Schmitz denkt strikt legalistisch

Wanneer werkt een afgewezen asielzoeker onvoldoende mee aan het over de grens zetten van zijn eigen persoon? Die vraag staat volgende week centraal in het gesprek tussen de Raad van Kerken en staatssecretaris Schmitz....

JEROEN TROMMELEN

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De controverse die over hun zaken bestaat - en die vrijdag in de brief van staatssecretaris Schmitz aan de Tweede Kamer nog eens werd aangescherpt - is vooral een botsing tussen twee verschillende denkwijzen. Een strikt legalistische van Justitie en een nuchter-humanitaire van de kerken. De ruimte die daar tussen ligt, lijkt soms onoverbrugbaar.

Ambtenaren van Justitie hebben het gemak dat ze kunnen terugvallen op een protocol voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Dit 'stappenplan' schrijft precies voor waaraan zij zich moeten houden. De asielzoeker die één stap opzij zet, valt in de catagorie der weigeraars. Daar valt dan niets meer aan te doen. Dat leidt lijnrecht naar de verlaten stationshal waar de marechaussee weigerachtige vreemdelingen achterlaat.

In haar brief verwijst Schmitz naar deze regels en zo komt zij tot de logische conclusie dat het op straat zetten van tentasiel-bewoners 'rechtmatig' is geweest. Sommige asielzoekers uit het Drentse tentenkamp hebben immers verklaard dat ze niet terug willen naar hun land van herkomst. Anderen hebben een naam opgegeven die de ambassade van hun land niet kan bevestigen.

Dat zij overigens wél aan hun verwijderprocedure hebben meegewerkt, en dat de betrokken (Chinese) ambassade verder stelselmatig medewerking weigert aan het terugnemen van landgenoten, is in deze denkwijze niet meer van belang. Maar het is deze strikt legalistische opvatting die de kerken en hulpverleners proberen te bestrijden.

Wat Justitie tegenwerking noemt (de verklaring: 'ik wil niet terug') geldt voor hen als een normale menselijke reactie. De hulpverleners tillen ook zwaarder aan de vraag of de betrokken vreemdelingen zich uiteindelijk neerleggen bij de beëindiging van hun verblijf in Nederland, en of er daarna nog factoren spelen die hun vertrek verhinderen.

Wie de betrokken dossiers van de afgewezen asielzoekers doorleest, ziet overigens dat zij afhankelijk van hun stemming tegenstrijdige verklaringen afleggen. Waar het ene verhoor met ambtenaren van de IND eindigt in een strijdlustig: 'Ik wil niet terug', klinkt in een volgende geprek een een gelaten: 'stuur me dan maar terug'. Zo blijkt het achteraf voor beide partijen niet zo moeilijk om de gewenste citaten uit een gesprek te halen.

Van de zeventien bewoners uit het tentenkamp hebben er elf de Chinese identiteit en zijn er drie afhankelijk van bemiddeling van de Libanese ambassade. Die landen zijn zoals alle landen, verplicht hun onderdanen een tijdelijk reispapier (laisser-passer) te verstrekken. Maar zij doen dat niet.

Het consulaat van Libanon heeft schriftelijk verklaard dat ze vanwege de economische problemen in het land geen statenloze vluchteling kan terugnemen. Daarmee worden alle in Libanon geboren Palestijnen bedoeld. De ambassade van China toont haar weigerachtigheid op een andere manier. Ze doet geen onderzoek naar de namen en adressen die geweigerde asielzoekers opgeven, voor zover dat in China al mogelijk zou zijn. In dat vacuüm legt Justitie de verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van reisdocumenten geheel bij de geweigerde asielzoeker.

Waarschijnlijk zijn er oplossingen voor die ongewenste situatie, waarbij in elk geval onderhandeld moet worden met de weigerachtige landen. Met Ethiopië en Eritrea is onlangs op deze manier een ruimhartig terugkeerproject voor afgewezen asielzoekers tot stand gekomen. Volgens de coördinator van dat project, beleidsadviseur op Buitenlandse Zaken E. Samuels, is het zelfs nodig om de gehele asielprocedure in te richten op de, mogelijke, uiteindelijke verwijdering.

'Veel meer dan nu het geval is, moet duidelijk zijn dat niet alleen toelating mogelijk is, maar zal men ook rekening moeten houden met een afwijzing van het verzoek', zei hij daarover onlangs in het IND-blad Voortgang. Het aardige is dat kerkelijke helpverleners en de vereniging VluchtelingenWerk deze opvatting delen, en voor de tussentijd pleiten voor een verlengde opvang, waar óók de meer hopeloze gevallen een weg naar huis wordt geboden.

Jeroen Trommelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden