interview Gerard Soeteman

Scenarioschrijver Gerard Soeteman: ‘Mijn leven is samen te vatten in een eenkolomsberichtje’

Gerard Soeteman. Beeld Oof Verschuren

Scenarioschrijver Gerard Soeteman schreef meer dan zestig tv-documentaires en bekende Nederlandse speelfilms als Turks fruit en Soldaat van Oranje. Zijn oeuvre begon met de jeugdserie Floris, nu vijftig jaar geleden. ‘Mijn leven is totaal bepaald door die Tweede Wereldoorlog’.

Ontbijt in Altea, aan de Spaanse kust. De tafel staat vol. Gerard Soeteman (83) eet een aardbei. ‘Neem ook, aardbeien zijn gezond.’ Lyke, zijn vrouw, heeft hem zojuist speels en plagerig een ‘heel rare man’ en een ‘lelijke oude man’ genoemd, waarna ze allebei hard begonnen te lachen.

Het geluid van de golven van de Middellandse Zee dwarrelt het fraaie, dubbele appartement binnen. Beneden liggen de jachthaven van Altea en een klein strand. Het is stil, het hoogseizoen is nog niet begonnen. In de verte is de skyline van Benidorm te zien. Onder de tafel ligt Gracey, de hond, vernoemd naar de prinses van Monaco ‘want net zo mooi.’

Gerard Soeteman neemt nog een aardbei. Tegen het bezoek: ‘Jongen, wat wil je vragen?’

Heeft u wel eens overwogen uw leven op papier te zetten?

‘Nee. Memoires van acteurs of schrijvers of regisseurs interesseren me geen ene moer. Dan vertelt iemand dat hij zo gelachen heeft tijdens filmopnamen, of dat er van alles mis ging. Oninteressant.’

U bent de beroemdste scenarioschrijver van Nederland. Neem Turks fruit. U schreef het scenario en stond aan de basis van het succes. Het zou interessant kunnen zijn als u...

‘Nou, nou. Succes wordt altijd bepaald door een combinatie van factoren. Turks fruit had een hoop herrie tot gevolg, daar hadden we geluk mee. Mensen vonden de film bevrijdend of waren woedend. Er was rumoer, het was een schande.

Dat was niet mijn verdienste. Ik wilde dat script eerst ook helemaal niet schrijven. Door het overlijden van mijn vader ben ik overstag gegaan. Zijn dood maakte diepe indruk op me. Turks fruit gaat volgens mij ook veel meer over de dood dan over seks’.

Turks Fruit markeert een cruciaal punt in de Nederlandse filmgeschiedenis, betoogde Mark Moorman in een XXL-aflevering van onze serie ‘Nederlandse popcultuur in 100 voorwerpen.’

‘Ik heb een saai leven geleid. Ik was decennialang een keurige redacteur bij de NOS en een keurige scenarioschrijver. Er was niks spectaculairs aan. Wat zou ik erover moeten opschrijven? Ik zou het niet weten.’

Soeteman neemt een omweg, zoals wel vaker, en komt uit bij Doris Day, de Amerikaanse filmster die in mei overleed. ‘Over haar werd geschreven dat ze na elk huwelijk meer maagd werd. Ze is vier keer getrouwd. Haar eerste man was een zwendelaar, de tweede sloeg haar, de derde ging dood en de vierde heeft al haar geld gejat, de 20 miljoen dollar die ze met acteren en zingen bij elkaar had verdiend.

Hij begint te zingen:

Que sera, sera / whatever will be, will be.

‘Na haar dood stond er een halve pagina over haar in de New York Times, meer niet. De rest moest je er zelf bij verzinnen. Het leven van zo’n flamboyante filmster blijk je dus te kunnen samenvatten in een halve pagina.’

Zijn punt: ‘Nou, dan is mijn leven samen te vatten in een eenkolomsberichtje.’

Met regisseur Paul Verhoeven vormt Soeteman het succesvolste duo uit de Nederlandse filmindustrie. Samen maakten ze dertien films, waaronder Turks fruit, Soldaat van Oranje, Spetters, De vierde man en Zwartboek. Ze leerden elkaar kennen bij het maken van Floris, de jeugd-tv-serie die vijftig jaar geleden werd uitgezonden en ook het begin betekende van de loopbaan van Rutger Hauer.

Het allereerste begin was Floris - niet alleen voor Gerard Soeteman, maar ook voor Paul Verhoeven en Rutger Hauer. Paul Onkenhout las het boek van Jaap Kooimans over de befaamde jeugdserie en schreef er vorig jaar dit stuk over. 

Soeteman werd twee keer geëerd met een Gouden Kalf en schreef het scenario van de eerste Nederlandse speelfilm die een Oscar won, De aanslag (1987) van Fons Rademakers. Minder bekend is dat hij voor de NOS de scenario’s voor meer dan zestig, veelal maatschappijkritische tv-documentaires schreef. Het is altijd overschaduwd door zijn prominente rol in de Nederlandse filmgeschiedenis. ‘Terwijl ik trotser ben op die documentaires dan op de speelfilms.’

Twee jaar geleden droeg hij zijn archief, met onder meer correspondentie en scripts, over aan filminstituut Eye. ‘Dat waren bij elkaar wel zo’n zestig verhuisdozen. Het was fijn dat de spullen het huis uit konden.’

Zijn vrouw Lyke, plagerig weer: ‘Dat was het zeker.’ Soet, noemt ze hem.

Het echtpaar woont afwisselend in Altea en Rotterdam, in perioden van ongeveer drie maanden. ’s Zomers ontvluchten ze de drukte van de Costa Blanca, ’s winters laven ze zich in Nederland aan theaters en musea. Ze reizen met de auto, vanwege Gracey.

‘Die zit lekker aan de achterruit te likken als we door Frankrijk rijden. Vroeger hadden we twee honden. Eén hond, een labrador, was zo bang voor het geluid van vliegtuigen dat ze op het vliegveld piepend van de angst tegen me opsprong en haar poten om me heen sloeg. Dat vonden wij geen Einladung zum Flughafen.’

Beeld Oof Verschuren

De eerste vrouw van Soeteman overleed aan kanker nadat ze eerder was getroffen door parkinson. Lyke Marree was advocaat in Rotterdam. Met haar eerste man kocht ze, in de jaren tachtig al, het appartement in Altea.

Soeteman leerde haar in 2002 kennen tijdens een etentje bij een wederzijdse kennis, Ineke van Wezel, de vrouw die jarenlang filmproducent Rob Houwer terzijde stond. Ook een kennis van Marree uit Spanje, de Haagse cafébaas en hasjhandelaar Joop Schouman, was uitgenodigd.

‘Ineke en Joop waren heel zenuwachtig. Zouden Lyke en ik elkaar wel aardig vinden? We hebben ontzettend gelachen. En we vonden elkaar aardig, dat ook.’ Later kwam hij Schouman vaak tegen in Altea. ‘Hij liep hier altijd rond met een hondje. Ontzettend aardige pief, hij was vaak stoned.’

Het interview in Altea is een dag eerder al begonnen. De ontvangst is hartelijk. De verslaggever heeft de nacht doorgebracht in de logeerkamer van het echtpaar, vandaar het ontbijt.

Interview is misschien niet het juiste woord. Gerard Soeteman heeft niet veel vragen nodig om verhalen te vertellen. Associatief verbindt hij het ene onderwerp met het andere. Uitweidingen duren soms lang, maar altijd keert hij terug naar het begin van zijn verhaal. Hij vertelt met plezier, beeldrijk en bevlogen en snijdt gretig nieuwe onderwerpen aan.

Zijn politieke engagement is groot. Soms put hij uit eigen werk, films, om zijn punt duidelijk te maken.

‘In de oorlog werd een broer van mijn moeder opgepakt, hij had geweigerd om in Duitsland te gaan werken. Mijn ouders namen zijn vrouw Fientje en hun twee kinderen in huis. Die vrouw was heel klein en ongelofelijk vitaal. En ze ging voor niemand opzij. Ik heb dat mens een paar jaar meegemaakt. Ze maakte grote indruk. Alle vrouwen in mijn familie werkten hard en waren voor niemand bang. Net zoals Fientje uit Spetters en Rachel uit Zwartboek.’

Later, met een lichte aarzeling: ‘Ik ben natuurlijk ook zelf, eh, mijn leven is totaal bepaald door die Tweede Wereldoorlog.’

Hij vertelt over het bombardement op Rotterdam, op 14 mei 1940, een van zijn vroegste herinneringen.

‘Op de arm van mijn vader heb ik de stad zien afbranden. Het werd later alleen geëvenaard door Gone with the Wind, met die grote brand in Atlanta. Die ouwe knakkers die die film maakten, hebben dat heel goed gezien. Zo brandt een stad.’

Stilte. ‘Als je op 4-jarige leeftijd... Ik kijk vaak naar die Syrische kinderen. Godverdomme. Dat is niet best. Als je dat meemaakt op je 4de, sjouw je het de rest van je leven mee. Ik voelde me gelukkig wel veilig bij mijn vader en mijn moeder, er was geen reden voor angst. En het was natuurlijk ook een buitengewoon interessante en spannende tijd, de oorlog, zeker voor kinderen.’

Het huis in de Rotterdamse Hoogstraat werd verwoest. Het gezin vond onderdak in Beverwijk, bij een broer van zijn vader, een communist die als journalist voor een krant in de Zaanstreek werkte. Marius, heette hij, roepnaam Mari. Toen de treinen weer reden, reisde hij naar Rotterdam om zijn familie te zoeken.

‘Het was totale chaos in Rotterdam. Door een wonderbaarlijk toeval liep hij ons tegen het lijf. We zaten op een veld tegenover museum Boijmans, het Land van Hoboken. Daar waren we veilig. Om ons heen rookte de stad als een gek. Plotseling was mijn oom er. Kom mee, zei hij. Zo zijn we in Beverwijk terechtgekomen.’

Beeld Oof Verschuren

‘Beetje oorlog, best spannend’, laat u Rutger Hauer zeggen in Soldaat van Oranje.

‘Ik heb later in de oorlog ook nog een bombardement op de Hoogovens in Velsen meegemaakt, door de Engelsen. Het was heel dichtbij. Het was spannend en feestelijk. We zagen en hoorden de vliegtuigen. Het was een onvergetelijk geluid, heel zwaar. Vierhonderd bommenwerpers, elk met vier motoren, dus ga maar na.’

Hij bootst het geluid van de vliegtuigen na. ‘We beseften helemaal niet dat in die vliegtuigen doodsangst heerste. Het was een film, en wij op de grond waren de toeschouwers. We hoorden het afweergeschut van de moffen en de ontploffende granaten en zagen de scherven die naar beneden vielen. Toen het weer rustig was, verzamelden we die.’

Zijn drie opa’s overleefden de oorlog niet. ‘Eentje ging dood van de honger, in de hongerwinter. Dat was een schurk.’

Een schurk?

‘Een ploert. Hij was de opa van vaderskant, een diep christelijke politieagent die bij twee vrouwen zesentwintig kinderen verwekte. Mijn grootmoeder van moederskant was gescheiden, en hertrouwd. Allebei haar mannen kwamen om, de een als dwangarbeider, bij het graven van tankgrachten bij de kust, de ander als machinist op de grote vaart. Voor de kust van West-Afrika liep zijn schip op een mijn. Dat overleefde hij. Een aanval van bommenwerpers tijdens een konvooi naar Moermansk werd hem fataal. Het schip kreeg een voltreffer, zó de schoorsteen in. Boem. Alles weg.

‘Dat hoorden we pas na de oorlog. Mijn grootmoeder hield er een mooi weduwenpensioen aan over.’ Lacht. ‘Ze was er zeer verguld mee.’

Wat was uw vader voor een man?

‘Toen hij 14 was, liep hij van huis weg. Zijn ouders waren streng gelovig en hij had de pest aan zijn vader. Hij is boksinstructeur in Zuid-Afrika geweest, en sparringpartner van Bep van Klaveren. Was trouwens ook een ploert, Bep van Klaveren. Jules Deelder heeft iets anders van hem proberen te maken, maar Van Klaveren was een racist, een sadist die sparringpartners het liefst de tanden uit de bek sloeg.

‘Mijn vader had de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en was op jonge leeftijd al politiek bewust. Net zoals zijn broer was hij een communist. Hij wilde wapens smokkelen in de Spaanse burgeroorlog, maar daar stak mijn moeder een stokje voor. Als jongen monsterde hij aan op een vissersboot. Hij maakte mee dat de boot werd getorpedeerd en zat 24 uur in de mast voordat er hulp kwam.’

Hij was een communist. U ook?

‘Ik heb veel van hem opgestoken. Hij las veel, en dat ben ik ook gaan doen. Nog steeds. Maar het communisme, nee.’

Zijn vader had in de oorlog in Beverwijk een expeditiebedrijfje. ‘Mensen die wat te versturen hadden, leverden dat bij ons in. Zo leerde mijn vader al die mensen kennen. Hij was geliefd, hij stuurde voor jonkheer Boreel een mandje aardbeien naar Grollo. Maar na de oorlog werd het anders. Hij werd buitengesloten, vanwege zijn communisme. Hij kreeg te horen dat hij zich gedeisd moest houden.

‘Hij kreeg geen werk meer. Binnen drie jaar was hij failliet en zijn we vanuit Beverwijk terug verhuisd naar Rotterdam. Hij werd geboycot. Kaltgestellt. Ideologie is niet goed, dat keert zich tegen je. Je wordt buitengesloten. Dat had ik op mijn 12de al in de gaten.’

Gerard Soeteman begint weer te zingen.

Ja, mach nur einen Plan! / Sei nur ein großes Licht!

Het komt me niet meteen bekend voor.

Die Dreigroschenoper van Bertolt Brecht. Prachtig hè.‘ Hij zingt door.

Und mach dann noch’nen zweiten Plan / Gehn tun sie beide nicht

Denn für dieses Leben / Ist der Mensch nicht schlecht genug.

Doch sein höhres Streben / Ist ein schöner Zug

Waarom vindt u dit zo mooi?

‘Als je God wilt laten lachen, moet je vertellen wat je toekomstplannen zijn. Want er komt altijd wat tussen. Plannen maken is zinloos.’

Wat cynisch.

‘Nee. Dat is het niet. En dat ben ik ook niet.’

Keert de oorlog vaak terug in uw leven?

‘Nooit. Nooit. Ik vind het interessant, de oorlog. Net zoals politiek. Ik spel de kranten en elke week Der Spiegel. Ik kijk alleen maar naar nieuws en documentaires.’

U zei net dat de oorlog een groot stempel op uw leven heeft gedrukt.

‘Door het botte toeval van die bommen. Het bombardement was een totale omslag in mijn leven. Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Wat zou er zijn gebeurd als mijn oom Marius ons na het bombardement niet toevallig had ontmoet? Maar ik heb er geen nachtmerries aan overgehouden. Ik heb de oorlog vaak gebruikt in mijn werk, dat wel.’

Later vertelt hij over een ontmoeting met Peter Tazelaar, Engelandvaarder, oorlogsvlieger, verzetsman en een van de hoofdfiguren in Soldaat van Oranje. In de film wordt hij gespeeld door Jeroen Krabbé.

‘Voordat we Soldaat van Oranje gingen maken heb ik al die mannen geïnterviewd. Tazelaar was een van de mannen die in de oorlog was blijven hangen. In een half uur dronk hij een liter jenever op. Zes huwelijken, acht scheidingen, dertien kinderen; zo’n man. Ellende. Maar voor een schrijver wel erg inspirerend natuurlijk.’

In welke film zien we uw visie op het leven het meest terug?

Denkt lang na. ‘Spetters, waarschijnlijk. Vanwege die jongen op de motor. Hij gaat een grote toekomst tegemoet, totdat iemand bij een benzinestation een netje mandarijnen krijgt. De schillen worden uit het raam van de auto gegooid, hij gaat onderuit en is de rest van zijn leven verlamd. Zo zie ik het leven. Het hangt van botte en afschuwelijke én vrolijke toevalligheden aan elkaar.

‘Plus wantrouwen. Tegen alles. Dat zie je ook in Floris. Als je 13 pond kruit in een kanon moet doen, maar iemand zet er een één voor, vlieg je de lucht in. Vertrouw nooit wat ze zeggen, vertrouw nooit wat er staat. Onderzoek het zelf.

‘Er wordt nergens zo veel gelogen als in een oorlog. Als je daar gevoelig voor bent, als kind, kom je er verknipt uit. Iedereen die bij ons in Beverwijk een pakketje kwam brengen, loog. Tegen de NSB’ers zeiden ze dit, tegen de Ortskommandant dat, tegen de bakker wat anders en tegen mijn vader weer wat anders. Om het hoofd boven water te houden, liep iedereen om je heen permanent te liegen. Dat is voor een kind hoogst verwarrend.’

Met Paul Verhoeven heeft hij nog steeds contact, meestal via de mail. Hun laatste gezamenlijke project leidde tot een onoverbrugbaar meningsverschil. Hoewel hij het (eerste) scenario schreef, ontbreekt de naam van Soeteman op de titelrol van Benedetta, een historisch drama dat zich afspeelt in de late Middeleeuwen. Vanwege gezondheidsproblemen van Verhoeven is de première uitgesteld tot 2020.

Benedetta is een non, een lesbische non. Eind jaren tachtig al kreeg Soeteman het idee om haar levensverhaal te verfilmen, nadat er een boek over haar was verschenen. ‘Ze is een heldin, een buitengewoon begaafde vrouw met grote intellectuele vermogens. Ze is lesbisch, maar komt overal mee weg omdat ze erin slaagt de pest uit de stad te houden.’

Een schitterend feministisch pamflet, noemden de Franse vertalers het scenario volgens Soeteman.

‘Maar dat aspect heeft Paul helemaal weggelaten. Hij is uitsluitend geïnteresseerd in het gefrutsel aan de geslachtsdelen. En dat interesseert mij niet zo. Dit is een verhaal met grote politieke implicaties. Wie heil belooft, lokt aanhangers naar zich toe, hoe groot zijn of haar fouten ook zijn. Hitler. Trump. Napoleon. Wilders. En nog vijfhonderd anderen. Op een feministisch, klein niveau is dat hier ook het geval. Dát vind ik interessant. Niet die damesliefde.’

Toen hij het aangepaste scenario van Benedetta las, besloot hij zijn naam te laten schrappen. ‘Ik koos voor een politiek statement, Paul voor ‘Leve Lesbos’. Met zo’n film wil ik niks te maken hebben. Ik wil voorkomen dat mensen naar die film gaan, mij toevallig tegenkomen en beschuldigend zeggen: Gerard, you tóó?’

Heeft dit jullie relatie na al die jaren van samenwerking beïnvloed?

‘Niet dat ik weet. Ik krijg nog steeds enthousiaste mails van Paul. Het is echt niet de eerste keer dat iets niet doorging omdat we van mening verschilden. En hij heeft me keurig betaald voor het scenario.’

Tachtiger Gerard Soeteman schrijft nog steeds, onophoudelijk en onvermoeibaar. Niet verfilmde filmscenario’s worden omgebouwd tot romans, ideeën voor televisieseries uitgewerkt. De stapel niet gepubliceerd of niet verfilmd werk is hoog.

Op een papiertje heeft hij vijftien titels genoteerd van onder meer historische verhalen over de slavenhandel en Karel de Grote, bewerkingen van verhalen van Agatha Christie, Louis Couperus, Guy de Maupassant, een griezelverhaal, documentaires en een serie over een tv-presentator die grote gelijkenissen toont met Jeroen Pauw.

Laconiek: ‘Misschien is het leuk om bij het verhaal omslagen te plaatsen van al die dingen die om de een of andere manier niet zijn doorgegaan.’

Lyke: ‘Hij klaagt er nóóit over.’

U zou hier aan de Spaanse kust ook alleen wat kunnen lezen en luieren en rondjes met Gracey kunnen lopen.

‘Harry Mulisch, een man die ik trouwens niet erg mocht, stopte op een gegeven moment met schrijven. Daar begreep ik niks van. Ik heb geen reuma en mijn hersenen werken nog redelijk. Waarom zou ik stoppen?’

Lyke: ‘Je moet het hem ook niet afnemen. Ik weet niet wat er gebeurt als hij niet meer zou kunnen schrijven.’

Gerard Soeteman: ‘Ik beleef aan het schrijven nog steeds ontzaglijk veel plezier; aan het ambacht, het boetseren van teksten. ’s Ochtends zijn de blaadjes wit, ’s avonds zijn ze beschreven. En misschien zijn de teksten nog bruikbaar ook. Het is een voortdurende uitdaging. Soms moet ik er een uur langer voor lopen met de hond, maar er komt altijd een oplossing. Dat is het fijnste van schrijven; dat er altijd een oplossing komt.’

CV Gerard Soeteman

1 juli 1936 geboren in Rotterdam

1955-1962 Studie Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden

1964-1995 Redacteur (NTS en later) NOS, schrijft scenario’s voor ruim zestig tv-documentaires

1969 Debuteert als (scenario)schrijver met jeugdserie Floris

1971 Film Wat zien ik!?

1973 Film Turks fruit

1975 Film Keetje Tippel

1976 Film Max Havelaar

1977 Tv-serie 58 miljoen Nederlanders

1977 Film Soldaat van Oranje

1980 Film Spetters

1983 Film De vierde man

1985 Film Flesh + Blood

1986 Film De aanslag

1989 Gouden Kalf (categorie scenario)

1992 Tv-serie Recht voor zijn Raab

1995 Regisseur van tv-film De bunker (over verzetsstrijder Gerrit Kleinveld)

1994-2001 In dienst bij Joop van de Ende

1998 Edmond Hustinxprijs voor toneelschrijvers

2006 Film Zwartboek

2017 Gouden Kalf (categorie filmcultuur)

Gerard Soeteman is getrouwd en woont afwisselend in Altea (Spanje) en Rotterdam.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden