ColumnThomas van Luyn

Scheveningen, daar is alles wel aan gedaan om het te vernachelen

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn

Scheveningen, daar hebben we echt ons best op gedaan. Zo lelijk krijg je het niet vanzelf, daar moet je moeite in steken. Gewoon een paar vrachtwagens bouwafval laten dumpen op het strand, daar red je het niet mee. Je moet grondig te werk gaan: je moet goed in kaart brengen wat mooi en aangenaam is aan de locatie, en dat helemaal zien weg te werken. Je moet kijken waar de bewoners aan gehecht zijn, en daar geen spoor van achterlaten. Een professional bezoekt eerst alle lelijke badplaatsen ter wereld, van Torremolinos tot Knokke, en vraagt zich af: hoe hebben ze het zo grondig verpest? En hoe kan ik daarop bouwen om het verder te verkloten? Je moet eigenlijk het concept ‘badplaats’ helemaal herwaarderen: wat het zo aantrekkelijk maakt, en hoe je dat kunt voorkomen.

En dan nog zul je het nooit perfect krijgen. Het Kurhaus bijvoorbeeld, dat bestaat nog steeds. Statig en elegant verheft dit paleis eenieder die zich op het strand bevindt, omarmt het de zee en geeft het dorp erachter allure. Da’s jammer, maar dat je het niet kunt slopen betekent niet dat je bij de pakken neer moet zitten. Zoals je met gipsplaten antieke plafonds kunnen verbergen en verlagen, zoals je met schrootjes antiek stucwerk kan afplakken, zoals je originele houten vloeren kunt betegelen, zo kun je ook de parel van een badplaats aan het zicht onttrekken als je maar genoeg bakstenen stapelt. De hoofdingang, die zul je open moeten laten, anders krijg je ruzie met de eigenaar, maar je kunt haar sierlijke armen verstoppen achter goedkoop uitziende appartementen, en het pleintje dat overblijft flankeren met steakhouses en pizzeria’s, dan heb je het ergste van de schoonheid wel gecompenseerd. Maak je geen zorgen over de 19de-eeuwse balzaal die zich binnen bevindt en die zich met de mooiste in Europa kan meten, dat zie je van buiten echt niet.

De rest wijst zichzelf. Sloop de elegante villa’s en badhotels, die laten veel te veel zicht op het strand, daar moet je een muur van narigheid optrekken. Denk bleke baksteen, metalen balkonnetjes, rechthoekige kozijntjes. Baksteen moet domineren, dus in geval van twijfel: blinde muur.

En dan moet je de zeekant niet vergeten. Als je niet oppast komt daar een elegante boulevard voor mensen om te flaneren en te genieten van de zoele zeewind en het geluid van zee en meeuwen. Dat kun je makkelijk voorkomen met hamburgertenten en pianobars waar je teringherrie uit pompt. Er zullen daar altijd één of twee tussen zitten met lekker eten en vriendelijke bediening, maar dat hou je niet tegen. Niet bang zijn om door te pakken met de lelijke appartementen aan de zeekant: hekken ervoor, carports erin, een winkelcentrum zonder etalages, dat soort dingen. Alles om te voorkomen dat het enige allure krijgt of, Satan verhoede, dat mensen er willen wandelen.

Als de gemeente een monumentaal draaimolentje voor de kinderen wil neerzetten, blijf dan rustig, geen bezwaar aantekenen, die mensen moet je te vriend houden. Vergeet niet dat projectontwikkelaars en lokale politiek hand in hand moeten lopen, willen ze je een hele badplaats vernachelen. En onthou: het moet niet alleen lelijk worden, het moet ook geld opleveren. Idealen zijn leuk, maar als je er niks aan verdient houd je niet genoeg over om het volgende stukje Nederland te verkloten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden