land van afkomst samira rafaela

Samira Rafaela: ‘In het Europese Parlement is een gebrek aan diversiteit in alles. Jong, vrouw en kleur: het zit er allemaal niet, of niet genoeg’

Samira Rafaela. Beeld Frank Ruiter

D66-europoliticus Samira Rafaela ziet zichzelf als progressieve liberale moslima. ‘Ik accepteer dat ik een apart geval ben.’

De vader van Samira Rafaela (30) gaf zijn ­­adviezen nooit ­direct. ‘In zijn cultuur ging het via een omweg. Zijn moeder kwam uit Ghana, zijn vader uit Nigeria, hij was een praktiserende moslim. Mijn vader zou nooit letterlijk iets zeggen over alcohol of over een man op wie ik verliefd werd’.

‘Ik weet dat hij het fijn had gevonden als ik met een islamitische man was getrouwd, maar hij liet me vrij. In 2016 is hij overleden. In een vroeg stadium van zijn ziekte zei hij: welke keuze je ook maakt, ik weet dat het een goede keuze is.’

Ben jij moslim?

‘Mijn vader zei: jij bent een Europese vrouw, ik kan niet van jou verwachten dat je bepaalde dingen gaat doen. Ik ben opgegroeid met liefde voor die religie en ik beschouw mezelf als een progressieve, liberale feministische moslima.

Van mijn moeders kant ben ik Joods, maar daar werd niet over ­gesproken. Mijn opa was een creoolse man van Curaçao en mijn oma een witte Nederlandse vrouw met donkere ogen. Mijn moeder heeft dezelfde huidskleur als ik en dezelfde krullen en sproeten.’

‘Afkomst gaat over mij. Niet zozeer mijn uiterlijk, maar over hoe ik mij voel van binnen.’ Vanaf donderdag onderzoeken we in een nieuwe videoserie welke rol afkomst speelt in Nederland.

Waarom werd er niet over ­gesproken?

‘Daar kan ik niet de vinger op leggen. Ik denk dat het kwam door het trauma, door wat met de Joden is gebeurd. De pijn en de frustratie. Mijn moeder vertelde dat haar overgrootvader een nummer op zijn arm had. Als zij vroeg wat dat was, zei hij: nee, dat is niets.’

Waarom kwam je vader naar Nederland?

‘Zoals zovelen van het Afrikaanse continent: om de sociaal-economische onzekerheid te ontvluchten. Door hem heb ik gezien dat de rijkdom niet eerlijk verdeeld is over de wereld. Hij kwam van een echt armoedige situatie. Mensen zoals hij moeten hun land en cultuur achterlaten en naar Europa komen om een familie te ­onderhouden.

Voor de Europese Parlementsverkiezingen van eind mei sta ik bij D66 op de derde plaats. Ik heb altijd ­gezegd: als ik de politiek in ga, wil ik dat in Europa doen. In het Europese Parlement is een gebrek aan diversiteit in alles. Jong, vrouw en kleur: het zit er allemaal niet, of niet genoeg. Terwijl daar heel belangrijke beslissingen worden genomen. Vanuit ­Europa moeten we met een andere mindset naar Afrika kijken. Die van gelijkwaardigheid. Daar wil ik aan meewerken.’

Gelijkwaardigheid bereiken tussen Europa en Afrika, is dat niet een ingewikkeld proces?

‘Ja. Maar dat betekent niet dat we onze verantwoordelijkheid moeten ontlopen. Ik hoor bij een nieuwe ­generatie die uit persoonlijke motivatie de politiek in is gegaan.’

Hoe begon het?

‘Ik groeide op bij mijn moeder in Uitgeest. Mijn vader woonde in de regio Den Haag en nam me mee de Schilderswijk in. Op de markt kochten we groente en fruit. Ik herkende wie Ghanees was en wie Nigeriaans. Als hij Hausa sprak, de taal van de moslims, wist ik: dat zijn Nigerianen. Met Ghanezen praatte hij meestal in het Engels.

Voor een kind was het verwarrend. In Uitgeest was het rustig en groen. In Den Haag was het drukker en zag ik meer kleur. Daarna kwam ik weer ­terug in Uitgeest, waar niet veel ­culturen leefden. Het een was niet ­beter dan het ander. De verwarring bestond uit: waarom is het daar zo anders dan hier?

Tot vandaag is het zo: overal waar ik kom, ben ik anders. Nergens hoor ik er helemaal bij. Nederlands, Caribisch, Afrikaans, mijn moeder Joods, mijn vader een moslim – en dan had ik ook nog een Marokkaanse stief­vader. De modus die ik heb gevonden, is dat ik trots ben op al die kanten en dat ik gewoon accepteer dat ik een apart geval ben.’

Wanneer besloot je politiek ­actief te worden?

‘D66 was een van de weinige partijen die in opstand kwamen tegen het ­populisme van de rechtse politici. Daarmee bedoel ik Pechtold tegen Wilders. Ik wilde me actief verzetten tegen de opkomst van het extreemrechtse populisme. Natuurlijk moet de migratie naar Europa in goede ­banen worden geleid, maar dat kunnen we niet in ons eentje doen in ­Nederland. Dat moet binnen de EU gebeuren. Het extreme geluid over migratie is niet ethisch, hun beweringen kloppen ook niet.

Ik heb wel gemerkt: wanneer je naar voren stapt als jonge vrouwelijke gekleurde kandidaat, krijg je te maken met veel seksisme, discriminatie en uitsluiting. Als je niet de norm bent en die norm wel gaat ­bevragen, kom je aan de status quo. Op allerlei manieren wordt mij duidelijk gemaakt dat ik even moet dimmen. En dat komt niet alleen van ­extreem-rechts.

Ook in mijn eigen omgeving krijg ik te horen: jij zal wel de diversiteitskandidaat zijn. Alsof dat de enige ­reden is dat ik als nummer drie op de lijst sta. Terwijl ik de afgelopen jaren keihard heb gewerkt om een relevant record op te bouwen, op het gebied van onder meer radicalisering, terrorisme en internationale handel. Mijn motto is: ik ga helemaal niet dimmen.’

Nederlands

‘Altijd. Dat pikt niemand me af.’

Ghanees/Nigeriaans/Antilliaans

‘Ik merk het als ik daar ben, dan word ik warm ontvangen. Ze zien me als de Caribische of Afrikaanse kandidaat.’

Partner

‘Ik sta open voor alles. Hij moet wel ook open staan voor verschillen en andere culturen.’

Wit of blank

‘Ik zeg wit.’

Beeld Frank Ruiter

Samira Rafaela (Nederland, 1989) werkte als bestuursadviseur voor de gemeente Amsterdam. Nu adviseert ze Politie Nederland. En ze staat nummer 3 op de lijst van D66 voor de Europese Parlementsverkiezingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.