Samenkomen om uiteen te gaan

Het is mogelijk geschiedenis te schrijven over de geschiedenis heen. De lezer van een dergelijke geschiedenis komt in een zwevende toestand....

Misschien heb ik de bovengeschiedschrijving zelden zo bijna beschamend beoefend gezien als in het boek The Jesuits – Missions, Myths and Histories van de Engelse historicus Jonathan Wright. Onder de titel De Jezuiëten – Missie, mythen en methoden is er zojuist een Nederlandse vertaling van verschenen. Het is een doorlopend verhaal van louter uiterlijkheden, gebrek aan definities, van anekdotes (de eerste zin is al een waarschuwing: 'Het verhaal gaat dat in 1554 een adellijke Portugese dame de rechter kleine teen afbeet van het dode lichaam van Franciscus Xaverius'), gebrek aan chronologie en van een centraliserende greep en vooral van stijl, die uit de opruiming van de geschiedschrijving komt.

De jezuïeten zijn een geestelijke orde van de rooms-katholieke kerk. De stichter ervan was een Spanjaard, Ignatius van Loyola (1491-1556), het werkboek van de orde was het door Ignatius geschreven Geestelijke oefeningen, een trainingsgeschrift zonder weerga, de kern van de spiritualiteit en van de altijd doorgaande vorming. (Visuele voorstellingen spelen er een rol in; de beeldende kunst zal door de jezuïeten veel worden gebruikt in de verkondiging.) De vorming leidt tot zelfstandigheid, tot, paradoxaal gezegd, individualisme naar model, dat overigens het leerling-zijn niet uitsluit. De zelfstandigheid is voorwaarde voor de kern van het werk van de jezuïet: de beschikbaarheid. (De orde kende nooit dat bindende element dat het koorgebed is.) Hij moet als het ware zelf kerk zijn, religieus geheel alleen en zelfstandig kunnen zijn – het is haast bovenmenselijk. Men is beschikbaar voor wat nodig is. Specialisatie heeft de orde nooit gekend, althans in principe niet. Met als gevolg binding, want met een zekere vastheid van plaats werd nog tijdens het leven van Ignatius het eerste college opgericht. Onderwijs aan colleges en universiteiten zou een specialisme worden, een van de invloedrijkste in de geschiedenis van de orde. De orde zelf kent weer een kern; wie daartoe behoren, leggen een speciale gelofte af van gehoorzaamheid aan de paus.

De geest van een beweging leert men het beste kennen uit het begin. Er is een zeer goede studie over het begin van de orde: The First Jesuits van J.W. O'Malley sj (1993). Misschien is dit het typerendst: de zes eerste jezuïeten kwamen bijeen om uiteen te gaan! Naar verschillende delen van Europa en de wereld, in het geval van de genoemde Franciscus Xaverius, die missioneerde tot in Japan toe. Ze waren gevormd. Samen en weer uiteen – het is een hoofdkaraktertrek van de leden van de orde geworden. De jezuiëten zijn geestelijke meesters in het verlaten. Na de goedkeuring van de orde door paus Paulus III nam het aantal leden sterk toe. De spiritualiteit bleek tot veel in staat. Ik denk dat ik voor de kracht van die geest het meest bewondering heb.

De geschiedenis van de orde begon met de genoemde goedkeuring. De sterkte van de geest, de veelzijdigheid van de Sociëteit van Jezus, zoals de orde officieel heet, het individualisme dat ook in de zielzorg werd beoefend, de geleerdheid van sommigen, gaven de orde een macht die het begin is geweest van haar tweede geschiedenis: de legendarische, die vooral bestaat uit kwaadspreken, verdachtmaken, spotten en haten. De gelovigen van de reformatie begonnen, de geesten van de Verlichting namen het over. De verdachtmakingen hebben in 1774 tot opheffing van de orde geleid. In 1814 was ze weer hersteld.

Dan begint de grote, op Rome gerichte eeuw van de orde, de sociëteit werd een sterk formele orde, in de geest van de 19de eeuw; de vaak aandoenlijke geestkracht van de oorsprong leek verdwenen, de originaliteit ook.

Wie de geschiedenis van de jezuïeten schrijft, moet Ignatius kennen en diens Geestelijke oefeningen, de spiritualiteit ook. Er is een innerlijke geschiedenis, die in veel opzichten correlaat is met een uiterlijke. De geschiedenis is natuurlijk ook nauw verbonden met die van de theologie en van de kerk zelf, met de politieke ontwikkelingen al evenzeer.

Wright schrijft zijn verhaal als een wat ordinaire successtory, een verhaal ook van bewondering en verguizing. 'Verhaal' is niet goed; er is sprake van een opeenvolging van verhaaltjes, uit ontelbare bronnen, chronologisch rauw geordend, vaak zeer goedkoop van karakter. Het aantal ongeordende feiten is bizar groot. Een willekeurige passage uit het hoofdfstuk 'Missionaire methoden' (het gaat over aanpassingen aan bestaande culturen):

'De discussie over dergelijke kwesties pruttelde nog even door en verdween in de jezuïtische missiegebieden. Claude Visdelou wees Ricci's aanbevelingen ronduit van de hand, Jean Valat verbood zijn bekeerlingen deel te hebben aan voorouderriten, in Ethiopië weigerde Antonio Mendeze ook maar de geringste aanpassing te verrichten aan de traditionele, onroomse godsdienstige paraktijk – het opleggen van katholieke kalenders, pogingen tot het verbieden van de besnijdenis (. . . ).'

Aan zo'n mededeling (waarin ook nog fouten staan, maar die kunnen ook door de vertaler zijn gemaakt) heeft niemand iets. Het is de stijl van schrijven van de veelweter die een hersenschudding heeft gehad. De ontelbare namen – ze zullen bijna niemand iets zeggen. 'De vader van Pompeio Capuano sloot zijn zoon op in een kast toen deze de wens te kennen gaf lid te worden van de Sociëteit.' Wie is die Pompeio?

Ik kan aan het citeren van overbodigheden blijven. Of het aan de vertaler ligt of niet, soms wordt een tijdschrift een krant en een krant een tijdschrift genoemd, heten wereldpriesters 'wereldlijke priesters'. Het boek sluit af met een zeer indrukwekkende bibliografie, twaalf pagina's heel kleine druk. De auteur verklaart alle genoemde boeken voor zijn onderzoek te hebben gebruikt. Ik kan het nauwelijks geloven. Hij heeft, blijkens de tekst op de achterzijde van het omslag, aan drie universiteiten gestudeerd. Misschien was dat te weinig. Ten overvloede misschien: ik ben opgevoed door leden van 'een van de oudste en beruchtste religieuze ordes binnen de rooms-katholieke kerk'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden