Interview Sabine van den Berg

Sabine van den Berg woont met haar gezin in woongemeenschap de Biotoop: ‘Hier zijn niet veel boze briefjes nodig’

Sabine van den Berg in haar woonkamer in de Biotoop. ‘Het zijn veelal types die wat minder geven om mooie spullen of een perfect burgerlijk leventje. Je moet sociaal zijn, anders hou je het niet vol.’ Beeld Erik Smits

Douches en wc’s moeten ze delen, en er is een gezamenlijke moestuin. Sabine van den Berg (50) schreef een opgewekt boek over de woongemeenschap. ‘Maar als je zuur wilt doen, kan dat natuurlijk ook.’

In haar net verschenen boek Berichten uit de Biotoop beschrijft Sabine van den Berg het gebouw waar ze woont als ‘een kruising tussen een ziekenhuis, een studentenhuis en een camping’. Het interieur bestaat uit ‘brede gangen, blauwgrijs linoleum op de vloer, metalen wandkasten waarop gele stickers zijn geplakt met waarschuwende bliksemschichten’.

‘Het lijkt Tsjernobyl wel’, zegt haar oudste zoon, dan 17, als ze voor het eerst met het gezin voor woongemeenschap de Biotoop staan en opkijken naar de vijf industriële schoorstenen die boven het betonnen bouwwerk uitsteken. Later, als ze leest dat bepaalde diersoorten in Tsjernobyl nu floreren omdat ze er met rust worden gelaten, vergelijkt Van den Berg de woongemeenschap weer met de ontplofte kerncentrale. Dat is in de Biotoop ook zo, zegt ze tegen haar zoon. ‘Bepaalde soorten gedijen juist prima op plaatsen waar de meeste andere niet willen wonen.’

Het terrein van woongemeenschap de Biotoop in Haren. Beeld Erik Smits

Welke soorten gedijen in de Biotoop?

‘Mensen die zich makkelijk aanpassen. Het is een bepaald slag dat hier woont. Het zijn veelal types die wat minder geven om mooie spullen of een perfect burgerlijk leventje. Je moet sociaal zijn, anders hou je het niet vol. Berichten uit de Biotoop is positief, maar als je zuur wilt doen, kan dat natuurlijk ook.’

Over wat soort dingen zou je dan zuur doen?

‘Tja, over iemand die een vuilniszak een week op de gang laat staan. Maar daarvoor heb je de gangsters, dat zijn de handhavers hier, elke gang heeft zijn eigen gangster. Meestal lossen dingen zichzelf wel op. Er zijn niet veel boze briefjes nodig.’

Wat zijn de regels?

‘Voor tien uur ’s ochtends en na tien uur ’s avonds geen herrie maken. Mijn buurvrouw slaapt naast het wasmachinehok. Zij slaapt vaak slecht ’s nachts. Dus dan vindt ze het vervelend als er ’s ochtends om 8 uur al een was staat te draaien. Nou, dat snap ik.’

Je schrijft dat jullie seksleven is veranderd in de Biotoop, ‘omdat er in onze ruimte alleen tl-bakken hangen (…), vrijen we tegenwoordig muisstil bij kaarslicht’.

‘Ja, het is erg gehorig hier. Ik dacht dat die boekenkast’ – wijst naar een muur vol boeken – ‘het geluid iets zou dempen, maar dat is niet zo. Laatst had de buurvrouw een Franse chanson hard aanstaan, La Bohème van Charles Aznavour, toen ze aan het schoonmaken was. Maarten stond hier luid mee te zingen tijdens de afwas. Je kunt dat soort dingen maar beter omarmen dan je eraan ergeren.’

Tot 2010 was de Biotoop in Haren het gebouw van het Biologisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, waar onderzoek werd gedaan en college werd gegeven. Het complex bestaat uit zeven gebouwen, met elkaar verbonden door lange loopbruggen. Het pand werd aan CareX verhuurd, een beheerder die leegstand tegengaat in het noorden van het land en die er een woongemeenschap en broedplaats van maakte. Sindsdien wonen er zo’n honderd mensen in de oude lokalen, nog een stuk of tweehonderd mensen hebben er een atelier of werkplaats.

Een van die mensen is Sabine van den Berg (50), docent op de Schrijversvakschool in Groningen en schrijver van psychologische romans, zoals haar trilogie Zien Horen Zwijgen, over de machtsverhouding tussen een vader en dochter. ‘In de bieb staat een symbooltje van een hersenkwab op mijn boeken. Het zijn vaak verhalen over een gezin, drama op de vierkante centimeter. Dat was ook een reden voor mij om naar de Biotoop te verhuizen: ik wilde eens een boek schrijven over hoe het is om met een grotere groep te leven.’

Samen met haar man, filosoof, schrijver en docent Maarten Meester, en haar twee zoons (nu 17 en 20) woont ze sinds 2015 in de Biotoop. Omdat haar man en zij een vrij leven als schrijver ambieerden, zeiden ze 15 jaar geleden hun yuppenleventje als glossyjournalisten – zij bij Elle, hij bij Esquire – in Amsterdam vaarwel. Ze woonden jarenlang in een monumentaal pand uit 1845 in het Friese Sexbierum, maar ook daar waren de lasten hoger dan ze wilden. Ze besloten zich bij CareX te melden. Na een paar omzwervingen in leegstaande panden in Groningen en Sappemeer wisten ze, na veel aandringen, een plek te bemachtigen in de Biotoop.

Toen Van den Berg op gesprek kwam om kans te maken op een woonplek in de Biotoop, vroeg de beheerder wat zij zou kunnen bijdragen aan de ‘binding’ in de gemeenschap. Van activiteiten organiseren houdt ze niet zo, dus besloot ze te doen waar ze het best in is: stukjes schrijven.

De Biotoop in Haren. Beeld Erik Smits

Als een correspondent zou ze berichten uit de Biotoop de wereld in sturen, zodat ook mensen van buiten een beetje weten hoe het is om te wonen met honderd anderen. Want ze merkte dat de beschaafde buren in de rietgedekte villa’s in Haren nogal argwanend waren. O, die types uit de Biotoop. Wellicht, dacht ze, zou haar werk de sociale cohesie ín de Biotoop ook ten goede komen. De stukjes, opgewekt en verwonderend van toon, vaak opgehangen aan een bewoner van de Biotoop, werden om de week gepubliceerd in het Harener Weekblad en op het blog van Lebowski, uitgever van haar romans. Nu zijn de teksten en haar bijbehorende tekeningen gebundeld door Uitgeverij Oevers. 

De ‘open kas’ bij de Biotoop. Beeld Erik Smits

Het boek leest als een ontdekkingstocht door een afgesloten universum dat wordt bevolkt door eigenzinnige types. Er is een glansrol weggelegd voor De Viking, de beheerder van het pand die een grote rossige zeemansbaard heeft. Als kunstenaar werkt hij met ‘toeval’: de kleuren van zijn schilderijen bepaalt hij door willekeurig gekleurde knikkers uit een glazen stopfles te pakken. Dan is er de ‘drie-eenheid’ Cor, ‘Houtje’ en Frank, die samen alles repareren in de Biotoop, een dagtaak in zo’n vervallen gebouw.

Op een zonnige vrijdag in november oogt de Biotoop bepaald niet Tsjernobyl-troosteloos. Van den Berg geeft een rondleiding over het terrein (8 hectare groot). We lopen langs haar ‘schrijfkast’, een hok van twee bij anderhalf waar net een bureautje in past; een collegezaal waar ze de boekpresentatie heeft gehouden; de weggeefwinkel, waar Van den Berg haar rode jas vandaan heeft; een expositieruimte in de kelder; de ‘Open Kas’, waar een pizzaoven staat; de ‘zelfoogsttuin’, waarvoor mensen een abonnement kunnen nemen op bioboer Gijs en tot slot de moestuinen waar de bewoners hun eigen groenten verbouwen.

Hun grote woonkamer en -keuken is een oud-leslokaal, met drie aanpalende slaapkamers. De meeste appartementen hebben een eigen keuken (die de bewoners zelf hebben ingebouwd), maar buren delen per gang douches en wc’s. Er wordt nog meer gedeeld in de Biotoop: gereedschap, een wasmachine, een auto – voor bijna alles kun je aankloppen bij je buren. Dat sluit aan bij de principes van Van den Berg en haar man: ze deden, ondanks het matige openbaar vervoer in het noorden, hun auto jaren geleden al weg, eten beiden vegetarisch en proberen sober en milieubewust te leven. 

De idealen van de Biotoop deelde je dus al. Waar moest je wel aan wennen?

‘De kou. Nu is het lekker warm, maar eerst hadden we maar twee radiatoren uit de jaren zeventig in onze woonkamer. Die deden het half. Soms zat ik even op mijn zoons kamer op te warmen, omdat die wel drie radiatoren had en veel kleiner is. Vooraf was ik vooral bang dat iedereen zomaar bij elkaar naar binnen zou lopen. Maar dat gebeurt nauwelijks. Iedereen klopt netjes aan. De meesten doen hun deur op slot, want we hadden laatst een paar keer een insluiper hier. Hij kickte erop om ingesloten te worden.’

Zijn er dingen van een burgerlijk leven die je mist?

‘Nou, lekker in bad of zoiets. En logés zijn lastig hier. Dan moet je altijd uitleggen hoe het zit met die gedeelde douche en wc. En we hebben geen logeerkamer. Ik moet mijn eigen bed aanbieden of ze liggen hier pontificaal in de woonkamer.’

En zijn er verplichtingen?

‘Nee, er zijn veel evenementen, maar daar hoef je niet naartoe. We maken om beurten de wc’s en douches schoon en eens in de zoveel tijd dweilen we met z’n allen de gang. Maar dat is best gezellig. Er neemt altijd iemand cake mee.’

De jongste zoon vond het wonen in de Biotoop aanvankelijk minder leuk.

‘Ja, hij was toen 13 en wilde liever in een normaal huis wonen. Maar hij merkte al gauw dat jongens van school  het wel heel leuk vonden hier. Dan gingen ze poolen in de Biobar of trainen in de fitnessruimte in de kelder. De kelders zijn sowieso een attractie, lekker eng.’ 

Hebben je zoons het jullie ooit kwalijk genomen dat jullie voor je eigen vrijheid hebben gekozen?

‘Nee, dat niet, maar ze hebben natuurlijk wel gesappel meegemaakt, zorgen over geld. Hoe komen we de maand door? Dat ze naar de bioscoop wilden en dan kon het niet. Nee, sorry, ik zit te wachten op een factuur die betaald wordt.’

De open kas. Beeld Erik Smits

Over welke buur was het het fijnst schrijven?

‘Mijn lievelingsstukje is de kettingreactie (ook wel een Rube Goldbergmachine genoemd, red.) op de verjaardag van Jobbe. Dat was een geschenk. Ik was onderweg naar mijn schrijfkast. En toen zag ik een gang helemaal vol met troep liggen. En een tafel vol met chips en wat dertigers die stonden te borrelen. Er lag van alles: gewichten, katrollen, ladders, diabolo’s, autootjes, planken, bakstenen, emmertjes. Ik ben jarig, zei Jobbe, we gaan een kettingreactie maken. Het begon met Jobbe die een emmertje aan een touw volgoot met water, waardoor het touw via een katrol een baksteen van een wipwap trok en zo ging het door en door. Dat vond ik zo leuk. Dat is de Biotoop-spirit, denk ik. Dat soort speelsheid op een druilerige zondagmiddag.’

Hoe reageerde men hier op de stukjes?

‘Maarten zei in het begin: het zijn je buren, straks zijn ze niet blij met die stukjes van jou. Ik dacht: ik ga het gewoon doen, met een positieve insteek. Eerst heb ik een paar stukjes geschreven met gefingeerde namen. En toen zeiden mensen: ja, maar dat zijn die en die, waarom zet je de namen er niet bij? Toen dacht ik: weet je wat, ik schrijf het stukje en daarna bel ik degene over wie het gaat op en lees ik het stukje voor. Dat werkte ontzettend goed. Foutjes konden ze meteen verbeteren. Ik heb geen enkele keer gehoord: daar herken ik me niet in. Wel vaak: mag ik het nog een keer horen?’

Ben je geslaagd in je opzet om meer binding te creëren?

‘Ik denk wel dat er wat meer wederzijds begrip is gekweekt. Af en toe raakte ik met iemand aan de praat in het dorp en dan zeiden ze: o, ben jij dat, ik lees die stukjes altijd, dat vind ik zo leuk. En dan praten ze over de mensen hier alsof ze ze kennen. Ja, die Gijs hè, de bioboer, dat lijkt me zo’n leuke man. Of: u schrijft die berichten uit de Biotoop toch? Wie is nou De Viking? Volgens mij zag ik hem laatst lopen.’

Sabine van den Berg: Berichten uit de Biotoop. Uitgeverij Oevers; 224 pagina’s; €19,95.

Sabine van den Berg in haar ‘schrijfkast’. Beeld Erik Smits

Eind in zicht 

Toen Sabine van den Berg in 2015 in de Biotoop kwam wonen, ging ze ervan uit dat ze eind 2019 weer moest verhuizen. Na 1 januari 2020 zou de Biotoop worden opgeheven en gesloopt. Maar de RUG heeft de huurovereenkomst met CareX onlangs verlengd tot 1 januari 2023.  Van den Berg: ‘Daarna is het misschien ook wel tijd voor iets nieuws voor ons.’

Zo stop je binnen een paar maanden met milieu vervuilen

Tien jaar kostte het schrijver en filosoof Maarten Meester, de man van Sabine van den Berg, om zijn ecologische voetafdruk terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau. Hij legt uit hoe u het in een paar maanden kan doen. En welke rol de Biotoop daarin speelt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden