InterviewLaura van Geest

Scheidend directeur Laura van Geest: ‘We zijn bloedeloos saai bij het CPB’

Beeld Malou van Breevoort

Haar vertrek lijkt in niets op haar omstreden aanstelling van 6,5 jaar geleden. Laura van Geest heeft zich bewezen, als directeur van het Centraal Planbureau. Op haar eigen onderkoelde stijl blikt ze terug. ‘We zijn niet meer die autoriteit waarvan iedereen zegt: het zal wel waar zijn.’

De laatste werkweek van Laura van Geest (57) bij het Centraal Planbureau (CPB) gaat voornamelijk op aan afscheid nemen. Vlak voor Kerstmis heeft ze de laatste twee belangrijke rapporten opgeleverd die onder haar regie verschenen: de jaarlijkse decemberraming over de Nederlandse economie en een rapport over de economische gevolgen van de vergrijzing. De afgelopen maand was ze met haar geliefde op vakantie in Colombia. ‘Nee, niet om te wandelen. Ooit stond in de krant dat ik ging wandelen in Oezbekistan en sindsdien denkt ­iedereen dat ik altijd op wandel­vakantie ga.’

Donderdagavond is het afscheidsfeest en woensdag hoeft Van Geest niet veel meer te doen dan haar bureau op te ruimen, zich te laten fotograferen voor de krant en twee interviews af te werken. Maandag begint ze aan haar nieuwe baan in Amsterdam. Ze is voor vier jaar benoemd tot voorzitter van de Autoriteit Finan­ciële Markten, de toezichthouder die erop moet letten dat banken, verzekeraars, accountants en andere finan­ciële dienstverleners zich een beetje gedragen. Het directeurschap van het CPB draagt ze na 6,5 jaar over aan de 54-jarige Pieter Hasekamp, die – net als Van Geest destijds – daarvoor topambtenaar was bij het ministerie van Financiën.

Prominente voorgangers

Het persbericht waarin het CPB ­Hasekamps komst aankondigt vermeldt al in de tweede zin dat hij ‘gepromoveerd econoom’ is. Dat het CPB dat feit benadrukt, is geen toeval. Van Geest is namelijk ‘slechts’ doctorandus. Haar eigen aanstelling in 2013 lokte daarom een storm van kritiek uit. In het functieprofiel voor de vacature stond namelijk dat het CPB ­iemand van wetenschappelijk statuur zocht. Haar voorganger Coen Teulings was hoogleraar en een econoom van naam. Een niet-wetenschapper aan het hoofd van zo’n belangrijk onderzoeksinstituut: dat kon toch eigenlijk niet, vond een groot aantal prominente economen. Hoewel ene Gerrit Zalm ook zonder doctorstitel op zak het CPB had mogen leiden, werd openlijk betwijfeld of Van Geest intellectueel in staat was de complexe rekenmodellen van het CPB te doorzien. Heeft ze tijdens haar directeurschap vaak het gevoel gehad dat ze iets moest bewijzen?

Nee, zegt ze. ‘Het is een feit dat ik niet gepromoveerd ben, maar de meeste mensen vinden mij toch niet dom. Ik heb op deze baan gesolliciteerd, omdat ik dacht dat ik het zou kunnen. En ik ben aangenomen, omdat andere mensen ook dachten dat ik het zou kunnen.’

Dat het CPB nu Hasekamps promotie benadrukt, ziet ze dan ook niet als het ‘desavoueren’ van haar eigen functioneren. Wel als een poging ­Hasekamp de sceptische ontvangst te besparen die haarzelf ten deel viel. Een aantal critici heeft hun eerdere oordeel over Van Geest inmiddels herzien. Zo zei de Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger eind vorig jaar dat ze haar taak ‘heel degelijk, heel betrouwbaar en heel loyaal’ heeft uitgevoerd.

Knipogende emoticon

Als CPB-directeur opereerde Van Geest behoedzamer dan haar voorganger. Teulings stak zijn mening en zijn PvdA-lidmaatschap niet onder stoelen of banken en gaf de regering gevraagd en ongevraagd beleids­advies. Van Geest had een andere taakopvatting. ‘Ik vind: het CPB is van de analyse, niet van het advies. Wij moeten niet politici vertellen wat ze moeten doen, maar hun een spiegel voorhouden. Wij laten zien wat de gevolgen zijn van hun beleid. Als ze daar niet tevreden mee zijn en ze wat anders willen, dan laten wij zien welke beleidsopties er nog meer zijn en hoe die zouden kunnen uitwerken. Daarbij moeten we wel opletten dat ze ons onderzoek goed interpreteren en niet met de resultaten aan de haal gaan. Want als het kabinet dingen voorstelt op een manier waarvan we denken: ‘Ja, maar zo staat het niet in ons rapport’, dan gaan we dat wel corrigeren.’

De altijd diplomatieke Van Geest verpakt haar kritiek op het politieke beleid bij voorkeur in understatements. Zo zegt ze over de hypotheekrenteaftrek: ‘Het CPB vindt dat geen evident economisch onderbouwde maatregel.’ De goede verstaander weet dan: die aftrek is een zinloze exercitie waar we nooit aan hadden moeten beginnen. Zelf vindt ze dat ze in de loop van haar bewind ‘een stuk brutaler’ is geworden. Ze was de laatste jaren uitgesprokener in haar kritiek, bijvoorbeeld toen ze in NRC Handelsblad verklaarde dat het afschaffen van de dividendbelasting weinig doet voor het vestigingsklimaat, en dat de met veel tamtam aangekondigde maatregelen tegen brievenbusmaatschappijen niet heel veel zoden aan de dijk zetten.

Beeld Malou van Breevoort

In de recentste economische beschouwing voor Prinsjesdag toont ze zich namens het CPB niet dolenthousiast over het kabinetsplan de staatsschuld met tientallen miljarden te verhogen voor investeringen ter versterking van de Nederlandse economie. ‘Kapitaalmarkten geloven niet in sprookjes en ook kiezers laten zich geen rad voor ogen draaien: gratis geld bestaat niet’, schrijft ze. Van Geest heeft haar vermaning wel iets verzacht door te eindigen met een knipogende emoticon. Dat dan weer wel.

Openlijke twijfel

Is deze omzichtigheid mede ingegeven door de toegenomen kritiek op onderzoeksinstituten als het CPB? De waarde van wetenschappelijk onderzoek dat is gebaseerd op rekenmodellen worden steeds vaker openlijk in twijfel getrokken door belangengroepen en politici die niet gelukkig zijn met de resultaten van dat onderzoek. Zo wordt het CPB soms verweten te weinig oog te hebben voor de ‘zachte’, immateriële opbrengsten van economisch beleid, zoals welzijn, en zich te veel te focussen op economische groei en werkgelegenheid. Het Planbureau voor de Leefomgeving is onder vuur genomen, omdat het de milieueffecten van subsidies op elektrisch rijden zou overschatten. Veeboeren en hun politieke medestanders vielen de stikstofberekeningen van het RIVM aan.

Van Geest reageert in typerende stijl: droogjes, en met een eufemisme: ‘Het is mij inderdaad opgevallen dat de toon van het maatschappelijk debat niet milder is geworden in de 6,5 jaar dat ik hier zit.’ De manier om daar als planbureau mee om te gaan is volgens haar: het verrichte onderzoek meer en beter uitleggen. ‘Wat het CPB en andere onderzoeksinstituten zeggen, wordt niet meer voor zoete koek aangenomen. We zijn niet meer die autoriteit waarvan iedereen zegt: ‘Oh, mevrouw heeft gesproken, dus het zal wel waar zijn.’ Dat is op zichzelf heel gezond, maar dat betekent wel dat we onze analyses nu heel helder moeten onderbouwen en onze onderzoeksmethoden heel goed moeten verantwoorden. Onze wetenschappelijke analyse moet staan als een huis. Als je een beetje een pruttige analyse oplevert, moet je natuurlijk niet gek staan te kijken als die aan gort wordt geschoten.’

Opgeklopte slagroom

Veel gedoe en conflicten kunnen voorkomen worden door de politiek te behoeden voor verrassingen, weet Van Geest. Politici krijgen voor publicatie al te horen welke kant het ongeveer opgaat, zodat ze zich daarop kunnen instellen en een reactie kunnen voorbereiden. Verwijzen naar precedenten helpt ook. ‘Als bewindspersonen ongelukkig zijn met de uitkomsten van ons onderzoek zeg ik vaak: we zijn bloedeloos saai bij het CPB, want we doen het altijd op deze manier. En ik weet dat ambtenaren op de ministeries dat ook tegen de minister zeggen: ‘Je kunt het niet leuk vinden, maar zo doen ze het altijd bij het CPB.’

Proberen beleidsmakers die voorinzage krijgen de onderzoeksresultaten nooit te beïnvloeden en in de gewenste richting bij te sturen? Ze mogen best kritiek leveren, maar ‘als mensen blijven duwen op onze conclusies, reageert het CPB toch een beetje als slagroom, is mijn ervaring: hoe harder je gaat kloppen, hoe stijver hij wordt.’

CV Laura van Geest

Geboren: 22 april 1962

2002 – 2006 directeur Algemene financiële en economische politiek, ministerie van Financiën

2006 – 2007 thesauriër-generaal, ministerie van Financiën

2008 – 2013 directeur-generaal Rijksbegroting, ministerie van Financiën

2013 – 2020 directeur Centraal Planbureau

2020 – bestuursvoorzitter Autoriteit Financiële Markten (benoemd voor 4 jaar)

Lees ook

Hoe CPB-directeur Laura van Geest het pensioenakkoord mogelijk maakte
Zonder Laura van Geest was er misschien geen principeakkoord over het pensioenstelsel bereikt, afgelopen september. Het waren haar rekenaars die ontdekten dat de AOW-kosten op de lange termijn meevallen. Zo veel zelfs, dat er plotseling een meevaller in het vat zat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden