LAND VAN AFKOMSTSaadia Ait-Taleb

Saadia Ait-Taleb: ‘Van moslims wordt altijd verlangd dat ze verantwoordelijkheid nemen. Dat deed ik’

Beeld Ernst Coppejans

Als kind al wilde Saadia Ait-Taleb (37) mensen helpen die het verkeerde pad op dreigden te gaan. Tot haar ontzetting werd ze bij de gemeente Amsterdam zelf verdachte. Nu is haar naam gezuiverd, maar de schade is groot.

In de zomer van 2017 belde een politieteam aan bij het ouderlijk huis van Saadia Ait-Taleb. ‘Mijn moeder was alleen thuis. Ze schrok zich dood: zou een van de kinderen dood zijn? De agenten zeiden dat ze op zoek waren naar drugs en wapens. Maar op het huiszoekingsbevel stond dat het een fraudeonderzoek was. Later boden die agenten daar excuses voor aan.

‘Op hetzelfde moment zat ik op het stadhuis, in de veronderstelling dat het ging om de afwikkeling van mijn laatste werkdagen als ambtenaar. Een paar weken eerder had ik mijn baan opgezegd om elders een mooi avontuur aan te gaan. Met mijn ervaring kon ik overal terecht, ik had gesprekken lopen bij de NCTV, de AIVD, de politie, ze wilden me overal graag hebben. Ik had nog geen keuze gemaakt en was van plan eerst twee maanden rust te nemen. Het liep anders. Ik werd overvallen door het Bureau Integriteit en verrast door de politie: een schorsing en twee weken later volgde strafontslag. In één ochtend werd ik bij het grof vuil gezet. Op hetzelfde moment vond een inval plaats bij Saïd J. thuis, alsof we terroristen waren, of een drugsbende.’

Als ambtenaar in het antiradicaliseringsteam van de gemeente Amsterdam kreeg Ait-Taleb in 2015 de opdracht een programma op te starten om jongeren te deradicaliseren. Daarvoor werd een zogeheten grijze campagne opgezet, bestaande uit vlogs waarin Saïd J., een ingehuurde acteur, een geradicaliseerde jongen speelde. ‘Hem leerde ik via het werk kennen. Er was een periode dat we elkaar leuk vonden, maar van een relatie is nooit sprake geweest.’

Bij de grijze campagne moest geheim blijven dat de gemeente Amsterdam de afzender was. Met de facturen van deze campagne, waarvan niet veel mensen wisten waar die voor waren, werd Ait-Taleb door de gemeente Amsterdam beschuldigd van omkoping en corruptie. In 2017 kreeg ze strafontslag. ‘Het begon met een bedrag van 300 duizend euro, alle facturen van Scholten en Partners, het adviesbureau waarmee we samenwerkten, werden bij elkaar opgeteld. Ook voor hun werk in andere gemeenten. Uiteindelijk bleven er drie facturen van 18 duizend euro over, van Saïd.’

In juli 2020 werd Ait-Taleb, na drie jaar onderzoek, in het vonnis door de rechter ‘van alle blaam gezuiverd’. Nadat het Openbaar Ministerie zelf vrijspraak had geëist, concludeerde de rechter dat Ait-Taleb ten onrechte is vervolgd. De huidige burgemeester Halsema sprak van ‘een ontzettend verdrietige en pijnlijke zaak. Het is daarom van het allergrootste belang dat dit tot een afronding komt.’ Ait-Talebs advocaten Korver, Oberman en Adnani zijn met de gemeente in gesprek over een schadevergoeding.

Saadia Ait-Taleb (Nederland, 1983) was van 2006 tot 2017 ambtenaar bij de gemeente Amsterdam. ‘Van de huidige gemeenteraad heb ik excuses gekregen, van de gemeente nog niet. Het is een opluchting dat ik nu door de rechter van alle blaam ben gezuiverd. Ik wens de gemeente meer reflectiekracht toe, ik hoop dat ze hiervan leren.’

In haar ouderlijk huis, in Amsterdam-Osdorp, verbaasde Saadia Ait-Taleb zich in haar jeugd dat ze nooit een huwelijksaanzoek kreeg. ‘Om me heen hoorde ik andere meiden altijd zeggen dat weer iemand om hun hand had gevraagd. Ik dacht: waarom krijg ik dat nooit, ben ik niet interessant genoeg? Pas later begreep ik dat zij door hun ouders werden uitgehuwelijkt. Mijn ouders hielden dat tegen.

‘Mijn vader was heel duidelijk. We waren met acht kinderen, vier jongens en vier meisjes, en voor iedereen gold: eerst je diploma, dan een huis en je rijbewijs. Als een van de weinige Marokkaanse immigranten was mijn vader actief betrokken bij de opvoeding. Hij zag al vroeg dat het in Nederland niet goed ging, met name bij de jongens. Mijn vader zag twee verschillende werelden en het begin van een straatcultuur.’

Wat wilde je worden?

‘Als kind zag ik op de televisie een documentaire over een gevangenis, over hoe mensen crimineel waren geworden. Ik dacht: ooit waren het onschuldige kinderen, dit gedrag moet ze zijn aangeleerd, dan kan het ze ook worden afgeleerd. Mijn droom was om in een gevangenis te werken. Ik deed een sociaal-pedagogische opleiding en kwam in de hulpverlenerswereld en het jongerenwerk terecht.

‘Theo van Gogh werd vermoord en ik was jongerenwerker in Amsterdam-Slotervaart, waar Mohammed B. vandaan kwam. Ik had weinig kennis over het radicaliseringsdossier, niemand eigenlijk. In 2006 kwam ik in contact met een adviseur van burgemeester Job Cohen, die tegen me zei: jij bent al sinds je zestiende actief in Amsterdam-West, wil je komen werken bij het team Informatie Huishouding Radicalisering? Ik dacht: moet ik dan achter baarden en boerka’s aan lopen, alsof iedere moslim verdacht is? Uiteindelijk heb ik het gedaan. We hebben jaren geïnvesteerd in een netwerk. Overal praten, contacten opbouwen, ik werd het gezicht van dat team.’

Bijna tien jaar later begonnen Nederlanders af te reizen naar Syrië. ‘Eberhard van der Laan was burgemeester geworden. Hij schrok. In die tijd kwam een collega in contact met David Kenning, een Ierse anti-radicaliseringsdeskundige met ervaring in Irak en Syrië.’

Wat dacht jij toen?

‘In ons team vonden we het alleen maar goed. Hoe meer hersens, hoe beter. Tussen Kenning en Van der Laan klikte het ook, ze waren beiden fan van Spinoza. De burgemeester vroeg of Kenning twee voorstellen wilde doen. Dat werd een openlijke, witte campagne, gericht op de stad, om burgers bewuster te maken van de gevaren van radicalisering. En de grijze campagne, voor radicaliserende jongeren. Wat Kenning daarover zei, vond ik interessant: volgens hem was in eerste instantie niet religie de boosdoener maar de adolescente state of mind. De religie werd, in zijn woorden, gebruikt als window of opportunity. Vanaf het begin werd duidelijk uitgesproken dat de grijze campagne niet moest gaan over religieus extremisme, omdat je dan mensen bij voorbaat kwijt kunt raken. En als je ideologische gedachten tegenspreekt, kun je die juist versterken.

‘In december 2016 hadden we een videopresentatie bij burgemeester Van der Laan. Hij was tevreden, maar na de vertoning werd hem verteld dat in deze campagne religie niet de focus was, de islam werd niet benoemd. Vanaf dat moment ging het mis, de burgemeester werd onrustig.’

Waarom?

‘In die tijd kreeg je in Nederland berichten over salafisten uit Saoedi-Arabië die moskeeën overnamen, de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 kwamen eraan. Naar mijn gevoel was Van der Laan bang dat Wilders hiermee aan de haal zou gaan, dat hij zou worden weggezet als een theedrinker die religie niet durfde te benoemen. Ik denk dat hij altijd bang was om net zo te worden geframed als zijn voorganger Job Cohen, dat wilde hij ten koste van alles voorkomen.

‘Onze afdeling had een sterke informatiepositie uit gesloten netwerken, het ging goed. Vanuit Arnhem, Den Haag en Zoetermeer reisden groepen af naar Syrië, tot wel 25 man. Uit Amsterdam gingen alleen individuen. We kregen, van onder anderen de burgemeester, soms het verwijt dat we niet kritisch genoeg zouden zijn op moslims. Dat begreep ik niet. Als er íémand kritisch kon kijken naar Marokkanen en moslims, dan was het ons team. Wij deden meldingen over radicalisering die zelfs voor de politie nog onbekend waren. Die kregen vlekken in hun nek als we weer iets deelden dat zij nog niet wisten. Van de moslimgemeenschap wordt altijd verlangd dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Dat deed ik en daarna ben ik weggezet als de leider van een moslimkartel.

‘Ik noem één voorbeeld. We kregen contact met een groep jongeren die zich verbonden voelden met het salafisme zoals dat vanuit Saoedi-Arabië wordt vormgegeven. Ik regelde een besloten etentje met de gemeentetop, de burgemeester was daar ook bij. Ik vond het een indrukwekkende avond, waarop die jongeren openlijk spraken over hun orthodoxe wij-zij-denken. Ik vond dat Van der Laan kennis moest maken met deze opvattingen in zijn stad. Het waren schurende gesprekken. Later vertelde mijn manager dat ze van hogerhand had gehoord dat mijn omgang met die jongeren als te amicaal werd gezien, en dat ik ervan werd verdacht een mol te zijn voor salafisten. Het kón niet dat dit mij gelukt was, zo’n gesprek organiseren. Dat soort incidenten over de loyaliteitsvraag stapelden zich op.’

In de gemeenteraad zei Van der Laan: ‘Ik ben 25 jaar advocaat geweest. Als ik iemand voor strafontslag aandraag, heb ik daar redenen voor.’

‘Ik had die grijze campagne niet bedacht, het was een bestuurlijke opdracht die ik uitvoerde. Nadat de burgemeester onrustig was geworden, ging het heel snel. Mijn manager vertelde dat in januari 2017 op een heisessie waarbij ik niet aanwezig was werd beslist dat dit dossier niet kon worden toevertrouwd aan moslims. Ze moest zelf weg bij de gemeente en zei dat ik goed op mezelf moest passen. Ik was een doelwit geworden, dat hoorde ik ook van andere collega’s. Ik weet niet wat er achter de schermen precies is gebeurd, maar ik denk dat de facturen van die grijze campagne werden gebruikt om mij te ontslaan.’

Wat gebeurde daarna?

‘Dat kan ik bijna niet beschrijven. Van de ene op de andere dag was ik alles kwijt. Ik stond op het punt een huis te kopen, dat ging niet door. De spaarcentjes die ik had, gingen naar advocaten, daarna moest ik de rest lenen. Ik was een ambtenaar en ineens werd gedaan alsof ze de leider van IS te pakken hadden. Al elf jaar werkte ik samen met de politie en het OM, het was heel wrang dat juist zij nu tegenover mij stonden. Ik werd verhoord op hetzelfde politiebureau waar ik iedere week kwam voor mijn werk.

‘Ik ben geen bange vrouw. Toen de eerste terugkeerders uit Syrië kwamen, durfde niemand met ze te praten. Ik ben dat gesprek met ze aangegaan: waarom ben je gegaan en waarom kom je terug? Elf jaar heb ik gewerkt op een heftig dossier, met mensen die een potentieel gevaar vormden voor de samenleving. Ik was zichtbaar, maar op internet kon je nauwelijks iets over mij vinden. Nu ineens wel. Ronselaars, iedereen wist hoe ik eruitzag. Wanneer ik werd bedreigd, voelde ik me beschermd door de gemeente. Nu niet meer, ik werd helemaal in de steek gelaten. Op straat werd ik aangesproken door een ronselaar. Hij zei: lekker voor je. Het voelde bedreigend. Dat was de laatste druppel. Op straat werd ik vaker herkend. Ze vonden me een afvallige. Toen besloot ik naar Marokko te gaan, daar heb ik al die jaren gezeten. Zelfs daar werd ik herkend, door Nederlandse Marokkanen.

‘In de media werd een beeld van mij geschetst dat totaal niet klopte. Dat begon in De Telegraaf. ‘De kliek van koningin Saadia’ was de kop. Ze schreven over een Marokkanennetwerk en een moslimkartel. In de Volkskrant stond een stuk dat was gebaseerd op maar liefst veertien anonieme bronnen. Dat heeft bijgedragen aan het legitimeren van mijn demonisering.’ 

Wat wil je nu?

‘Moeilijke vraag. Ik heb drie jaar stilgestaan, ik weet niet eens meer wat ik leuk vind. Ik ben lichamelijk en geestelijk uitgeput. Het lukt me niet om uit te rusten en op te laden. Veel migraine, grieperig, duizelig. Volgens mijn huisarts komt het door de stress van dit trauma.’

Institutioneel racisme

Saadia Ait-Taleb: ‘Een vriendin van me, ook van Marokkaanse afkomst, is een van de slachtoffers van de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Een alleenstaande moeder met een uitkering die ineens een aanslag van 10 duizend euro kreeg. Heel herkenbaar. Je wordt neergezet als een crimineel en pas jaren later geeft de overheid toe dat ze fout zaten.’

In NRC Handelsblad was de conclusie van een aantal hoogleraren: ‘Een duidelijker voorbeeld van institutioneel racisme dan deze casus is haast niet denkbaar.’

‘Na mij zijn bij de gemeente Amsterdam nog een paar soortgelijke zaken geweest. Een fraudezaak bij de afdeling Vergunningen bijvoorbeeld. Dat waren kleine berichten in de krant. Door deze hele zaak zijn mijn manager en directeur ook weggestuurd. Voor al deze collega’s is goed gezorgd. Ik kreeg strafontslag. Het doet vermoeden dat ik niet gelijk ben behandeld, het verschil met deze witte mensen is opvallend.

‘Aan het begin van de strafrechtelijke onderzoeken hoorden het Bureau Integriteit en de politie al van getuigen dat het om de grijze campagne ging. Toch besloten ze drie jaar lang vast te houden aan een verhaal waarvan ze wisten dat het niet klopte. Hoe zou jij dat interpreteren? De jarenlange discussies over moslims, de afschuwelijke beelden van IS en onze jongeren die daarheen gingen – kennelijk had het zijn weerslag op het stadhuis. Dat wantrouwen heb ik onderschat. Ik wilde alleen maar mijn taak uitvoeren: de stad beschermen.’

Nederlands
‘In Marokko, ze zien meteen dat ik uit het buitenland kom.’

Marokkaans
‘Op het Osdorpplein in Amsterdam, dat is klein-Marokko.’

Partner
‘Hij hoeft niet Marokkaans te zijn, maar het is wel belangrijk dat hij begrijpt hoe ik met mijn religie omga. Ik zal niet snel in een boerka lopen.’

Wit of blank
‘Ik heb altijd wit gezegd.’

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Volgende week verschijnt de laatste aflevering in de serie, met Kamervoorzitter Khadija Arib.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden