Eeuwige Leven Sam Kukler 1935-2018

Sam Kukler was de laatste echte arbeider van Nederland

Zijn werkzame leven in een Leidse meelfabriek werd een toneelstuk over een type arbeiders dat uitsterft. ‘Nee, mensen zoals hij krijg je niet meer.’

Sam Kukler. Beeld RV

Om half zes ’s morgens 330 balen meel van vijftig kilo in een vrachtwagen laden, ‘een bakkie doen’ bij het café om de hoek en dan naar de bakkers in de provincie, met de zak op de schouder de smalle trappen op naar de meelzolder. En echt, nooit met tegenzin naar zijn werk gegaan.

Zo omschreef journalist Judith Koelemeijer 21 jaar geleden in deze krant het werkende leven van Sam Kukler waarop Theatergroep Hollandia het toneelstuk Kingkorn, of zogezegd en alles had gebaseerd. Het stuk moest een monument voor de laatste der mohikanen zijn, want Kukler stond voor een arbeiderstype dat uitsterft.

Kukler, die 48 jaar jaar bij de meelfabriek De Sleutels in Leiden had gewerkt, was zelf op de première aanwezig. ‘Nee, mensen zoals hij, die krijg je niet meer’, erkende hij ook zelf. ‘En echt, nooit met tegenzin naar zijn werk gegaan, nooit rugpijn gehad.’

Op dat moment stond de meelfabriek al tien jaar grotendeels leeg. Kukler werkte er nog wel: ‘allenig’ – niet langer tillen maar toezicht houden, ramen zemen, de toiletten schoon houden en andere corveeën.

In het toneelstuk werd getracht een reëel beeld van de arbeider te geven – dat leven niet te romantiseren noch er een karikatuur van te maken. Sams onnavolgbare taalgebruik werd vrijwel letterlijk overgenomen: ‘Toen die schuiten allemaal eh binnenkwamen zogezegd die eh dan werd dat de werd boten natuurlijk allemaal eh gelajen zogezegd en alles.’

Acteur Bert Luppes die Sam speelde in het stuk, zei toen: ‘Ik speel met de herhalingen, en vooral met stiltes. Bijna Beckett-achtig, zo miniem is het. Als je met Sam praat, kan hij zeggen: ‘Dit zijn de 75 silo’s’. Meer niet. Hij gaat ervan uit dat je de rest wel snapt. Zo gaat het ook in de voorstelling vooral om de dingen die niet worden gezegd.’ Sams onnavolgbare taalgebruik was in de ogen van Luppes – twee keer winnaar van een Louis d’Or – zelf een monument van een vervlogen tijd.

Kukler werd er even een bekende Nederlander mee. In de stad werd hij er regelmatig op aangesproken. Vier jaar geleden kreeg hij hartproblemen. Zes bypasses en een nieuwe hartklep leidden tot een verblijf van 15 weken in een ziekenhuis. Hij liep een bacteriële infectie op en kwam er niet meer overheen. Hij overleed 7 november op 83-jarige leeftijd in een hospice in Oegstgeest . Hij wordt overleefd door zijn vrouw en twee kinderen.

Sam Kukler was de zoon van een losse arbeider in Leiden. Hij had nog een broer en een zus. Na enkele jaren middelbare school kwam hij eind jaren veertig in dienst van de meelfabriek, die toentertijd eigendom was van de familie De Koster. Hans de Koster, later minister van Defensie in het kabinet Biesheuvel, was jarenlang Kuklers directeur. Hij bleef dat ook toen de familie de fabriek in 1964 aan het grote Meneba-concern verkocht. In 1988 ging de fabriek dicht vanwege de overcapaciteit op de markt. Kukler zou er werken tot hij in 2000 met pensioen ging. De meelfabriek zou later worden erkend als rijksmonument en werd heringericht voor woningen en culturele doeleinden.

Volgens zijn zoon Ton Kukler kon Sam zich na zijn pensioen aardig vermaken. ‘Hij rommelde wat. Hij hoefde niet zo nodig op vakantie. Eerst ging hij nog wel naar Spanje. Maar toen hij hoorde dat een kennis daar een hartinfarct had gekregen en niet geholpen kon worden, wilde hij dat niet meer. Hij kwam graag kijken naar de optredens van het showorkest K&G (Kunst en Genoegen) waar ik in speelde. En af en toe ging hij kijken bij de voetbal bij Lugdunum.’ Ook na zijn pensioen was hij een tevreden mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.