Scarface in het echt

Roberto Saviano spreekt de lokale taal van de camorristen en kwam veel te weten over de maffia in Napels. Hij schreef er een bij vlagen angstaanjagend boek over....

Het Italiaanse staatshoofd Carlo Azeglio Ciampi is ter plekke om de stad moed in te spreken. Het is 2 januari 2005 en in Napels heerst de noodtoestand. Al maanden achtereen sneuvelen vrijwel dagelijks en met bosjes tegelijk leden van de regionale maffia, de camorra. Ook tijdens het bliksembezoek van de president wordt er gewoon doorgeschoten en laten drie gangsters het leven.

Liquidaties in het Italiaanse milieu verlopen anders dan zoals bijvoorbeeld Amsterdam ze in die periode beleefde (in november 2005 drie stuks binnen een week). Geen simpele terechtstelling met de kogel, maar ware slachtingen. Onderzoeksjournalist en filosofiestudent Roberto Saviano (1979) beschrijft ze uitgebreid en plastisch in het in zijn vaderland al met vele prijzen overladen Gomorra – Een reis door het imperium van de camorra, waarvan nu de Nederlandse vertaling is verschenen.

Met spijkerstokken uiteengereten lichamen, in zoutzuur opgeloste lijken, dooie gangsters van wie het hoofd van de romp is gescheiden met een decoupeerzaag, oude vrouwtjes die meedogenloos en met opzet in het gezicht worden geschoten, granaten gooien in een met menselijke delen gevulde waterput, kortom: voor kenners van de Italiaanse maffiageschiedenis is Gomorra een feest van herkenning. Saviano zoekt zelfs uit hoe het kan dat een automobilist na een aanslag ondersteboven achter het stuur wordt aangetroffen. Als er maar voldoende kogels door het voertuig worden gejaagd, komen de voeten vanzelf naar boven, hoort hij van experts.

De auteur is zelf afkomstig uit Napels en bracht zijn jeugd gedeeltelijk even ten noorden van de stad door, in de provincie Caserta, waar het leven een hel is en waar de jeugd, net als in de sloppenwijken van Napels, zich nauwelijks kan onttrekken aan de aanzuigende werking van de betaalde criminaliteit.

Toeristen die vanaf Napels de kustweg nemen in noordwestelijke richting naar de havenstad Mondragone en van daaruit binnendoor naar de stad Caserta rijden, kunnen het met eigen ogen aanschouwen: een van de meest geschonden plekken van Europa. Langs de kust monsterachtige betonconstructies, in het binnenland her en der betonfabriekjes, in Italië altijd hét bewijs dat de maffia niet ver weg is.

Onder de grond is het nog veel erger, zoals Saviano overtuigend beschrijft. Vele duizenden tonnen verboden (chemisch) afval zijn er begraven, afkomstig uit het industriële noorden van het land. De illegale stortplaatsen vormen een permanent gevaar voor de volksgezondheid. Saviano: ‘De camorrabazen kennen geen enkele remming als ze hun eigen dorpen volstoppen met gif, als ze stukken grond die rond hun eigen villa’s en domeinen liggen, laten verrotten.’

Bijna angstaanjagend is zijn beschrijving van het verlaten onderkomen van een lokale camorrabaas, een uitermate gewelddadig persoon. Het huis was een kopie van de villa van Tony Montana, oftewel filmheld Scarface (‘The world is yours, select your country, Tony.’ ). Ook in Napels zelf is Scarface (Al Pacino) nog steeds populair; hele dialogen uit de film kennen aanstormende camorristen uit hun hoofd; alle maniertjes van de coke snuivende gek zijn overgenomen.

Chemisch afval, drugs, wapens, beton, prostitutie, nep-Rolexen, maar ook hoogwaardige textielverwerking en de productie van chique schoenen: alles waar de regio Campania rondom Napels om bekend is, wordt gecontroleerd door de camorra. Maar de ellendige reputatie van dit deel van Italië werd en wordt nog steeds overschaduwd door de kennelijk meer tot de verbeelding sprekende cosa nostra, de Siciliaanse maffia, waar vorig jaar na meer dan vier decennia (!) eindelijk Bernardo Provencano, capo dei tutti capi , werd opgepakt. Meer dan veertig jaar kunnen schuilen, vlak bij je familie in het stadje Corleone – dat kan alleen op Sicilië.

Roberto Saviano vindt het maar niets, al die aanhoudende aandacht (vooral ook in Hollywood) voor de cosa nostra. De camorra, zo wordt hij niet moe te onderstrepen, is vele, vele malen erger.

Of dat zo is, valt voor de leek niet te beoordelen. Wat het door Saviano beschreven geweld betreft, is er weinig verschil met wat er uit de vakliteratuur over andere misdaadsyndicaten in Italië (of sommige andere landen) bekend is. Bijzonder is de manier waarop Saviano als een echte ingewijde, en eigenlijk meer als betrokkene, de camorra jarenlang heeft kunnen bestuderen en talrijke bendeleden, van loopjongens tot jonge chefs, in hun lokale dialect aan de praat kreeg. Hij treft hen aan de bar, in de pizzeria, in de illegale textielfabriek of als hulpje in de duistere haven van Napels.

Schieten heeft Saviano op jonge leeftijd al van zijn vader geleerd. Saviano sr. is er overigens vandoor gegaan met een jong ding uit Roemenië, bij wie hij inmiddels een halfbroertje van Roberto heeft verwekt. Vader, zoon en het nieuwe zoontje zien elkaar na vele jaren terug op het overvolle Sint Pietersplein in Rome, waar honderdduizenden gelovigen bijeen zijn om de zojuist overleden paus Woytilla te betreuren. Roberto is er met een paar Napolitanen, die van de gelegenheid gebruik willen maken om in het drukke Rome hun slag te slaan.

Merkwaardig, bijna ongeloofwaardig, hoe de familie Saviano elkaar geheel onverwachts, want zonder afspraak, voor de voeten loopt tussen de rouwende mensenmassa; het kleine halfbroertje uit Roemenië heeft van zijn vader een voetbal meegekregen, schrijft Roberto. En zo is de Italiaanse cirkel weer gesloten: maffia, voetbal en kerk. Hoezeer Roberto Saviano nog aan de katholieke kerk hangt, blijkt uit zijn ontzetting over de liquidatie van zijn geliefde pater uit het dorpje Casal di Principe, een gat met zes kerken. De geestelijke had zich openlijk tegen de camorra gekeerd, vandaar.

Dat Roberto Saviano alle namen van z’n camorracontacten in z’n boek heeft genoemd, is wellicht minder slim. Al maanden heeft de auteur politiebescherming, waarvan hij dient te weten dat die niet zal helpen: als de maffia je op de korrel heeft, word je vroeg of laat gepakt.Willem Beusekamp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden