u niet meer een agnost, dus ‘ik weet niet of een hogere macht bestaat’, dan een atheïst, waar u zich nu voor uitgeeft?

‘Ik wil hierin ferm zijn. Dat agnostische standpunt begrijp ik wel en het past misschien meer bij me, maar ik vind het ook slap. En die slappe kant van mij is al behoorlijk groot, dat heb je wel in mijn stukjes gezien. Op dit punt wil ik een knoop doorhakken. Geen nuance.’

Hebben mensen volgens u wel een ziel?

‘Nee, ik kies dan toch voor de geest. Een ziel is mij te religieus en te veel met het katholicisme verbonden.’

Ontmoedigt dat zinloze u niet – maakt het niet moeilijk uit bed te komen?

‘Nou nee, ik vind dat helemaal niet erg. Eerder het tegendeel. Ik houd ontzettend veel van onbenullige dingen doen. Gewone bezigheden waar geen prestatie achter zit en die geen status hebben. Dat is voor mij de essentie van het bestaan. Ik ben helemaal niet van het stellen van grote doelen, dat vind ik een heel onaantrekkelijke manier van leven. Uit grote ambitie is veel ellende voortgekomen. Mijn beeld van het goede leven is dat van de tuin van Epicurus (Griekse filosoof, 4de eeuw voor Christus, die een rustig en gelukkig leven als hoogste doel zag, red.), het doorbrengen van tijd met goede vrienden. Ik wil leven zonder ambitie en zonder gezeik over van alles. De ZKV’s waren aanvankelijk alleen voor de kinderen bedoeld en later ook voor een kleine kring van vrienden. Alleen kan ik slecht ‘nee’ zeggen, dus kwamen ze bij een groter publiek terecht.

‘Ten onrechte wordt Epicurus wel afgeschilderd als een pure levensgenieter, die er maar op los leefde. Daar was geen sprake van, hij was juist heel sober. ‘Leef in het verborgene’, raadde hij aan, dus zonder poeha. Die soberheid spreekt me enorm aan. Je hoeft niet veel van wijnen te weten en dat soort onzin allemaal.’

Heeft u in uw leven ooit naar de zin van het bestaan gezocht?

‘De afkeer van religie is mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader was atheïst, diens vader ook, net als diens vader. En mijn vijf kinderen zijn allemaal ongelovig, waarbij vooral mijn oudste zoon een actieve atheïst is. Maar ik praatte er nooit over met mijn vader, het was gewoon zo. Ik ben ervan overtuigd dat je in de eerste vijf jaar van je bestaan dit soort overtuigingen meekrijgt. Daarna kom je er niet meer van af. Katholieken kunnen wel van hun geloof vallen, maar ze blijven er hun hele leven mee bezig. Ik ken domineeszonen die fellere atheïsten zijn dan ik, maar ze worstelen nog altijd. Ze zijn voor het leven getekend.

‘Ik heb me wel in allerlei ‘-ismen’ verdiept. Het boeddhisme heeft me een tijdje geïnteresseerd. Maar altijd komt er een moment waarop het me gaat vervelen: ‘Nu weet ik het wel’, denk ik dan, met die brede weg van Boeddha, ik begrijp de truc. Maar één ‘-isme’ heeft het bij mij al die jaren volgehouden. Omdat die namelijk volkomen gebaseerd is op de absurditeit en die is voor mij kenmerkend voor ons bestaan. Dat is het taoïsme (Chinese filosofie met compassie, soberheid en nederigheid als kernbegrippen, red.).’

Stilte, dan luid declamerend: ‘De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.’ Daar zit alles in voor mij, het is de Zin der Zinnen.’

Maar wat betekent die?

‘Alles is tegenstrijdig in die zin, het betekent dat je op niets kunt bouwen. De weg, de Tao, is een onbegrijpelijk begrip. Hij is ‘bestendig en daadloos’. Dat is ongeveer het tegendeel van het westerse principe van oorzaak en gevolg, het idee dat in ons denken zit ingebakken, van consequenties van je daden. ‘Als ik op de PvdA stem, dan komt het goed met de zorg’, dat soort denken. En dan de wending: ‘Nochtans blijft niets ongedaan’, dat geeft aan dat de wereld gewoon doordraait en dat alles wat van waarde is ook van waarde blijft. Het is een oerbotsing in die ene zin! En die zie je vervolgens terug in duizenden rare verhalen.

‘Ken je die taoïstische anekdote over drie oude kerels die wijn drinken en lachen? ‘Waarom lachen jullie?’, vraagt iemand. ‘Omdat onze vrouwen dood zijn’, luidt hun antwoord. ‘Dat is toch vreselijk, dan moet je toch huilen?’, luidt de vraag. ‘Ja, maar dat willen we vermijden, dus lachen we’, luidt hun antwoord. Kijk, dat is leuk! Van het taoïsme kan ik nooit genoeg krijgen. Ik blijf geboeid door die absurditeit. Dat is voor mij een groot genot.’

Bent u in uw ZKV’s niet ook op zoek naar die absurde essentie? Houdt u ze daarom ook zo kort?

‘Zo probeer ik het wel te verkopen, ja. Al zit er ook een heel praktische kant aan, namelijk dat ik niet lang achter een schrijftafel kan zitten. Ik heb geen zitvlees. Ik kan zeker niet een jaar lang geobsedeerd met een boek bezig zijn, zoals Tommy Wieringa (schrijver en vriend, red.). Waarna je ook nog het risico loopt dat het niet wordt besproken! Vreselijk. Ik heb respons nodig. Die ZKV’s worden verzonden en dan reageren mensen meteen. Dat is een enorme kick.’

Er lijkt ook een belerende onderwijzer in uw stukjes verscholen te zitten. Wat wilt u de mensen bijbrengen?

Stilte, dan met nadruk: ‘Dat ze zich moeten hoeden voor iedere vorm van dogmatiek, van regels. Elke dag ben je vrij te doen en te laten wat je maar wilt. Vrij om je gedachten te laten gaan. Vrij om te improviseren. Daar ben ik heel goed in. Neem die tuin van Epicurus. Daar heb ik jarenlang niet aan gedacht, nu komt hij ineens bij me op. Vrij zijn, dat is in ieder geval de zin van mijn leven.

‘Zeker, ik ben een schoolmeester, maar ik wil geen school maken. Op een gegeven moment kots ik van mijn eigen meningen, juist omdat die zo goed zijn. Die liggen zo voor de hand en zijn zo oké, ik moet uitjes maken naar rechtse mensen die mij een echte fluim vinden, iemand van ‘links lullen, rechts zakken vullen’, dat werk. Hoe rechtser, hoe beter.’

‘De kennis van het leven moet uit boeken worden gehaald, niet uit de smoezelige werkelijkheid zelf’, heeft u geschreven. Heeft u het leven zo aangepakt?

‘Absoluut! Ik hoorde nooit bij de doeners. Boeken zijn voor mij altijd belangrijker dan de werkelijkheid geweest. Die heb ik ook vaak aan boeken getoetst. Wat ik over de liefde wist, had ik niet te danken aan de werkelijkheid, maar aan boeken. Toen ik met meisjes begon te rommelen, wilde ik weten of ze een bepaald boek hadden gelezen en minachtte ik ze als dat niet het geval was. Ik ben ooit begonnen met alle romans van Vestdijk (meer dan honderd, red.). Maar eigenlijk hoef je in je leven maar tachtig boeken te lezen, dat ben ik met Maarten Biesheuvel eens. Die ontdek je vanaf je 16de. Voor mij behoren daartoe in ieder geval de werken van Nescio, Elsschot, Salter, Cheever en Salinger.’

Hoe kijkt u aan tegen uw eigen sterfelijkheid?

‘Ik wil mijn bestaan niet verpesten met allerlei angsten. Terwijl ik met je praat, kijk ik over een land met een heg van grote beukenbomen. Daar en daar en daar! Je moet de tijd die ons is toegemeten, wat we het leven noemen, niet belasten met wat er achter die beuken is – met angsten over het vagevuur, met dingen die er lelijk uitzien. (Pakt de tafel vast) Dit is mijn leven, daar gaat het om. Dit is allemaal zo fantastisch, juist omdat er daarvoor en daarna niks is. Dat wil ik mensen graag duidelijk maken, daar gaat het in mijn ZKV’s om.

‘Toen mijn vader doodging, heb ik niet gehuild. Ik had een speciale band met hem, iedereen die ons kende vond ons een bijzonder koppel. Ik heb nooit tegen hem gerebelleerd, een natuurwonder. We konden goed met elkaar praten en naar elkaar luisteren. Zonder sentimentaliteit. Onze verhouding is na zijn dood gewoon doorgegaan, alsof ik met hem ben blijven praten. Heel bijzonder. Tegenover mijn eigen dood sta ik stoïcijns. Maar of dat tot het einde zo blijft, vraag ik me af. Daar kun je echt niks van zeggen, dat heb ik bij vrienden wel gezien.’

Heeft het eigenlijk zin je bezig te houden met de zin van ons leven?

‘Nee, eerlijk gezegd niet. Het is toch intellectueel wat we nu aan het doen zijn, vraag en antwoord, consequent zijn. Mijn ideaal is dat het niet ter sprake komt, maar dat de zin van het leven geleefd wordt. Dat is de tuin van Epicurus. Zelf was hij een heel sobere man, maar er zaten anderen die van vrouwen, roddelpartijen en lekker eten hielden. Dat is de kern van het leven, in zo’n groep leven. De tuin wordt niet besproken. Al die mensen leven het leven, dat is genoeg.’

Eerdere afleveringen in deze reeks

In deze eerste aflevering spreekt Fokke Obbema met Jan Geurtz, kenner van het Tibetaans boeddhisme. ‘Waar zit de ‘ik’? In het lichaam? In gedachten? Een emotie?’

Filosoof Sanneke de Haan kan niks met de vraag: wat is de zin van het bestaan? ‘De vraag klopt niet, ze is misleidend.’ Maar hoe valt het leven dan te duiden, wil Fokke Obbema van haar weten.

Het verhaal van Fokke Obbema

‘Vorig jaar ging ik plotseling even dood. Om precies te zijn was het op zaterdag 1 april, om een uur of één ’s nachts.’ Obbema overleefde zijn hartstilstand zonder hersenschade. Maar de weg terug naar het normale leven was lang. Het inspireerde hem tot deze interviewreeks.

Met Gijs Groenteman sprak hij in onze podcast het Volkskrantgeluid over zijn ervaring en de daaruit voortkomende interviewreeks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.