ColumnSylvia Witteman

Schoon, veilig, rustig: die Almeerse brievenschrijver had niets te veel gezegd

null Beeld
Sylvia Witteman

In mijn mailbox trof ik een lezersbrief. ‘U schrijft de hele tijd zo neerbuigend over Almere’ stond erin. ‘Daar moet u mee ophouden. Het is heerlijk wonen in Almere. Schoon, dichtbij, veilig, rustig, en van alle gemakken voorzien.’

Boven mijn hoofd verscheen een vraagteken. Na enig speurwerk bleek dat ik in mijn leven twee keer over Almere had geschreven, één keer in 2004, in een bijzin over een fictieve visboer, en één keer in 2011, over Almere Muziekwijk, waar ik me ‘domweg bedrukt in de Bob Marleystraat’ had gevoeld.

Was dat neerbuigend? Misschien wel. Hoog tijd voor een nieuw bezoek. Ik stapte op de trein met een zakje oudbakken krentenbollen, want ik vermoedde in Almere nogal wat meeuwen, en je wilt niet met lege handen komen aanzetten.

De reis duurde maar een half uurtje en inderdaad bleek Almere van alle gemakken voorzien. Je kunt er eten en drinken bij de meest uiteenlopende gelegenheden, van lunchroom Tante Truus tot snackbar Alexandrië, je kunt je kleden bij H&M of Pull and Bear, parfumeren bij Rituals, je kunt naar bioscoop Kinepolis, je kunt je laten ontharen, tatoeëren en piercen, je tanden laten bleken en pasfoto’s laten maken, je kunt in Almere geboren worden en waarschijnlijk ook sterven: dat laatste weet ik niet zeker, want ik zag zo gauw geen begrafenisondernemer.

Ik liep naar het water, waar de meeuwen krijsend korte metten maakten met mijn krentenbollen. Het was koud, mistig en stil. Op een bankje zat ik zwaarmoedig (sorry, toch weer) over die grauwe plas uit te kijken, tot er een man van een jaar of 60 aan kwam lopen. Hij ging pontificaal naast me zitten, trok een akelige glimlach, en keek veelbetekenend naar mijn kruis.

Wat nu? Ging ik hier een schaamteloos polder-aanrandinkje tegemoet met een Almeerse zedenschenner, op klaarlichte dag, midden in de stad? Verschrikt keek ik de man aan. Nu wéés hij zelfs naar mijn onderlichaam. En hij zei, op gemaakt-opgewekte toon: ‘Gooi je dat wél even netjes in de vuilnisbak?’

Ik keek verbaasd naar mijn schoot. Daar lag, door mijn handen voor wegwaaien behoed, het lege zakje van de krentenbollen. ‘Meneer, ik was niets anders van plan’, sprak ik ijzig. ‘Gelukkig maar’, antwoordde hij, weer met die enge lach.

Ik stond op, liep verder en gooide het zakje in een van de vele lege vuilnisbakken. Schoon, veilig, rustig: die Almeerse brievenschrijver had niets te veel gezegd. In de etalage van de makelaar bleken dan ook alle aangeboden woningen al, in grote, rode letters VERKOCHT.

Of het hier heerlijk wonen is: nooit zal ik het weten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden