Land van Afkomst Samya Hafsaoui

Samya Hafsaoui: 'Ik wil niet die moslimpresentator zijn. Soms vergeet ik dat ik een hoofddoek op heb'

Samya Hafsaoui Beeld Caspar Kofi

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt V in een reeks interviews. Presentator Samya Hafsaoui (23): ‘Mijn hoofddoek is hetzelfde als grote borsten.’

Sinds tweeënhalf jaar is Samya Hafsaoui getrouwd. ‘Het is een van de dingen die mensen niet aan mij begrijpen: hoe kun je zo jong getrouwd zijn? Net als: je bent Marokkaans, maar je houdt ook van Harry Potter?’ Haar schoonouders kennen elkaar van Nederlandse les. ‘Mijn man is Egyptisch-Pools.’ En hij is ‘soort van verliefd op Linda de Mol’.

Dat was hoe ze samen terecht kwamen bij opnamen van het tv-programma Ik hou van Holland. ‘Ze hebben een onderdeel met Nederlandse meezingliedjes. Toen ik De vlieger hoorde, van André Hazes, riep ik: ha, dat is mijn liedje. Mijn man keek me aan: waarom ken jij dit? Hij ziet zichzelf als een Nederlander en dacht dat hij het land goed kende. Die Nederlandse cultuur bestaat echt. De liedjes, de bitterballen, de kringverjaardag, de grapjes. Ik kende dat allemaal. Hij niet.’

Hoe ken jij het?

‘Dit is het verhaal dat mijn ouders vertelden: ze ontmoetten elkaar bij een barbecue op een dak. Mijn vader kwam als student naar Nederland, niet als gastarbeider. In Marokko had hij rechten gestudeerd, in Nederland studeerde hij nog een beetje Frans. Die taal sprak hij al. Mijn moeder is een gezellige Amsterdamse vrouw met liefde voor Céline Dion en Marco Borsato. Op de basisschool was ze overblijfmoeder en luizenmoeder en klassenmoeder. Mijn vader was trambestuurder, die kwam nooit op school. Het was een van de weinige witte scholen in Amsterdam-Noord. Als kind had ik lichter haar dan nu. Mijn broertje heeft blauwe ogen. Ik lijk op de vrouwen van mijn moeders kant.

‘Tot ze mijn achternaam hoorden, gingen kinderen ervan uit dat ik Nederlands was. Mijn moeder noemt me Sam. Op de middelbare school werd het een ding. Je bent zo welbespraakt en je zit op het gymnasium en je klinkt niet als een Marokkaan – jij moet wel een Nederlander zijn. Ik vond het bijna beschamend om toe te geven: ja, mijn moeder is Nederlands. Ik wilde hun vooroordelen niet bevestigen. En ik voelde de opluchting: gelukkig, ze is gewoon een van ons. Alle positieve aspecten werden aan mijn moeder toegeschreven. Ik wilde dan roepen: zo simpel is het niet, mijn vader is altijd op tijd, het is mijn moeder die steeds te laat komt.’

Samya Hafsaoui (Nederland, 1994) presenteert bij de NTR vanaf 21/5 vier weken lang iedere maandag Het Ramadanjournaal op NPO2, om 23.55 uur. Als alumnus van de BNNVara Academy presenteerde ze eerder de rubriek Taxi Terug op de website van De Wereld Draait Door. Aan de VU in Amsterdam moet ze nog afstuderen in Media, Kunst, Design en Architectuur.

Zijn je ouders gelovig?

‘Mijn moeder was rooms-katholiek, ze is ook gedoopt. Mijn vader was wel moslim, maar niet praktiserend. Tot hij een ongeluk kreeg met de tram. Zo dicht bij de dood, misschien werkte het als een godsdienstige openbaring. Het was een omslag in zijn leven. Ik weet nog wat ik ineens niet meer mocht. Een hamburger van de Febo, met oranje saus, heb ik nooit meer gegeten. De smaak kan ik me perfect herinneren. Ik moest van zwemles af en van turnen, in huis mocht ik niet meer zingen.

‘Mijn moeder is een spirituele vrouw, geïnteresseerd in godsdienst. Ze heeft veertien jaar een hoofddoek gedragen. Zij dacht: wat gebeurt hier, wat is dit voor streng gedoe? Ik wist dat het met de islam te maken had, maar niet waarom. Mijn vader zei alleen: nee, het mag niet. Waarom niet? Omdat het zo is. Punt. Later vertelde hij dat hij me als kind wilde behoeden, dat hij bang was dat ik anders in de hel zou komen. Alles veranderde in één grote bol van Kwaad en Verleiding.

‘Ik heb een jaar in Londen gewoond. De moslims daar waren geen Marokkanen, maar Pakistanen. Het klinkt als een tegenstelling: hun godsdienst is wetenschappelijker en ook vrijer. In Londen zag ik pas dat de interpretatie van mijn vader niet islamitisch was, maar Marokkaans. De vader-dochterrelatie is bijvoorbeeld een ding. Mijn vader was erg afstandelijk.

‘In Amsterdam ga ik met mijn man naar een Surinaams-Hindoestaans-Pakistaanse moskee, die vinden we gezellig. Er komen weinig vrouwen, dus de vrouwenruimte is altijd leeg. De diensten zijn in het Nederlands. Bij Marokkaanse moskeeën gaat alles in het Arabisch, die taal spreek ik niet. Mijn ouders praatten Nederlands met elkaar en mijn vader wilde me geen Arabisch leren, hij was bang dat ik een Marokkaans accent zou krijgen. Later kreeg hij daar spijt van.’

Vanaf volgende week presenteer je voor de NTR Het Ramadanjournaal op NPO2. Voor wie is dat tv-programma bedoeld?

‘Voor iedereen die om 5 voor 12 ’s avonds nog wakker is. Het zijn filmpjes over de ramadan, uit de hele wereld, die op locatie door mij aan elkaar worden gepraat.’

Op de Nederlandse tv zie je geen andere presentatoren met een hoofddoek.

‘Bij Het Ramadanjournaal is het onderdeel van mijn werk, maar ik wil gewoon programma’s maken. Ik wil niet die moslimpresentator van dat moslimprogramma zijn. Soms vergeet ik zelf dat ik een hoofddoek op heb. Ik loop over straat, zie mijn spiegeling in een winkelruit en denk: zij is echt vet islamitisch, maar dan ben ik het zelf.

‘Ik zie het zo: wat jou uniek maakt, dat is je kapitaal. Mijn hoofddoek is hetzelfde als grote borsten, het is wat mij als presentator onderscheidt van de anderen. Als een Pokémon die je nog niet hebt gevangen. Ik ben de Pokémon met de hoofddoek. Uiteindelijk gaat het erom of je goed bent. Alleen grote tieten hebben of een hoofddoek, daar kun je niet op blijven varen. Het is maar een van de dingen die mij uniek maken. Ik spreek goed Engels, met een Brits en een Amerikaans accent, ik weet veel van film en van Amerikaanse politiek.

‘Natuurlijk zie ik dat ik bij BNNVara de enige ben. En ik hoor ze fluisteren: zij zal dat programma wel krijgen omdat ze een hoofddoek heeft. Of juist: zij zal dat programma níét krijgen omdat ze een hoofddoek heeft. In het jaarverslag van BNNVara las ik een van hun doelen, net als bij veel andere bedrijven: meer diversiteit. Ik ben naar de leiding gestapt: dat is toch niet de reden dat ik hier ben? Nee, zeiden ze, het is gewoon omdat je goed bent. Toen was het voor mij klaar.’

Nederlands

‘Als ik in het buitenland wiet ruik, denk ik: Amsterdam, thuis.’

Marokkaans

‘Schoenen bij de voordeur zien staan.’

Eten

‘Lasagne. Mijn vader kookt altijd Italiaans.’

Partner

‘Mijn godsdienst is belangrijk voor me, ik denk niet dat ik gelukkig zou kunnen met iemand met wie ik niet dat houvast deel.’

WK voetbal

‘Ik voorspel rellen in de grote steden rond de wedstrijden van Marokko. Dan wordt extra pijnlijk benadrukt dat Nederland niet meedoet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.